Haarlems Dagblad: Vervolginterview Afghanistan

Op 29 januari verscheen in Haarlems Dagblad en Noord-Hollands Dagblad een vervolg op een eerder (kort) interview met Harmen Binnema over de missie naar Afghanistan.  Ook andere bekende GroenLinksers uit de regio komen hierin aan het woord.

Klik hier voor het artikel

Adieu wegen, verkeer en vervoer

Het is een aparte ervaring om als 31-jarige¬†nestor te zijn van de Statencommissie Wegen, verkeer en vervoer¬†en dankwoorden aan de voorzitter uit te mogen spreken.¬†Voor de zekerheid bekeek ik gisteravond¬†de troepen¬†om mij heen nog even goed, maar ik was toch echt de enige die al sinds 2003 in deze commissie zit. Het was bovendien een bijzonder moment omdat¬†Nel Eelman, na¬†een afwezigheid van bijna een half¬†jaar door een beenbreuk, op de laatste vergadering weer¬†kon voorzitten. Zoals alle voorgaande keren een pittige klus:¬†elk van mijn collega’s speelde zijn of haar rol in dit politieke gezelschapsspel met verve. Ik kan mij zo voorstellen dat Nel af en toe de wanhoop nabij was, als een vergadering ontregeld raakte en dramatisch uit de tijd liep. Met onderwerpen als de Westfrisiaweg, verbinding A8-A9, de grote zeesluis, aanbesteding van het openbaar vervoer en¬†de OV-chipkaart, is het een commissie waar de tegenstellingen groot kunnen zijn en de emoties heftig (al dan niet door boze en bezorgde insprekers op ons overgedragen).

Het was mooi om in de laatste vergadering af te sluiten met een onderwerp dat mij al die jaren flink heeft beziggehouden: het Noordzeekanaalgebied.¬†¬†In dit gebied komt zoveel samen:¬†economische ontwikkeling en werkgelegenheid,¬†verduurzaming, milieuruimte en intensief ruimtegebruik.¬† Om van natuur,¬†recreatie of woningbouw nog maar te zwijgen. Ook vanuit het perspectief van bestuur en beleid veel¬†interessante vraagstukken: wie wil met wie (niet) samenwerken, onder welke voorwaarden en welke organisatie past daarbij? Meer op afstand van de politiek of juist onder directe regie? Met het bedrijfsleven als beleidsmaker of wordt dat alleen aan de overheden toevertrouwd? In de loop van de tijd zijn verschillende plannen, agenda’s en¬†platforms voorbij gekomen, evenals evaluaties die aangaven dat het toch weer net anders moest.

Mijn uitgangspunt in deze discussie is onveranderd dat, voorbij allerlei bestuurlijke constructies, veel fundamenteler nagedacht moet worden over de vraag wat voor soort haven we het Noordzeekanaalgebied willen laten zijn. Wat mij betreft geen tweede Rotterdam, dus verwerking en toegevoegde waarde in plaats van bulkstromen en overslag. Een haven die slim en creatief van de bestaande ruimte gebruik maakt, dus geen opoffering van Houtrakpolder of Wijkermeerpolder.  Dat vereist ook nadenken over welke economische activiteiten je wel en niet wilt  aantrekken, met een keuze voor bedrijven die duurzaam zijn, zowel op het terrein van milieu als het aantal arbeidsplaatsen.

Kortom, een discussie die nooit helemaal af is. Gisteren realiseerde ik mij wederom dat die in de komende tijd in de Staten door anderen gevoerd gaat worden. Maar ik weet nu al zeker dat ik ook vanuit een andere rol niet kan nalaten me er af en toe een beetje mee te bemoeien.

De Eerste Kamer en de provincie

Wie ‚ÄėHet Binnenhof‚Äô zegt, denkt aan de Tweede Kamer, het brandpunt van de Nederlandse politiek. Maar het Binnenhof heeft ook nog een andere kant. Daar zetelt de Eerste Kamer. Deftig en bedaagd en vaak onbekend bij het grote publiek. Maar onbekend betekent zeker niet onbelangrijk. Integendeel. De 75 senatoren van de Eerste Kamer kunnen elke wet die door de Tweede Kamer is aangenomen, alsnog afstemmen. Meestal doen ze dat niet. Soms wel. En nu de politieke verhoudingen snel veranderen in ons land, neemt ook de rol en invloed van de Eerste Kamer toe. Minister-president Rutte maakt zich grote zorgen. Zijn kabinet heeft nu geen meerderheid in de senaat. Als dat na de komende verkiezingen van 2 maart zo blijft, komt zijn regering wellicht in zwaar weer. Alle reden om meer te weten te komen over deze andere kant van het Binnenhof.

