De paasboodschap van Halbe Zijlstra

Als Halbe Zijlstra nodig is om Pasen en Pinksteren te beschermen, begin ik mij zorgen te maken. Doe mij dan nog maar zo’n lekker verstopeitje.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Geruststellend nieuws van de HEMA: alle 100.000 paaseitjes zijn gevonden. De paasactie, met een gedekte paastafel waarop en -omheen de eitjes waren verstopt, was dus een succes. Wie er meer over wil weten, kan alle 16 smaken paaseitjes bekijken, de HEMA paasfilm bekijken of zich oriënteren op de rest van de paascollectie.

Halbe Zijlstra heeft zich dus opgewonden om niets. Na de borstvergrotingen en ooglidcorrecties een volgende uitglijder van de zelfbenoemde bewaker van de Nederlandse cultuur. En eigenlijk had Halbe dit kunnen weten, want ruim voor het interview in NRC waren Voor Nederland, de PVV en GeenStijl al gevallen over de eitjes en had de HEMA dit al lang rechtgezet.

Des te komischer om te zien welke enorme betekenis Halbe toeschrijft aan Pasen:

Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.

Mooi dat Halbe weet waar de afkorting HEMA voor staat en hoe prachtig, dat Hollandsche met ch. Maar waarom maakt Pasen deel uit van onze maatschappij? Is dit zo’n vage verwijzing naar de joods-christelijke cultuur die Halbe, als het hem uitkomt, graag van stal haalt? Dat kan toch haast niet, want vrijwel niemand weet überhaupt wat de betekenis is van het Paasfeest. Pasen, dat is meer het kleine zusje van Kerst: lekker met elkaar eten, maar dan zonder cadeaus. En waar velen in december uit gewoonte of voor de vorm nog naar de nachtmis of Kerstnachtdienst gaan, zitten de kerken met Goede Vrijdag of Stille Zaterdag nou niet echt vol. Of gaat het Halbe om de Tweede Paasdag, ook wel woonboulevardmaandag genoemd, waarop de ene helft van Nederland vrij is om de andere helft van Nederland een mooie omzet te bezorgen?

Nee, Halbe blijkt een diepere boodschap te hebben: we zijn te tolerant geworden voor intolerantie. En wie zijn er intolerant? Uiteraard de moslims, die maar niks moeten hebben van ons prachtige Paasfeest met bijbehorende eitjes. De HEMA is blijkbaar gezwicht voor de druk van de moslims.

Er is echt geen moslim die blij wordt als je de naam van die eitjes verandert. Je kunt hiervan zeggen: kleine zaak. Maar als je eenmaal op die zeephelling zit, ga je maar één kant op: naar beneden.

Overigens zou ik denken dat een VVD’er het toch zou moeten toejuichen wanneer een ondernemer zijn aanbod diverser maakt om meer klanten te trekken? Paaseitjes voor de tolerante klanten en verstopeitjes voor de intolerante klanten. Pak aan je winst. Halbe past hier een klassieker toe: het glijdende-schaal-argument, beeldend verwoord in de vorm van een zeephelling. Het begint met verstopeitjes en het eindigt bij de invoering van de sharia.

Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant?

Oh wacht even, ook Pinksteren hoort bij Nederland (en vermoedelijk Kerst ook, al wordt dat hier niet genoemd). Blijkbaar is het niet nodig om uit te leggen waarom, maar vindt Halbe het wel belangrijk om te benadrukken dat dat niet komt omdat hij zelf religieus is. Maar vooral de afsluiter is bijzonder: wie nemen er volgens hem aanstoot aan Pinksteren? Bij Pasen waren het de moslims die geen paaseitjes willen, maar waar zijn de moslims dan precies tegen bij Pinksteren? Want wat viert ‘de Nederlander’ dan precies met Pinksteren, welke tradities en symbolen horen daarbij? Of beter gezegd: wie doet überhaupt aan Pinksteren? Nog meer dan bij Pasen heeft vrijwel niemand een idee wat de christelijke betekenis van Pinksteren is en levert het vooral een extra vrije dag op.

