Vacaturetip

Nadat de profielschets officieel aan minister Ter Horst was overhandigd en de Staten mij samen met negen collega-fractievoorzitters in de vertrouwenscommissie hadden gekozen, was het dan echt zover. De start van de zoektocht naar een nieuwe Commissaris der Koningin in Noord-Holland. Het is de bedoeling om voor de zomer de opvolger van Harry Borghouts te installeren.

Fijntjes wees de minister er nog op dat een herhaling van de vorige keer – toen de naam van Netelenbos voortijdig uitlekte – absoluut voorkomen moet worden. Oftewel, ik zal de komende maanden hierover op dit weblog niets schrijven. Maar alle speculaties zal ik met belangstelling lezen!

De vacature:

De minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties maakt bekend dat het ambt van commissaris van de
Koningin m/v in de provincie Noord-Holland per 1 december 2009 vacant
is.

De Minister heeft onlangs
Provinciale Staten van Noord-Holland gehoord over de aan de te benoemen
commissaris van de Koningin te stellen eisen van bekwaamheid en
geschiktheid.

   

U kunt de profielschets en
nadere informatie verkrijgen bij het hoofd cluster Politieke
Ambtsdragers/Chef Kabinet van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties (tel: 070-426 61 63).

Een
assessment op één of enkele selectiecriteria kan eventueel deel
uitmaken van de procedure; oogmerk daarvan zal dan zijn de
vertrouwenscommissie over aanvullende informatie te laten beschikken
bij de afronding van het advies.

   

Indien u
voor de functie in aanmerking wenst te komen, wordt u uitgenodigd dit
voor 17 februari 2010 kenbaar te maken. U wordt verzocht uw reactie
vergezeld te doen gaan van een recente pasfoto.

Uw
sollicitatie dient te worden gericht aan Hare Majesteit de Koningin en
– onder vermelding van de aanduiding “vertrouwelijk” op de enveloppe –
te worden toegezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, t.a.v. hoofd cluster Politieke Ambtsdragers/Chef
Kabinet, Postbus 20011, 2500 EA Den Haag.
 

Indien
u de aandacht op geschikte kandidaten wilt vestigen, kunt u dit
rechtstreeks schriftelijk (met dezelfde aanduiding op de enveloppe)
kenbaar maken aan de minister. In verband met de voortgang van de
procedure worden eventuele suggesties graag zo spoedig mogelijk
tegemoet gezien.

Opstappers en doorschuivers

Aardig artikel in de Volkskrant over Kamerleden die tijdens de zittingsperiode zijn vertrokken:

De afgelopen jaren hebben 18 Kamerleden Den Haag verruild voor iets
anders. Soms gedwongen, zoals GroenLinkser Wijnand Duyvendak, na zijn
inbraakaffaire uit de jaren tachtig. Maar meestal vrijwillig: CDA’er
Roland Kortenhorst besloot zijn zetel in te leveren en begon een
vliegtuigbedrijf.

Twee PvdA’ers uit de Kamer werden burgemeester.
De Socialistische Partij benoemde Rosita van Gijlswijk tot
penningmeester van de landelijke partij, twee andere SP’ers vertrokken
uit de Kamer wegens persoonlijke omstandigheden. Na de Europese
verkiezingen vertrokken afgelopen jaar nog eens drie parlementariërs
(CDA, VVD en PVV) naar Brussel.

Meer dan 1 op de 10 vertrokken, een hoger percentage dan in vorige periodes. De trend was mij ook al opgevallen in een onderzoekje dat ik heb gedaan naar politieke carrières van Europarlementariërs en Tweede Kamerleden. Mijn interesse heeft vooral het fenomeen "level-hopping": politici die door de jaren heen op meerdere bestuurlijke niveaus actief zijn. Zoals Maxime Verhagen, die raadslid in Oegstgeest is geweest, lid van het Europees Parlement en Kamerlid.