Dit boek is daar heel geschikt voor. Insiders vertellen waar de Eerste Kamer vandaan komt en mogelijk naartoe gaat. En welke wetten het niet of maar net haalden in het recente verleden. En hoe de Eerste Kamer soms doet wat de Tweede Kamer niet durft. Een boek ook met verrassende voorstellen over de toekomst van Senaat en Staten-Generaal.

Met bijdragen van: Harmen Binnema (Lid Provinciale Staten voor GroenLinks), Bert van de Braak (Historisch Documentatiecentrum), Hans Engels (Eerste Kamerlid voor D66), Henk ten Hoeve (Eerste Kamerlid voor de Onafhankelijke Senaatsfractie), Roel Kuiper (lijsttrekker Eerste Kamer voor de ChristenUnie), Tiny Kox (lijsttrekker Eerste Kamer voor de SP), Ronald van Raak (Tweede Kamerlid voor de SP) en Arjan Vliegenthart (Eerste Kamerlid voor de SP).

Uitgegeven door Aspekt, ISBN: 9789461530516.

Agree to disagree: over instemming en afstemming

Afgelopen maandag kregen we als kandidaten voor de Eerste Kamer, samen met de provinciale lijsttrekkers, uitleg van Jolande Sap over de keuze van de Kamerfractie om in te stemmen met de missie naar Kunduz. Al eerder waren Liesbeth van Tongeren en Tofik Dibi aanwezig bij de campagnestart in Amsterdam en spraken zij vooraf met mijn fractie en de top-10 kandidaten over dit besluit. Beide keren vond ik de discussie aangenaam, eerlijk en open. Hoewel ik nog steeds van mening ben dat deze steun niet verstandig is, waardeer ik de manier waarop al onze Kamerleden op diverse plekken in het land bereid zijn het gesprek aan te gaan met kritische leden.

In een aantal reacties die ik van GroenLinksers om mij heen hoorde, kwam naar voren dat de Kamerfractie te veel ‘losgezongen’ is van de rest van de partij. Velen hebben het gevoel dat de fractie onvoldoende luistert naar wat er leeft bij kaderleden en de bredere achterban. Zelf heb ik daar andere ervaringen mee en heb ik als fractievoorzitter in Noord-Holland gemerkt dat onze Kamerleden (inclusief Femke) goed benaderbaar waren en ook naar argumenten wilden luisteren. Aan de andere kant heb ik dit signaal in de afgelopen acht jaar zo vaak gehoord, dat het niet genegeerd kan worden. Zonder de praktijken bij andere partijen te idealiseren, heb ik het gevoel dat we binnen GroenLinks niet zo goed zijn in het onderhouden van de onderlinge netwerken en dat de afstemming tussen landelijk, provinciaal en lokaal veel beter kan (en moet). Dat¬†we gezegend zijn met een flinke dosis eigenwijsheid en behoefte aan zelfstandigheid maakt dat laatste trouwens nog wel eens ingewikkeld…¬†

Het was echter voor mij vier jaar geleden een belangrijke reden ervoor te kiezen¬†met de Statenfractie¬†zo’n vier¬†keer per jaar¬†te vergaderen ‘op locatie’. Dat houdt¬†in dat onze fractie in elk van¬†de Noord-Hollandse regio’s voorafgaand aan de eigen vergadering een overleg organiseert¬†met raadsleden, wethouders en afdelingsbestuurders om onderwerpen te bespreken die over de gemeentegrenzen gaan en dat we vervolgens¬†input te krijgen voor het Statenwerk. Telkens weer bleken dit nuttige bijeenkomsten, die door de deelnemers op prijs gesteld werden; vooral ook omdat zij er zelf – druk met raadswerk en activiteiten in de afdeling –¬†vaak niet aan toekwamen dit te organiseren.