Als christen zit ik niet op types als Halbe Zijlstra te wachten die met oneigenlijke argumenten en dommige populistische retoriek Pasen en Pinksteren zeggen te beschermen en als Nederlandse traditie verkopen. Als eenvoudige beschouwer vanaf de zijlijn (met wel een linkse inslag) kan ik alleen maar grinniken om de enorme heisa die om een paar eitjes wordt gemaakt.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Maatregel op zoek naar probleem

Het kleine kantoorleed: printen en kopiëren moet vooral niet te makkelijk worden gemaakt

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Onlangs is onze kopieermachine (officieel multifunctional geheten) van een slot voorzien. Alleen de daartoe aangestelde papierbijvulmedewerker heeft het sleuteltje hiervan en hij is dan ook de enige die ons aan een nieuwe voorraad papier (met en zonder gaatjes, briefpapier, gekleurd papier) kan helpen. Of de machine automatisch doorgeeft dat hij leeg is, of dat dit apart moet worden gemeld, weet ik niet. In elk geval komt van een andere locatie van de universiteit deze meneer in een ongetwijfeld ruime auto hierheen gereden, parkeert hij zijn wagen in de buurt van ons gebouw en laadt vervolgens het papier op een karretje om onze machine bij te vullen.

Navraag leerde dat de machines tegenwoordig worden afgesloten om diefstal  tegen te gaan. Nou weet ik niet precies wat je allemaal kunt doen met een stapel blanco A4-tjes of – mocht het niet voor eigen gebruik zijn – wat tegenwoordig de straatwaarde is van printpapier. Maar eerlijk gezegd kan ik me er weinig bij voorstellen dat bij een kopieermachine die ver weg in een hoek van het pand staat en waar je bovendien niet onopgemerkt naartoe en vandaan kunt lopen van grootschalige papierontvreemding sprake zou zijn.

Toen de nieuwe machines in aantocht waren, was er al sprake was dat de papierlades afgesloten zouden worden. Maar toen waren er goede argumenten – die vandaag overigens nog even relevant zijn als toen – om hiervan af te zien. Helaas lijken we met enige vertraging toch slachtoffer van standaardisatie te zijn geworden, een proces dat sowieso alles wat met ICT te maken heeft teistert.

In de bestuurskunde noemen we dit ook wel “een maatregel op zoek naar een probleem”. Het maakt mij in elk geval nieuwsgierig wie bedacht heeft dat dit handig is en of daaraan voorafgaand wel is onderzocht hoe groot en reëel het probleem nu eigenlijk is. Mij lijkt eerlijk gezegd van niet en het lijkt mij dan ook sterk dat dit slot een lang  leven beschoren is.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De andere kant van het Binnenhof

Vier jaar geleden was ik er dichtbij, met uiteindelijk een zevende plek op de lijst na diverse spannende stemrondes. De afgelopen tijd, toen Yolan Koster (nummer zes) weer wethouder werd in Woerden, had ik de onduidelijke status van eerste opvolger. Maar zoals mag blijken uit de kandidatenlijst die vandaag werd gepresenteerd willen vier van de huidige vijf graag door en zullen ze zeker ook deze termijn netjes afmaken, net als fractievoorzitter Tof Thissen.

Zo besloot ik dus vorig jaar zomer mij opnieuw kandidaat te stellen en na twee gesprekken met de kandidatencommissie vorig najaar en lange tijd het mooie advies nog niet mogen rondbazuinen, kan ik vanaf nu iedereen vertellen dat men mij graag op plek 5 wil hebben. Als we hetzelfde aantal zetels zouden halen als in 2011, zou dat voor mij betekenen dat ik senator mag worden. De commissie zegt over mij onder meer:

“Hij is goed in staat om verbinding te leggen tussen de wetenschap, de alledaagse politiek en de uitwerking daarvan in de praktijk. Harmens benadering, sterk inhoudelijk en tegelijk analytisch, past bij het werk van de Eerste Kamer. Hij is een gedreven politicus en een uitstekend debater.”

Maar eerst is er uiteraard nog het congres op 7 februari, want het hoogste en laatste woord is aan de leden van GroenLinks. Een mooie uitdaging om de komende weken te laten zien waarom ik het vertrouwen verdien op plek 5 te komen om onze mooie partij en onze mooie idealen in Den Haag te gaan vertegenwoordigen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Aan het begin van het nieuwe jaar

Inmiddels weet ik niet meer precies waar het hier de afgelopen jaren allemaal over is gegaan, maar ik zal vast wel eens mijn afkeer van goede voornemens hebben laten blijken. Het inschrijven bij de Kamer van Koophandel en het (eindelijk!) aanpassen van mijn website hebben dan ook niet per se met de overgang van 2014 naar 2015 te maken. Maar beide waren wel hard nodig, al zeg ik het zelf.