In het artikel worden ook zorgen geuit over de snelle omloop in de Kamer. Er zijn nog maar weinigen zoals Van der Vlies (SGP) of Marijnissen (SP) die meer dan drie periodes achtereen in de Kamer actief zijn. Vanuit de gedachte dat een institutie als de Tweede Kamer sterker wordt ten opzichte van de regering wanneer er meer gestolde kennis en ervaring is, lijkt die trend inderdaad zorgwekkend.

Overigens wordt de traditionele partijcarrière "van folderaar tot minister" ook zeldzamer. Er komen meer en meer Kamerleden die niet of nauwelijks eerdere politieke ervaring hebben opgedaan. Bijna de helft van de huidige lichting heeft niet eerder in een gemeenteraad of in Provinciale Staten gezeten en niemand heeft de stap van Brussel naar Den Haag gemaakt.

Ter vergelijking heb ik eens gekeken naar het verloop in de Staten van Noord-Holland en de ervarenheid van mijn collega’s. Niet minder dan 14 Statenleden (van de 55) blijken te zijn "vertrokken". Dat getal moet meteen genuanceerd worden: 9 van hen zijn gedeputeerde geworden. De eerste 6 bij de formatie van het college in 2007, de andere 3 bij de nieuwe start in 2009. Feitelijk gaat het dus om 5 Statenleden (een verloop van 9%) die zijn vertrokken: 3 om persoonlijke redenen, 2 werden wethouder.

De gemiddelde anciënniteit is 1803 dagen, bijna 5 jaar. Als lid van de lichting-2003 zit ik dus al boven het gemiddelde. Zeker geldt dat voor de 9 collega’s die geïnstalleerd werden in maart 1999 en voor onze nestor Piet Bruystens (Ouderenpartij, maart 1995). Daar staat tegenover dat de meerderheid (56%) aan de eerste periode in de Staten bezig is, van wie 4 leden nog maar een paar maanden.

Voor ons is het eveneens afwachten wat er in maart 2010 gaat gebeuren, wanneer veel gemeenten op zoek gaan naar wethouders. Zou zomaar kunnen zijn dat daar een paar van de huidige Statenleden tussen zitten…

Profielschets voor nieuwe Commissaris: geef uw advies!

(van de provinciale website)

Harry Borghouts neemt op 1 december 2009 afscheid als commissaris
van de Koningin in de provincie Noord-Holland. Provinciale Staten
zoeken nu een opvolger en zij vinden het belangrijk dat dit iemand is
die goed bij Noord-Holland past. De Staten willen daarom via een
raadpleging graag weten welke eigenschappen de inwoners van de
provincie belangrijk vinden voor de nieuwe commissaris.

Hieronder vindt u een link naar een formulier waarop u uw voorkeur kunt invullen. Dat kan tot en met 23 november.

Raadpleging nieuwe commissaris van de Koningin

100 miljoen voor het beste idee

Er zijn van die debatten waarbij ik, als de meesten van mijn collega’s aan het woord zijn geweest, de helft van mijn zo mooi voorbereide bijdrage kan schrappen. Gelukkig komt dit niet zo vaak voor, omdat ik, al zeg ik het zelf 🙂 meestal wel een redelijk originele invalshoek heb en de meeste onderwerpen net iets anders bekijk. Maar vandaag bij de bespreking van de rompbegroting, sowieso al een flink uitgeklede aflevering van de Algemene Beschouwingen, was het meeste al wel zo’n beetje gezegd toen ik traditioneel als laatste in de rij het woord mocht voeren. Zelfs de kans op de opmerking dat ik in mijn hele Statenperiode nog niet zo’n korte en bondige bespreking van de begroting had meegemaakt, was net voor mij door Johan Bruins Slot (CDA) weggenomen. 