Toen ik mij voor de Eerste Kamerlijst kandidaat stelde, heb ik¬†de noodzaak van verbinding en afstemming¬†nadrukkelijk genoemd. Wat mij betreft kunnen juist ook GroenLinkse senatoren een goede rol spelen in¬†het bij elkaar brengen van mensen en idee√ęn binnen onze partij. In de afgelopen tijd is daar¬†al een aanzet voor gegeven¬†door het (mede) organiseren van debatten en lezingen:¬†dat kan verder uitgebouwd worden. In elk geval ben ik zelf erg gemotiveerd daaraan een bijdrage te leveren. Het zou mij veel waard zijn¬†op zo’n manier te helpen¬†de soms ervaren kloof tussen¬†‘Den Haag’ en de rest van de partij te overbruggen.

Proeven aan de provincie VI: Vergaderen

Politici zijn goed in lang vergaderen. Provinciale politici zijn daar misschien nog wel beter in dan de gemiddelde politicus en ik zou haast denken dat Noord-Hollandse provinciale politici dit op hun beurt beter kunnen dan de gemiddelde provinciale politicus. Volgens de landelijke norm waarop de vergoeding voor Statenleden is gebaseerd, zijn wij per week 11 uur kwijt aan het Statenwerk. In veel gevallen gaat die tijd bij ons al op aan vergaderen en dan heb ik het nog niet over de voorbereiding op die vergadering, contacten via telefoon en mail of het overleg met mijn eigen fractie. Om een voorbeeld te geven: op 14 februari komen de Staten voor het laatst in deze samenstelling bijeen, waarbij de vergadering begint om 10.00 en naar verwachting om 22.00 is afgelopen.

In de nieuwe periode kunnen de nieuwe Staten natuurlijk beslissen alles anders te doen (in een aantal opzichten zeker aan te raden), maar op dit moment kent Noord-Holland naast de maandelijkse plenaire vergadering een zestal commissies:

  • Water, Agrarische Zaken, Milieu, Economie en Natuur (WAMEN)
  • Wegen, Verkeer en Vervoer, inclusief Zeehavens (WVV)
  • Financi√ęn, Europa, Personeel en Organisatie (FEPO)
  • Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid (ROG)
  • Sociale Infrastructuur (SI)
  • Rekeningencommissie

Deze commissies vergaderen volgens een vast schema, telkens op een¬†maandag.¬†Sinds 2007 is dit¬†de vaste vergaderdag, ‘maandag Statendag’, ooit zo ingesteld vanuit de gedachte dat dit voor de buitenwacht het meest herkenbaar is en voor Statenleden handig om hun andere werk op af te stemmen.¬† De eerste week zijn er drie commissies (ochtend, middag, avond), de tweede week ook drie commissies (idem). De onderwerpen die in deze commissies op de A-agenda staan, komen later terug in de Statenvergadering. Wanneer alle partijen in de commissie het eens zijn met een voorstel, wordt het in de Staten een hamerstuk – oftewel een besluit zonder verdere discussie.

In de meeste gevallen is dat niet zo en willen de woordvoerders graag hun ‘minutes of fame’ in de Statenzaal.¬†Waarschuwing: de meeste Statenleden vinden het vervelend wanneer de discussie uit de commissie plenair nog eens wordt overgedaan.¬†Soms komen in de commissie vragen of kritiekpunten naar voren, waarop de gedeputeerde dan in de aanloop naar de Statenvergadering een reactie kan geven en mogelijk het voorstel nog aanpassen – in de Statenvergadering wordt dan beoordeeld of dat op een goede manier is gebeurd. Het biedt fracties ook¬†de tijd om moties en amendementen¬†te maken en onderling af te stemmen. Het komt ook regelmatig voor dat aan de gedeputeerde wordt gevraagd een toezegging die zij of hij in de commissie heeft gedaan, voor de volledigheid in de Staten nog eens te bevestigen.

De meeste commissies hanteren spreektijd per fractie, wat betekent dat de woordvoerders van een partij¬†goede afspraken moeten maken hoeveel tijd zij aan elk onderwerp besteden. Niet elke voorzitter¬†is even streng, maar de regel is dat wie door de tijd heen is, de rest van de vergadering niet meer het woord kan voeren (interrumperen mag altijd…). De spreektijd wordt in de Statenvergadering strenger gehanteerd: daar is op meerdere schermen ook te zien hoe de minuten teruglopen, dus wie aan het woord is weet wanneer te stoppen. Van belang is bovendien dat iedereen die het woord over een onderwerp wil voeren, zich vooraf¬†bij de griffie meldt. De voorzitter van de vergadering (dat is de Commissaris van de Koningin) nodigt vervolgens de sprekers per onderwerp uit naar voren te komen. Er is dan nog wel plek voor late beslissers en spijtoptanten, maar erg netjes is dat niet.

