Geen gemakkelijk ja

Jolande Sap zei het heel treffend in het Kamerdebat dat ik, met dank aan politiek 24 en in het gezelschap van een groot aantal twitteraars, tot diep in de nacht zat te kijken. Er is geen gemakkelijk nee, maar er is ook geen gemakkelijk ja. Waarschijnlijk zijn er weinig onderwerpen die de GroenLinkse ziel zo diep beroeren als vraagstukken van oorlog en vrede. Ik heb, als tegenstander van de missie naar Kunduz, met geroerde bewondering gekeken naar de worsteling van Jolande en met haar de gehele Tweede Kamerfractie. Ik heb met trots gezien dat mijn partij zich kwetsbaar heeft durven opstellen, de twijfels en zorgen zichtbaar heeft gemaakt en een eigen oprechte keuze heeft gemaakt. Dat is voor mij de kern van GroenLinkse politiek en dat is ook de reden dat ik actief lid van deze partij ben.

Als congres hebben we bij het vaststellen van de kandidatenlijst deze tien mensen op pad gestuurd om namens ons GroenLinks te vertegenwoordigen. We hebben hun het vertrouwen gegeven om met het verkiezingsprogramma in de hand naar eer en geweten te handelen. Om op basis van discussie in de partij, in de fractie en in de Kamer een eigen afweging te maken. Ik ben ervan overtuigd dat onze Kamerleden dat ook hebben gedaan. Dat ik graag een andere uitkomst van deze afweging had gezien, neemt dat gevoel geenszins weg. 

Er mag, nee, er moet een fel debat zijn waarin voor een ieder de mogelijkheid is zijn of haar verhaal te doen, het hart te luchten, de pijn en de twijfels te delen. In de komende dagen en op het congres van 5 februari. Ik hoop vurig dat ook diegenen die – begrijpelijk – nu boos, verdrietig en verward zijn, zich realiseren dat wat ons als GroenLinksers bindt, zoveel meer is dan wat ons scheidt. Dit is en blijft mijn club, waarvoor ik met hart en hersens de komende weken campagne ga voeren en die ik graag in de Eerste Kamer zal gaan vertegenwoordigen.

Cordon sanitaire

Afgelopen weekend deed de Noord-Hollandse PVV-lijsttrekker Hero Brinkman de bekende rituele dans, al eerder geoefend in Almere en Den Haag, om zichzelf buitenspel te zetten in de coalitieonderhandelingen. Want Brinkman kon natuurlijk weten dat zijn pleidooi om hoofddoekjes te verbieden in het provinciehuis (later voegde hij daar ook het openbaar vervoer aan toe) zou leiden tot afkeurende reacties van andere partijen. In elk geval CDA en PvdA lieten weten de PVV uit te sluiten voor een coalitie na 2 maart. Voor die conclusie had GroenLinks dit interview niet nodig: wij hadden het al in december in de gaten, toen het in vele opzichten beroerde verkiezingsprogramma van de PVV verscheen.

Al even voorspelbaarwas dat Brinkman zich haastte te melden dat de hoofddoekjes geen breekpunt zouden zijn.  Intussen had hij wel gefulmineerd tegen de ‘regentenpartijen’ die een cordon sanitaire om de PVV heen zouden leggen.

Nou had ik niet het idee dat de PVV graag met GroenLinks zou willen samenwerken, dus dan komt het in elk geval van twee kanten. Maar zelfs als er van een cordon sanitaire sprake zou zijn, vraag ik me af of dat nou zo erg is. Het belangrijkste argument dat hier vaak tegenin wordt gebracht, is dat partijen de kiezer niet serieus zouden nemen. Nou heb ik niet de illusie dat de kiezer van de PVV, in tegenstelling tot de volksvertegenwoordigers van die partij, wél graag een coalitie zien ontstaan waarin ook GroenLinks zit. Het is dus maar de vraag of die kiezer zich belazerd voelt door een duidelijke uitspraak van GroenLinks ruim voor de verkiezingen.