Het meest pikante onderwerp stond later op de dag op de agenda: het intrekken van de ruim 100 miljoen voor de tunnel van de Zuidtangent. De discussie in de commissie Wegen, Verkeer en Vervoer was behoorlijk stevig en ik was vooral benieuwd hoe SP en PvdA zouden reageren. In de eerste termijn vond ik dat nog wat lastig in te schatten, maar ik merkte wel dat het besluit van Haarlem (waar deze beide partijen in het college zitten) wat halfslachtig verdedigd werd, of nauwelijks genoemd. Na het diner werd steeds duidelijker dat ook PvdA en SP zouden instemmen met het weghalen van het geld bij Haarlem, wanneer wel het eindrapport van de Tunnelstudie nog besproken zou worden. Het resultaat bij de stemming: 49 stemmen voor intrekken van de 100 miljoen en 0 tegen. Benieuwd hoe Haarlem hierop zal reageren. In de komende tijd zal het overigens nog een hele klus worden voor dit geld een goede nieuwe bestemming te vinden…

Een dag eerder (ja, op zondag!) was ik bij de ledenvergadering van Amsterdam West, de GroenLinks afdeling die hoort bij het nieuwe stadsdeel waarin De Baarsjes, Bos en Lommer, Westerpark en Oud-West in samengaan. In deze vergadering werd het verkiezingsprogramma vastgesteld en enkele leden hadden zich uitgeleefd in het schrijven van amendementen. Toegegeven, ik was ook één van de enthousiastelingen die de teller voorbij de 100 liet gaan. Maar mijn wijzigingen waren op drie na vooral kleine tekstuele verbeteringen. In een prima sfeer met prettige inhoudelijke discussie werden alle amendementen onder de kundige leiding van Coos Hoebe netjes binnen de tijd afgewerkt. Er ligt nu een programma waar we uitstekend de verkiezingen mee kunnen ingaan. Dit succes werd beklonken met een borrel.

Eind van deze maand zullen we de kandidatenlijst gaan vaststellen, dan wordt het nog spannender. In de wandelgangen werd al flink gespeculeerd wie er mee gaan doen en voor welke plek zij in aanmerking zouden komen. In elk geval heb ik al een aantal (nieuwe en oude) kandidaten gezien over wie ik enthousiast ben en die ik graag naar een hoge plek zou willen pleiten.

Museum voor Realisme mogelijk afbouwen met hulp van provincie

Bericht afkomstig van nu.nl:

Voorwaardelijke steun voor redding Scheringa Museum

SPANBROEK – Het CDA en GroenLinks in Noord-Holland zijn onder voorwaarden bereid mee te werken aan het reddingsplan dat PvdA-fractieleider Tjeerd Talsma woensdag heeft gepresenteerd voor het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek. Dit zeggen woordvoerders van beide statenfracties woensdag.

Fractieleider Harmen Binnema van GroenLinks kan zich ”in principe” vinden in het idee dat de provincie het geld bijeen schraapt om de bouw van het nieuwe museum af te ronden. ”Ik zie de waarde voor de regio, maar we gaan niet zomaar een zak geld brengen. Ik wil om te beginnen graag weten over hoeveel geld we het hebben. Ook is de medewerking van ABN Amro met betrekking tot de kunstcollectie noodzakelijk. Verder moet de directie voor een goed exploitatieplan zorgen.”

Standpunt

Fractielid Aagje Zeeman van het CDA neemt een vergelijkbaar standpunt in. ”We staan er positief tegenover. Er moet wel absolute zekerheid over de collectie komen. We betalen niet voor een hok met doeken, maar voor een regionale voorziening met economisch en toeristisch perspectief. En het moet duidelijk zijn dat het museum zichzelf op termijn kan bedruipen.”

Het CDA en GroenLinks vormen samen met de PvdA en de VVD het college van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. VVD-fractieleider Cees Loggen was woensdagochtend niet bereikbaar.

Noord-Hollanders praten mee over nieuwe Commissaris

Vandaag heb ik in het nieuws van RTV Noord-Holland het voorstel gedaan om de inwoners van Noord-Holland te raadplegen over het functieprofiel van de nieuwe Commissaris van de Koningin. Welke kwaliteiten verwachten zij van een Commissaris en welke eigenschappen zien zij liever niet? De komende weken zullen de partijen in Provinciale Staten druk bezig zijn met het opstellen van dit profiel en daarbij is goede raad meer dan welkom.