Om elk misverstand te voorkomen: ik ben nog steeds gewoon docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht (USBO), dat blijf ik met heel veel plezier doen en daar doe ik regelmatig advies en onderzoek in opdracht. Maar voor de andere workshops en trainingen debatteren en onderhandelen, bijvoorbeeld voor GroenLinks, was het wel zo handig om een eenmanszaakje te starten. Zonder logo op de gevel en zonder auto van de zaak. Het is ook maar afwachten of het meer gaat worden dan de vier à vijf keer per jaar dat ik tot nu toe dit soort activiteiten heb ontplooid. Vooral in de categorie: handig om te hebben.

Voor zover dan toch sprake is van een goed voornemen: ik ben vast van plan het komende jaar meer en vaker te gaan schrijven. Meer op dit weblog dus, maar zeker ook in de klassieke vorm van boek en tijdschrift.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De laatste dag

Omdat ik zelf altijd tegen de deadline aan werk, ben ik eigenlijk de laatste die er iets van kan zeggen, maar ik druk mijn studenten altijd op het hart tijdig met hun papers en opdrachten te beginnen en het niet op de laatste dag aan te laten komen. Als je voorziet dat in de laatste uren of dagen voor de deadline nog wel eens iets spannends of lastigs kan gebeuren, is het helemaal zaak om goed te plannen en een alternatief klaar te hebben liggen.

Ik zit dan ook met toenemende verbazing te kijken naar het gestuntel dat zich bij Ajax voltrekt op de laatste dag van de zomertransfers. En het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Vroeger was het resultaat dan dat er een overgewaarde speler kwam, die nauwelijks speelde en vrij snel via de achteruitgang vertrok. Sinds het bewind van Overmars en de zijnen is het resultaat meestal dat er een hoop ruis en gedoe is, maar er uiteindelijk niemand komt. De spelers die vandaag worden genoemd, doen geen van allen mijn hart heel veel sneller kloppen. Het is mooi als een oud-Ajacied terugkeert, maar Nigel de Jong of Hedwiges Maduro, dat is toch wel even een verschil. Ineens duikt bovendien Bryan Ruiz op en een aantal ongetwijfeld talentvolle middenvelders (maar jong en onervaren), waarbij gerucht en ontkenning elkaar snel opvolgen.

Het is mij een raadsel waarom een zo grote onderneming als Ajax (je zou dit soort opportunisme en willekeur eens moeten proberen bij een overheid of bedrijf met een dergelijke omzet) er maar niet in slaagt om de zaakjes op orde te krijgen. De telkens genoemde schaduwlijst blijkt niet veel meer te zijn dan wat de gemiddelde voetballiefhebber zelf wel kan verzinnen – en beter! – of in AD of VI kan lezen. Het veelgehoorde argument dat je op de eigen jeugd moet vertrouwen en dat Frank de Boer zo goed is in het opbouwen van een team heb ik ook al te vaak gehoord. Je kunt best goed gaan spelen na de winterstop, maar dikke kans dat je dan al in Champions League, Europa League en beker eruit bent geknikkerd en in de competitie dit keer wel op een onoverbrugbare achterstand staat.

Bovendien heeft Ajax altijd een goede mix gehad tussen eigen jeugd en ervaren spelers en ontbreekt die laatste categorie nu ten enen male (oh ja, Diederik Boer). En kom dan niet aan met het argument dat spelers die 20 of 30 miljoen kosten niet naar Ajax willen komen. Dat had ik ook nog wel begrepen, maar het gaat juist om de interessante tussencategorie – niet de markt waarop Bayern München, Manchester United of Real Madrid zich begeven, maar je maakt mij niet wijs dat Ajax niet met de clubs uit de Europese middenmoot kan concurreren. Daar heb je dan wel een wat intelligentere scouting voor nodig.