Voor mij is echter juist helderheid over de partijen met wie je wel en met wie je niet samen wilt werken, dé manier om de kiezer serieus te nemen. Wat heeft de kiezer eraan wanneer je wekenlang roept alle opties open te houden en met alle partijen te willen gaan praten en je vervolgens toch beperkt tot een klein aantal potentiële partners? Wat heeft de kiezer eraan wanneer je zegt eerst de verkiezingsuitslag af te wachten, terwijl in dezelfde verkiezingen geen voorkeur voor een coalitie uitgesproken kan worden?

Ik ben er van harte voor om te zeggen: de PVV heeft waardeloze en verwerpelijke ideeën, is een ondemocratische en discriminerende beweging en heeft bovendien geen flauw benul van provinciale politiek, dus daar gaan we niet mee samenwerken. Zowel onze achterban als de achterban van de PVV weet dan precies waar men aan toe is. Een beter voorbeld van zeggen wat je denkt en doen wat je zegt is toch nauwelijks denkbaar.

Political Song XXV: Pete Seeger – Where have all the flowers gone (1961)

De poster die GroenLinks voor de komende Statenverkiezingen gebruikt, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Gewoon: Kies GroenLinks. We krijgen er wellicht niet de designprijs voor die in het verleden nog wel eens werd toegekend aan de artistieke hoogstandjes van GroenLinks. Posters die door de afdelingen in het land braaf op de borden werden geplakt, maar waarop je van meer dan 10 meter afstand geen partijnaam meer kon ontdekken. Iets te vaak hebben de communicatie- en PR types die werden ingehuurd met een te intellectuele en abstracte campagne de plank flink misgeslagen. Graag wil ik echter een uitzondering maken voor het campagnefilmpje dat werd ingezet in de Europese verkiezingen van 2004. Misschien ook iets te kunstzinnig en te elitair, maar met zo’n prachtige combinatie van muziek en beelden.

Bij dit filmpje klonk de door Marlene Dietrich beroemd gemaakte Duitse versie Sag mir wo… van  Pete Seeger’s ‘Where have all the flowers gone’. Seeger, inmiddels de 90 gepasseerd, begon zijn politiek activisme als lid van de Young Communist League in 1936. Zijn hele leven heeft hij sympathie voor het communisme behouden – wat hem regelmatig in conflict bracht met de autoriteiten – maar tegelijk ook steeds meer oog gekregen voor de uitwassen en misbruik van dit systeem, zoals in de Sovjet-Unie. Na een aanvankelijke anti-oorlog houding rond 1940, gevoed door wantrouwen over de werkelijke motieven achter de Duits-Russische strijd, steunde Seeger ook de aanval  van Roosevelt op nazi-Duitsland. Zoals verwoord in ‘Dear Mr. President’:

So, Mr. President, / We got this one big job to do / That’s lick Mr. Hitler and when we’re through, / Let no one else ever take his place / To trample down the human race. / So what I want is you to give me a gun / So we can hurry up and get the job done

Seeger sympathiseerde met de Republikeinse opstandelingen tijdens de Spaanse Burgeroorlog en verzette zich in de jaren ’60 tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. Zijn leven stond in het teken van de strijd voor gelijke rechten, het tegengaan van racisme en bescherming van natuur en milieu. Tot de dag van vandaag blijft Seeger zijn politieke overtuigingen uiten: zo zong hij in het voorjaar van 2009 samen met Bruce Springsteen bij de inauguratie van Barack Obama het aloude ‘This land is your land’ van Woody Guthrie. Me dunkt, meer meer redenen zijn er toch niet nodig om ‘Where have all the flowers gone’ uit te roepen tot Political Song nummer 25:

Pete Seeger – Where have all the flowers gone

Nieuwjaarswens Amsterdam West

Op 20 januari hield GroenLinks in Amsterdam West de nieuwjaarsborrel. Voor vier leden uit deze afdeling komen er spannende verkiezingen aan op 2 maart. Servaz van Berkum (4) en Lene Grooten (5) zijn kandidaat voor Provinciale Staten, terwijl Margreet de Boer en ik graag in de Eerste Kamer willen komen (die door de Staten wordt gekozen). 