In de vergadering, maar dat is in de provincie niet anders dan in bijvoorbeeld de Tweede Kamer, wordt gesproken via de voorzitter. Dat zeg je dus aan het begin van je bijdrage¬†en¬†een¬†interruptie – daarvoor staan vooraan twee microfoons – mag alleen na¬†toestemming van de voorzitter.¬†Verwijzingen naar¬†je collega’s gaan altijd met¬†u en met achternaam:¬† “zoals mevrouw Klomp net zei”, “ik ben het oneens met de heer Van Run”, ook al zeg je buiten de vergadering gewoon Liesje en Jan.¬†In de commissie gaat het er soms wat informeler aan toe (maar dan¬†vooral als de microfoon uit is).

Alle vergaderingen zijn in principe openbaar, er moeten zwaarwegende redenen zijn om een vergadering (ten dele) besloten te houden. Dat betekent dat iedere burger welkom is op de publieke tribune, zowel bij commissie-  als Statenvergadering. Bovendien kunnen deze laatste gevolgd worden via internet. Er wordt van iedere Statenvergadering een woordelijk verslag gemaakt, bij de commissievergadering een verslag op hoofdlijnen, maar desondanks behoorlijk uitgebreid. Bovendien wordt ter voorbereiding op de Statenvergadering bij elk voorstel het advies van de vakcommissie gevoegd, uitgesplitst per partij.

Vergaderen kan heel leuk zijn, het debat fel en stemmingen net erop of eronder. Het kan soms ook langdradig zijn en voor de niet-ingewijden haast onmogelijk te volgen. Wat er wellicht in de komende tijd ook gaat veranderen aan het vergadersysteem, je zult flink wat uren in het provinciehuis doorbrengen. Uithoudingsvermogen is dus geen overbodige luxe en het kweken van zitvlees is aan te raden.

Geen gemakkelijk ja

Jolande Sap zei het heel treffend in het Kamerdebat dat ik, met dank aan politiek 24 en in het gezelschap van een groot aantal twitteraars, tot diep in de nacht zat te kijken. Er is geen gemakkelijk nee, maar er is ook geen gemakkelijk ja. Waarschijnlijk zijn er weinig onderwerpen die de GroenLinkse ziel zo diep beroeren als vraagstukken van oorlog en vrede. Ik heb, als tegenstander van de missie naar Kunduz, met geroerde bewondering gekeken naar de worsteling van Jolande en met haar de gehele Tweede Kamerfractie. Ik heb met trots gezien dat mijn partij zich kwetsbaar heeft durven opstellen, de twijfels en zorgen zichtbaar heeft gemaakt en een eigen oprechte keuze heeft gemaakt. Dat is voor mij de kern van GroenLinkse politiek en dat is ook de reden dat ik actief lid van deze partij ben.

Als congres hebben we bij het vaststellen van de kandidatenlijst deze tien mensen op pad gestuurd om namens ons GroenLinks te vertegenwoordigen. We hebben hun het vertrouwen gegeven om met het verkiezingsprogramma in de hand naar eer en geweten te handelen. Om op basis van discussie in de partij, in de fractie en in de Kamer een eigen afweging te maken. Ik ben ervan overtuigd dat onze Kamerleden dat ook hebben gedaan. Dat ik graag een andere uitkomst van deze afweging had gezien, neemt dat gevoel geenszins weg. 

Er mag, nee, er moet een fel debat zijn waarin voor een ieder de mogelijkheid is zijn of haar verhaal te doen, het hart te luchten, de pijn en de twijfels te delen. In de komende dagen en op het congres van 5 februari. Ik hoop vurig dat ook diegenen die Рbegrijpelijk Рnu boos, verdrietig en verward zijn, zich realiseren dat wat ons als GroenLinksers bindt, zoveel meer is dan wat ons scheidt. Dit is en blijft mijn club, waarvoor ik met hart en hersens de komende weken campagne ga voeren en die ik graag in de Eerste Kamer zal gaan vertegenwoordigen.