Afkicken

Lange tijd heb ik mezelf en anderen verteld dat het heerlijk was: geen vergaderingen meer tot laat in de avond, geen bergen papier die de brievenbus verstopten. Maar ruim na de machtswisseling in maart lijkt het me nu toch tijd om toe te geven dat ik de politiek best wel een beetje mis. Mijn rationele ik roept mij toe dat ik het in de oppositie helemaal niet zo leuk had gevonden, zeker niet als ik mij dan in gezelschap van de PVV had bevonden en dat ik niet meer de echte motivatie had om ook jaar negen, tien, elf en twaalf in de provincie door te brengen. Ongetwijfeld is dat voor een belangrijk deel waar, maar toch…

In een positieve inschatting van zowel mijn eigen plek op de lijst als de uitslag voor GroenLinks had ik er toch wel op gerekend in de Eerste Kamer te komen. Nu zit ik in de wachtkamer als tweede opvolger, in de wetenschap dat in de afgelopen jaren nauwelijks GroenLinks senatoren voortijdig zijn afgezwaaid (behalve wanneer zij daartoe een niet zo stille hint kregen). Dus het heeft weinig zin daar tot 2015 op te gaan wachten.

Maar wat dan? Voor burgemeester vind ik mezelf nog te jong, wethouder lijkt me interessant, maar ja daar kom je ook niet zomaar tussen en al te ver weg van Amsterdam wil ik liever niet. De nieuwe gemeenteraden worden in 2o14 gekozen, de Tweede Kamer – als het kabinet-Rutte blijft zitten, pas in 2015.

Best raar dus. Had ik al gezegd dat ik toch een beetje verslaafd ben geraakt aan de politiek? Dat het toch een beetje leeg voelt zo zonder echte functie binnen GroenLinks? Nee, dit is geen wanhopige sollicitatie, geen schreeuw om hulp. Maar wel een kleine cri-de-coeur. Doe ermee wat u wilt!

Political Song XXVI: Ludwig van Beethoven – Ode an die Freude (1824)

Een paar weken geleden mocht ik bij BNR iets zeggen over de vraag waarom Europa toch maar niet populair wil worden. Terwijl het objectief een doorslaand succes is: al tientallen jaren democratie en geen oorlog, ongekende welvaart en groei, vrij verkeer en een gezamenlijke munt die op vakantie gaan en zaken doen zo veel makkelijker maakt. Wat Europa wel mist, zeker in tijden waarin er zo’n grote behoefte  aan bestaat, is een herkenbare en aansprekende leider. Wat Europa ook mist, zijn dappere nationale politici die het belang en de onvermijdelijkheid van Europese samenwerking met verve durven verdedigen.

In plaats daarvan wordt ook ons land geplaagd door bange leiders, die met een vals nationalistisch beroep op onze identiteit en onze portemonnee de broodnodige integratie vooral tegenwerken. Dieptepunt daarvan vond ik een aantal jaren geleden de kleinburgerlijke inzet van de Nederlandse regering – na het Grondwetreferendum – om het Europese volkslied de nek om te draaien. Een belediging voor de schitterende muziek die Beethoven, al geheel doof, begin 19e eeuw schreef. Het zou zijn laatste symfonie worden, net zoals Schubert, Bruckner en Dvorak niet verder kwamen dan negen (een groot schrikbeeld voor Mahler, die om het lot te slim af te zijn eerst aan zijn 10e symfonie begon). De tekst is van de beroemde dichter Friedrich von Schiller:

Freude, schöner Götterfunken,
Tochter aus Elysium,
Wir betreten feuertrunken,
Himmliche, dein Heiligtum!
Deine Zauber binden wieder,
Was die Mode streng geteilt;
Alle Menschen werden Brüder,
Wo dein sanfter Flügel weilt.

De ‘Ode aan de vreugde’ werd al in 1972 door de Raad van Europa als volkslied gekozen, wat in 1985 door de leiders van de Europese Gemeenschap werd bevestigd. Bij de hereniging van de beide Duitslanden in 1989 klonk de 9e als bezegeling, onder leiding van Leonard Bernstein. Deze markante dirigent – gestorven in 1990, ik heb hem helaas nooit live gezien – voelde een sterke verbondenheid met Beethoven (zoals ook te zien in de ontroerende documentaire Reaching for the Note) en daarom koos ik als 26e political song ook voor een opname met Bernstein:

Ode an die Freude – Beethoven/Bernstein

Een lege agenda

Zo af en toe krijg ik de vraag of het een beetje lukt met afkicken. Inderdaad, een beetje is wel het goede woord. Het blijft een vreemde gewaarwording om aan het eind van de werkdag een nauwelijks gevulde brievenbus aan te treffen, waar die doorgaans overvol was met provinciale enveloppen. Of van andere maatschappelijke organisaties die van hun doen en laten graag ook Statenleden op de hoogte wilden stellen. Ik merk het ook aan de flink gereduceerde hoeveelheid mails en telefoontjes.

Het meest in het oog springende verschil is echter mijn lege agenda. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat ik twee weken lang geen enkele afspraak in de avonduren heb.  Dat had ik in acht jaar niet meer meegemaakt (vakanties uitgezonderd). Zo kan ik drie avonden achter elkaar Europees voetbal kijken, met vrienden afspreken die ik een tijd niet meer gezien heb, meer aandacht aan mijn geliefde besteden en boeken lezen waarvan ik alleen nog kaft en omslag goed heb bestudeerd.