Bij de recente keuzes van een nieuwe burgemeester in Groningen en een nieuwe Commissaris in Noord-Brabant zijn met zo’n raadpleging goede ervaringen opgedaan. Terecht merkten mijn collega’s Cees Loggen (VVD) en Tjeerd Talsma (PvdA) op dat ook maatschappelijke organisaties geraadpleegd moeten worden én dat er serieus met de resultaten van de enquête omgegaan moet worden. Inderdaad moet het niet alleen voor de vorm zijn, om vervolgens geheel je eigen gang te gaan. Ik denk dat het, vergelijkbaar met de eerdergenoemde initiatieven, moet leiden tot een zwaarwegend advies voor het uiteindelijke profiel. Want de Staten maken uiteraard wel de uiteindelijke keuze.

Concreet denk ik aan een tiental stellingen waarin verschillende kwaliteiten benoemd worden: integriteit, herkenbaarheid, communicatie, bindend vermogen etc. Met een rangorde kunnen mensen dan aangegeven  welke daarvan écht belangrijk zijn, welke wenselijk en welke minder belangrijk. Vervolgens kan iedereen nog extra kenmerken toevoegen die niet bij die tien staan en eventueel een voorkeur uitspreken over man/vrouw, leeftijd etc. Ik ben benieuwd wat dit op gaat leveren!

Haarlem verspeelt 100 miljoen voor openbaar vervoer

Waar ik een paar weken voorzichtig optimistisch schreef dat B&W in Haarlem wakker leken te worden, kon ik vandaag constateren dat de ogen nog potdicht zijn en de slaap voortduurt. Hoewel wethouder Jan Nieuwenburg nog een dappere poging deed, kon zijn lange inspraak niet verhullen dat Haarlem kort voor de zomer een hopeloos besluit genomen heeft en – nog erger – daarvoor ook een beroerde inhoudelijke onderbouwing heeft. 

Nieuwenburg deed een omzichtige maar doorzichtige poging om de beschikbare 105 miljoen te presenteren als een bedrag dat ergens in Haarlem voor iets met hoogwaardig openbaar vervoer ingezet zou kunnen worden. Terwijl de discussie sinds 2002, bekrachtigd in het besluit dat de Staten in 2005 namen, toch echt ging over de Spaarnepassage en wel in het bijzonder een tunnel. Misschien dat bij Nieuwenburg een lichtje had kunnen gaan branden toen hij leiding ging geven aan de stuurgroep Tunnelstudie… Op de vraag of ook hij al deze miljoenen beschouwde als een ‘fooi van Mooij’ gaf Nieuwenburg wijselijk geen antwoord. Wel herhaalde hij het opmerkelijke pleidooi om nog eens bij het Rijk te toetsen hoeveel geld daar beschikbaar zou zijn voor de tunnel – terwijl elke bestuurder toch weet dat de eerste vraag die de minister dan stelt is hoeveel de gemeenten in de regio (inclusief Haarlem) eigenlijk van plan zijn bij te dragen. En zelfs als er positief nieuws uit Den Haag komt, is het gezien de verhoudingen in de Haarlemse raad, nog niet eens zeker of dat geld vervolgens voor een tunnel ingezet kan worden! Terecht laat onze gedeputeerde Elisabeth Post zich niet met zo’n boodschap op pad sturen.

Alleen de PvdA ondersteunde de merkwaardige argumentatie van Nieuwenburg en meende dat Haarlem groot onrecht was aangedaan. Achteraf maakte woordvoerder Gohdar Massom zich via twitter boos dat het eindrapport nooit in de Staten is besproken. Hij miskent daarmee dat alle onderdelen van de studie in verschillende stadsateliers zijn bediscussieerd en we vrijwel elke commissievergadering de voortgang van de Zuidtangent hebben besproken. Bovendien zou het – eind juni of nu – een wat onwerkelijke discussie zijn, wanneer je al weet dat Haarlem een keuze tegen de tunnel heeft gemaakt. De SP, in Haarlem coalitiepartij samen met VVD en PvdA, verloor zich in details die weinig meer met het onderwerp te maken hadden, maar steunde uiteindelijk noch de gedeputeerde noch de wethouder. De rest van coalitie, inclusief mijn partij dus, en oppositie hadden weinig begrip voor Haarlem en des te meer voor het standpunt van Gedeputeerde Staten.