Voor dit gezelschap sprak ik deze nieuwjaarswens uit (dit is de uitgebreide versie, donderdag in verkorte vorm).

Proeven aan de provincie V: Europa

Afgelopen dinsdag was ik op het 5e Europees Forum van de Randstadprovincies, dit keer georganiseerd in het provinciehuis van Zuid-Holland. Het thema van deze bijeenkomst was het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU en de gevolgen die dat heeft voor bijvoorbeeld water, klimaat en landschap. Het was een boeiende avond, met veel interessante sprekers en voor mij ook veel nieuwe informatie, maar ik merkte in de verschillende discussies dat het moeilijk was de Europese dimensie in het oog te houden. Vrij snel ging het ‘gewoon’ over peilbeheer, agrarisch natuurbeheer of schaalvergroting, zonder dat de impact van Europese regels of de mogelijke financiële bijdrage vanuit Europese gelden aan bod kwamen.

Naar mijn idee is dit illustratief voor de moeizame manier waarop het thema Europa in de provincie wordt besproken. Aan de ene kant snappen velen dat het ‘best belangrijk’ is, maar hoe en wat blijft voor de meeste van mijn collega-Statenleden lastig te vatten. In de afgelopen jaren zijn Statenleden in de vier randstadprovincies via hun werkgroepen Europa bezig geweest om iets meer te snappen van de invloed van Europese besluitvorming op de provincie en ook inzicht te krijgen in manieren die er zijn om Europees beleid te beïnvloeden. Het voornaamste doel van die werkgroepen was ‘grip’ te krijgen op Europa en een beeld te hebben waar Europa en de provincie elkaar raken. Door Europese aanbestedingen en problemen van staatssteun komt Europa soms sneller dichtbij dan sommige Statenleden of gedeputeerden lief is. Tegelijkertijd zijn rondom deze twee thema’s heel wat  mythes en wordt – zoals wel vaker – Brussel ook wel ten onrechte als zondebok gebruikt.

Een aantal bestuurders uit gemeenten en provincies heeft zitting in het Comité van de Regio’s, een adviesorgaan voor Commissie en Parlement, dat over onderwerpen die het lokale en regionale bestuur raken, geraadpleegd moet worden. Het Comité vergadert vijf keer per jaar. Het dagelijks werk wordt in Brussel gedaan in het Huis van de Nederlandse Provincies, waar namens de gezamenlijke provincies de Europese politiek in de gaten wordt gehouden en de belangen van de provincies worden vertegenwoordigd. Binnen dat Huis werken de vier randstadprovincies nauw samen: er zijn ook prioriteiten specifiek voor de P4 vastgesteld. Eens in de twee jaar worden de Statenleden van Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland uitgenodigd in Brussel om kennis te maken met de diverse instellingen van de Europese Unie en te discussëren over actuele Europese onderwerpen. Ik heb dat altijd hele nuttige bezoeken gevonden, omdat het goed is om de werking van Europa ter plekke ter ervaren en inspirerend om in korte tijd een overzicht te krijgen welke grote thema’s er spelen. Als het goed is, zullen de nieuwe Statenleden in oktober of november ook weer naar Brussel gaan.

Ik vind het een goed teken dat als in de Staten over Europa wordt gesproken, het niet alleen meer gaat over subsidiepotjes en andere manieren om zoveel mogelijk Europees geld naar de provincie te halen. Het accent is gelukkig verschoven naar de besluitvorming en hoe we in de provincie het best met Europees beleid kunnen omgaan. Tegelijk zeg ik er eerlijk bij dat het nog steeds vooral een discussie is tussen een klein groepje ingewijden en het onderwerp niet heel breed in de Staten leeft. Enige relativering is bovendien op z’n plek: als politicus en wetenschapper heb ik gemerkt dat de invloed van Europa nu ook weer niet zo groot is, en omgekeerd: dat de invloed die een (op Europese schaal) kleine provincie als Noord-Holland in Europa kan hebben, reuze meevalt.