Bovenal, hoe clichématig het ook klinkt, is het een tijd om na te denken. Wat wil ik met deze “vrije” tijd gaan doen? Plannetjes voor workshops, trainingen, discussies waar ik al wat langer mee rondloop, kunnen nu hopelijk concreter worden. Dat wil ik in enige vorm sowieso voor GroenLinks gaan doen, maar vast ook daarbuiten. U weet me te vinden…

Gekozen tot Beste Webpoliticus 2011

Vandaag maakte de website Beste Webpoliticus bekend dat ik door de jury ben uitgeroepen tot winnaar van 2011. Een hele grote eer! Vanmiddag om 16.00 heb ik de prijs op het provinciehuis in Haarlem in ontvangst genomen en het juryrapport uitgereikt gekregen. Naast veel lovende woorden was er uiteraard ook nog een puntje van kritiek: het taalgebruik mag soms wat toegankelijker en de berichten mogen wat korter. Ik ga mijn best doen!

Hierbij feliciteer ik ook de andere winnaars in de diverse andere categorieën: Ger Driessen (persoonlijke website), Rosa van der Tas (publieksprijs), Jo Schriek (sociale media) en in het bijzonder mijn partijgenoten in Noord-Brabant (partijwebsite).

De jury schrijft over mij: 

Harmen Binnema is volgens de jury een politicus die heel slim gebruik maakt van het internet. Hij is een voorbeeld voor andere webpolitici. Binnema heeft een overzichtelijke website met een actuele blog en heldere standpunten en hij is actief op diverse sociale media. Binnema’s digitale communicatie is persoonlijk en interactief: via de verschillende media houdt hij intensief contact met kiezers en collega-politici.  De jury roemt vooral de continuïteit van Binnema: ook buiten verkiezingstijd houdt hij zijn webactiviteiten up to date en levend.

En ik was zeker van plan daarmee door te gaan, ook als we onverhoopt geen zeven zetels in de Eerste Kamer halen…

Political Song XVI: Eric Bogle – And The Band Played Waltzing Matilda (1971)

Al zappend kwam ik eens een fragment tegen van André Rieu in Australië. Wie mij een beetje kent, zal weten dat ik niks heb met Weense walsen, laat staan in de übercommerciële uitvoering die Rieu eraan geeft. Maar toch bleef ik even kijken en zag zo hoe het publiek genoot van Walzing Matilda als slotstuk van het concert. Daarmee doe je het in Australië altijd goed, want dit door Banjo Paterson eind 19e eeuw geschreven lied geldt immers als officieus volkslied. Voor de echte liefhebbers: een matilda schijnt een plunjezak te zijn en waltzing is afgeleid van ‘auf die Walz gehen‘ (op stap gaan).

Begin jaren ’70 verwerkte Eric Bogle, een Schotse singer-songwriter die kort daarvoor naar Australië was geëmigreerd, dit thema in And The Band Played Waltzing Matilda. Net als in een aantal andere songs van Bogle is de oorlog een belangrijk thema en dan met name de zinloosheid en wreedheid daarvan. Er wordt verhaald van de slag die Australische en Nieuw-Zeelandse legers in 1915 (Eerste Wereldoorlog) leverden om Gallipoli te veroveren door de ogen van een soldaat die daarbij verminkt raakte. Het was de eerste grote militaire operatie van beide landen en vele duizenden soldaten stierven. Om die reden is ANZAC day (25 april) nog altijd een belangrijke herdenkingsdag.

Gezien de tijd waarin het lied werd geschreven, zagen sommigen er ook een aanklacht tegen de Vietnam oorlog in. Velen hebben And The Band Played Waltzing Matilda gecoverd, zoals Liam Clancy, Joan Baez en The Pogues. Ik twijfelde nog of ik die laatste versie hier zou plaatsen, maar koos uiteindelijk voor Eric Bogle’s origineel:

Lekker gelopen

Egmond
Vanochtend heb ik al hardlopend genoten van strand en duinen bij Egmond, wat is het daar toch mooi! Voor mij de eerste dat ik meedeed, aan de kwart marathon om precies te zijn. Na een trage start met veel lopers door smalle straten (ik vrees dat ik daar wat kostbare minuten heb verloren…) een pittig stuk over het strand. Alhoewel, pittig: de tegenwind viel erg mee en het zand was goed stevig om op te lopen. Ook de kou was goed te doen, ik begon het na een tijd haast warm te krijgen en was blij dat ik mijn handschoenen thuis had gelaten. Na een steile klim door het zand volgde een fraaie tocht door het PWN duingebied, waar ik ook goed op tempo kwam. Zo was mijn tweede helft zo’n vijf minuten sneller dan de eerste helft.

Al met al een acceptabele eindtijd van 57:33 (gemiddelde snelheid 10,999 km/h). Gelukkig heb ik het slappe excuus dat het trainen er wat bij in was geschoten door alle nieuwjaarsborrels… Maar hoe dan ook, dat moet volgend jaar wel onder de 55 minuten! Het grote voordeel is dat ik nu het parcours beter ken en ik zal zorgen dat ik wat ruimer op tijd ben, zodat ik vooraan in het vak kan starten en het aantal mensen om in te halen een stuk minder is.

In elk geval heb ik de smaak te pakken. Wie mij in actie wil zien, kan op 14 maart terecht in Den Haag of op 19 april in Hilversum, beide keren een afstand van 10 km.