Het wordt nog spannend deze laatste uren en eerlijk gezegd verwacht ik er weinig van. Ik laat me echter graag door Marc Overmars verrassen. Ga ik intussen weer verder schrijven aan een hoofdstuk dat gisteren al af had moeten zijn…

UPDATE the day after: het werd inderdaad teleurstellend weinig… Zimling, huur, Mainz, dat zegt genoeg.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Afscheid van een eigenwijze donder

De eerste kennismaking met Albert was in het voorjaar van 2003, toen we op een flink warme zaterdag met de nieuwe fractie in Hilversum bij elkaar kwamen. Hoe hij daar precies kwam, is mij na al die jaren nog steeds niet helemaal duidelijk. Deze kleine, wat gezette man met rond brilletje en baard, houthakkershemd, type welzijnswerker, bleek de burgemeester van Oostzaan te zijn en hij zou ons gaan helpen om de inzet voor de onderhandelingen te bepalen. Al na een uur was het alsof het nooit anders was geweest: met een paar stiften, een flipover en een grote dosis enthousiasme en humor leidde Albert ons bekwaam door de dag en hielp hij ons aan een stevige wensenlijst én strategie om die te realiseren.

Het resultaat mag bekend zijn: dat college met GroenLinks, D66, CDA en VVD kwam er en wie anders dan Albert ging ons als gedeputeerde daarin vertegenwoordigen. Al snel viel op hoe goed Albert het kon vinden met één van de VVD-gedeputeerden, Cornelis Mooij. Ze waren als Snip en Snap, Knabbel en Babbel, Jut en Jul, Statler en Waldorf: onderling grappend als schooljongens achter in de klas, maar soms ook kijvend als een langgetrouwd stel. Waar Cornelis voor vrijwel alle afspraken van OV en fiets gebruikmaakte, werd Albert een enthousiast gebruiker van de dienstauto. De sfeer in dat college was bijzonder en Albert speelde daarin een hele belangrijke rol.

Mede door het prima werk van Albert kwamen we vier jaar later weer in het college, waarbij de PvdA de plek van D66 innam. Als kersverse fractievoorzitter had ik wel het nodige met Albert te stellen. Toen we in 2007 gingen onderhandelen, kreeg ik een briefje van hem mee met daarop een aantal miljoenen die hij graag geregeld wilde zien voor beheer en onderhoud van natuur. De bedragen liepen op van 2 miljoen in het eerste jaar tot 8 miljoen in het laatste jaar. Toen ik aan de onderhandelingstafel het antwoord schuldig moest blijven waar dat geld precies aan besteed zou worden, besloten we Albert maar eens te bellen. Die wist het ook niet, maar het leek hem zo’n mooie reeks van 2-4-6-8 en de rest snapte toch ook wel dat GroenLinks graag geld voor leuke groene dingen wilde?

In de overleggen die ik daarna met hem had, bij voorkeur met stamppot en een biertje op tafel, kon hij vaak vol trots vertellen over afspraken die hij in het college had gemaakt. Regelmatig dacht ik vooral: hoe heb je dit kunnen bedenken? En niet onbelangrijk: hoe leg ik dit aan de fractie uit? Terwijl Albert ervan overtuigd was dat hij GroenLinks echt een dienst had bewezen. Andersom hadden wij soms ook wensen – Noordboog, Westelijk Tuinbouwgebied – waar Albert helemaal niets in zag. Hij bleef dan stug volhouden, waar hij op andere punten vaak veel flexibeler en toegeeflijker kon zijn. In die zin was Albert een echte bestuurder, die in het belang van het college dacht en die er soms even aan herinnerd moest worden dat hij ook nog van GroenLinks was.

In zijn vrije tijd speurde Albert doopregisters, gemeentelijke archieven en internet af om familiegeschiedenissen te reconstrueren. Zo bracht hij, op basis van de grootouders van moeders- en vaderskant, voor alle collega-gedeputeerden hun kwartierstaten in beeld. Bij toeval kwamen we erachter dat we gezamenlijke voorouders hebben: ergens halverwege de 19e eeuw gaan de lijnen uit elkaar – bij Albert via de vrouwelijke, bij mij via de mannelijke lijn. Sindsdien kreeg ik regelmatig mailtjes met ‘Beste achterneef’ in de aanhef. Nog meer verwantschap dus dan onze band met Friesland en het domineeszoon zijn.

Alberts afscheid van de provincie was onverwacht en de nasleep met Darwind en Econcern ongemakkelijk. Van kwade opzet was volgens mij zeker geen sprake, wel van  onhandigheid en slordigheid. Albert mocht graag dingen regelen – de “briefjes” die wel eens bleven slingeren en soms maanden later plotseling boven tafel kwamen, zijn berucht – en lette niet altijd zo goed op de formele procedures. Laat mij het nou maar op mijn manier doen… En dan kwam het eigenlijk altijd voor elkaar.

Vorig jaar zomer werd duidelijk dat Albert ernstig ziek was en dat de behandeling er vooral op gericht zou zijn de situatie draaglijk te maken en de pijn te verlichten. Via mail hield hij de buitenwacht op de hoogte en dat deed hij met onverbeterlijk optimisme, telkens de lichtpuntjes en positieve signalen benadrukkend. “Leven met kanker is een vak apart; ik leer dagelijks” schreef hij in de laatste van die mails, eind juni. Aan dat leven is nu, oneerlijk vroeg, een einde gekomen. Eigenwijze donder, ik ga je missen!

Albert Moens 1952-2013

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Identiteit

Wanneer Obama door zijn tegenstander een socialist wordt genoemd, moet ik altijd erg lachen. Maar om nu zelf door de premier, oh pardon de VVD-lijsttrekker, voor socialist te worden uitgemaakt, daar word ik dan minder blij van. Wij socialisten van GroenLinks, PvdA en SP schuiven de rekening door naar de toekomst en zorgen dat mensen later, maar dan heviger pijn gaan voelen. Rutte de lijsttrekker is even vergeten dat zijn kabinet als kampioen doorschuiven maar al te blij was dat GroenLinks met het Lenteakkoord in elk geval nog probeerde te redden wat er te redden viel voor de begroting van 2013.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Wanneer Obama door zijn tegenstander een socialist wordt genoemd, moet ik altijd erg lachen. Maar om nu zelf door de premier, oh pardon de VVD-lijsttrekker, voor socialist te worden uitgemaakt, daar word ik dan minder blij van. Wij socialisten van GroenLinks, PvdA en SP zouden de rekening doorschuiven naar de toekomst en zorgen dat mensen later, maar dan heviger pijn gaan voelen. Rutte de lijsttrekker is even vergeten dat zijn kabinet als kampioen doorschuiven maar al te blij was dat GroenLinks met het Lenteakkoord in elk geval nog probeerde te redden wat er te redden viel voor de begroting van 2013.

Maar los daarvan: ik dacht we al meer dan twintig jaar geleden van het socialisme afscheid hadden genomen. Het klonk bijna als koude oorlogretoriek: het gevaar van de roden, de Russen komen. In al die tijd dat ik lid van GroenLinks ben en zeker in de periode dat ik actief was, heeft nog nooit iemand mij socialist genoemd. Wel liberaal, maar dan op een hele andere manier dan de conservatief-populistische onzin die de VVD tegenwoordig uitkraamt. Misschien moet ik het dan maar als geuzennaam gaan koesteren: ich bin ein socialist

Het was gisteren toch al een rare dag, want in de Arena werd ik door een nogal aangeschoten en benevelde medesupporter voor ‘kakkerlak’ (het scheldwoord voor Feyenoordsupporters) uitgemaakt. Omdat ik even een keer geen zin had om bij het commando ‘ga staan als je voor Ajax bent’ dommig omhoog te komen. Ik had zin om te roepen dat hij waarschijnlijk net uit de luiers was toen ik voor het eerst bij Ajax kwam, maar ik wist niet zeker of dat sfeerverhogend zou zijn…

Kortom, genoeg stof om over de vraag ‘wie ben ik’ nog eens goed na te denken. Heel toepasselijk nu ik met een onderzoek bezig ben naar de relatie tussen politiek en sociale media en de manier waarop politici hun identiteit via twitter vormgeven.  Wat laten zij van zichzelf zien, zijn zij online anders offline? Misschien wordt het tijd ook mijn eigen tweets eens in de analyse te gooien. Al weet ik zeker dat mijn passie en aandacht voor GroenLinks én Ajax in alle gevallen even groot zijn, wat anderen ook mogen zeggen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS