Weblog

Political Song XXIV: Bob Marley – Redemption Song (1980)

Geplaatst door Harmen Binnema op 31 december 2010 / 2 reacties

Hoe en wanneer het precies is gekomen, kan ik niet meer helemaal nagaan. Maar sinds een paar maanden klinkt in de Arena telkens in de rust Three little birds van Bob Marley. Natuurlijk vooral vanwege de geruststellende woorden “Don’t worry ’bout a thing / ‘Cause every little thing gonna be all right”. Een tekst die dit seizoen overigens aan het begin vanzelfsprekend klonk, daarna optimistisch tegen beter weten in, en de laatste weken weer ouderwets geruststellend. De calvinist in mij denkt dan maar dat er ook nog gewerkt moet worden en niet alles vanzelf gaat.

Maar goed, Bob Marley behoorde nou niet direct tot mijn lievelingsartiesten. Sterker nog, ik zou nauwelijks meer dan drie songtitels kunnen reproduceren. Van reggae word ik niet echt warm, van rastahaar krijg ik jeuk, blowen vind ik niks aan en ik voel geen diepe behoefte mijn volgende vakantie op Jamaica door te brengen.

Ik ben niet bekeerd (en zeker niet tot het Rastafari geloof), maar moet toch erkennen dat ik Bob Marley meer recht moet doen. Dan vooral vanwege zijn politieke en maatschappelijke betekenis voor het land Jamaica en het tegengaan van spanningen tussen bevolkingsgroepen. Want de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik met een groot deel van zijn muziek nog steeds weinig op heb. Wel maak ik heel graag een uitzondering voor wat vandaag de 29e political song is geworden: “Redemption Song“.

In The New Statesman is al fraai betoogd waarom dit lied, naast ”Get Up, Stand up” een politieke lading heeft. Tegelijk is er een duidelijke religieuze inspiratie te horen, al was het maar door de verwijzing naar verlossing of aflossing. En om dan toch het contrast te maken met alles dat wel in orde komt: wat mij aanspreekt is de activistische houding die klinkt in “How long shall they kill our prophets / While we stand aside and look?” en de oproep om daar iets te gaan doen. Breekbaar, kwetsbaar en in het besef wat kan en wat niet.

Won’t you help to sing
Another song of freedom? -
‘Cause all I ever had:
Redemption songs -
All I ever had:
Redemption songs:
These songs of freedom,
Songs of freedom.

Minder dan een jaar na het uitkomen van “Redemption Song” stierf Bob Marley, toen hij het schreef had de huidkanker zich al genesteld. Volgens sommigen is ook het besef van de naderende dood in dit lied te horen. In elk geval is het soberder uitgevoerd dan veel andere nummers, akoestisch en zonder begeleiding. Zo klonk het live in Dortmund:

 

Dit was 2010

Geplaatst door Harmen Binnema op 30 december 2010 / 1 reactie

Het was in meerdere opzichten een bijzonder jaar, 2010, met een aangenaam slot. Ik kijk met plezier terug op 2010 en kijk uit naar 2011. Evenals vorig jaar blik ik terug met de top-10 van muziek die ik aan het werk achter mijn computer het meest heb gedraaid:

  1. Wende – Dis, quand reviendras-tu?
  2. Coldplay – Fix you
  3. De Dijk – Zullen we dansen
  4. Jim Croce – Time in a bottle
  5. Iron and Wine – Naked as we came
  6. Kings of Convenience – I’d rather dance with you
  7. The Fray – How to save a life
  8. Hello Saferide – RE: Always on my mind
  9. Admiral Freebee – Nobody knows you
  10. Coldplay – Viva la vida

De musicoloog of psycholoog die op deze al dan niet samenhangende lijst een analyse wil loslaten, is van harte uitgenodigd.

Voor mij rest nu nog alle lezers een 2011 vol kleur en mooie gedachten te wensen!

 

Proeven aan de provincie II: Moties

Geplaatst door Harmen Binnema op 23 december 2010 / 1 reactie

Eén van de mooiste onderdelen van het politieke handwerk is toch wel de motie. Vandaar dat deel 2 van 'proeven aan de provincie' aan dit fraaie instrument is gewijd. Laat ik meteen ook maar aankondingen dat een volgende keer het amendement aan bod komt (en dan leg ik ook uit wat het verschil met een motie is).

Een motie bevat meestal een verzoek of een opdracht – het dictum - aan het bestuur, in het geval van de provincie is dat Gedeputeerde Staten. Er kan echter ook een mening van de Staten in worden verwoord die niet direct aan GS gericht is, maar bijvoorbeeld aan het kabinet of naburige provincies (tip: vermijd hierbij moties met een hoog 'Noord-Holland waarschuwt … voor de laatste keer'  gehalte). Na de uitspraak die van de Staten wordt verwacht, hoort een motie te eindigen met 'en gaan over tot de orde van de dag'. Uiteraard dient een motie ondertekend te zijn door tenminste één lid van Provinciale Staten.

De essentie zit, zowel taalkundig als politiek-strategisch, in de overwegingen en constateringen. Ten eerste de taal: alle gedachtestreepjes moeten aansluiten bij 'overwegende dat' of 'constaterende dat'; ik weet uit ervaring dat het hier heel vaak misgaat. Zelf heb ik er een voorkeur voor deze overwegingen op te bouwen van generaal naar specifiek. Dus bijvoorbeeld eerst verwijzen naar algemene uitgangspunten van beleid – duurzaamheid, solidariteit, financiële haalbaarheid - en daarna op een specifiek onderwerp inzoomen. Hierbij helpt het als je kunt verwijzen naar al eerder vastgelegd beleid, zoals het collegeprogramma, de structuurvisie (of een andere belangrijke beleidsnota) en soms ook rijksbeleid. De verdere overwegingen zijn dan een nadere invulling of toepassing van dat principe.  

Daarmee kom ik meteen bij het tweede aspect: politieke strategie. Juist de overwegingen kunnen steun voor de motie maken of breken. Met andere woorden, ik ben geneigd met Ab Klink te zeggen dat motieven ertoe doen in de politiek. Natuurlijk zijn andere partijen wel eens bereid uit pragmatische overwegingen toch met een motie in te stemmen, omdat de uitspraak hen - ondanks de overwegingen – wel bevalt. Maar veel discussie ontstaat vaak juist over de overwegingen. Als het goed is, bevat de motie namelijk een dwingende logica die loopt van de brede overwegingen via de specifieke overwegingen en dan naar de uitspraak die van de Staten wordt gevraagd. Hoewel het uiteindelijk draait om het dictum, voelen alle partijen die voor een motie hebben gestemd, zich indirect ook aan de overwegingen gebonden. Als je een meerderheid wilt halen (en het betreft dus geen symboolmotie om een statement te maken), probeer dan in de overwegingen met gevoeligheden van andere partijen rekening te houden.

Een nadeel van de motie is dat deze door het bestuur naast zich neergelegd kan worden. Dit gaat vrijwel nooit zonder slag of stoot. Op z'n minst zal de gedeputeerde in de commissie of in PS moeten uitleggen waarom hij of zij de motie niet uitvoert (of maar ten dele). Niet uitvoeren van een motie kan er uiteindelijk toe leiden dat het vertrouwen in de gedeputeerde wordt opgezegd. Aan de andere kant is mijn ervaring dat je juist vanwege deze uitvluchtmogelijkheid soms eerder steun krijgt voor een motie dan een amendement. Andere partijen kunnen in een latere fase uitleggen dat ze het vooral als een signaal hebben bedoeld, terwijl je op het moment zelf wel politiek en publicitair kunt scoren met een binnengehaalde motie.  Je kunt ook bewust ervoor kiezen in de uitspraak van je motie meerdere opties voor uitvoering open te houden, zodat je een nieuw moment voor invloed en bijsturing inbouwt. Nog een andere mogelijkheid is de motie 'aan te houden' in de hoop dat je na nieuwe ontwikkelingen twijfelaars alsnog over de streep kunt trekken.

Een bijzondere motie is de 'motie vreemd aan de orde van de dag'. Deze gaat over een onderwerp dat niet op de agenda van de Statenvergadering staat, maar wel zo belangrijk wordt gevonden dat het per se die dag besproken moet worden (meestal vanwege de actualiteit). Ik vind dat dit soort moties alleen bij hoge uitzondering ingediend zouden moeten worden. Vaak blijkt dat het ook best op een later tijdstip had gekund, of gekoppeld had kunnen worden aan één van de agendapunten.

Overdaad schaadt sowieso al, maar dat kan nog worden versterkt door haast en slordigheid. Vandaar ook dat ik afsluit met een hartenkreet zuinig te zijn op en met de motie. Anders verliest dit prachtige instrument al gauw zijn glans en zijn waarde.

 

Op weg naar de Eerste Kamer?

Geplaatst door Harmen Binnema op 20 december 2010 / 3 reacties

Vanmiddag is dan eindelijk het advies van de kandidatencommissie voor de Eerste Kamer bekend geworden. Voor sommigen zal het oud nieuws zijn, voor anderen een verrassing, maar hoe dan ook: ik sta erbij! De commissie adviseert voor mij een 'opvolgingsplek' vanaf plek 7. De motivatie klinkt als volgt:

Jonge academicus met partijpolitieke ervaring

Harmen is een serieuze politicus die zorgvuldig formuleert en voor zijn leeftijd flink wat politieke ervaring meebrengt. Harmen werkt als universitair docent en is in die hoedanigheid deskundig op het terrein van politicologie en bestuurskunde. Hij kiest een sterk inhoudelijke en vaak analytische benadering die past bij het Eerste Kamerwerk. In de provincie Noord-Holland wordt de inbreng van Harmen als Statenlid en fractievoorzitter bijzonder gewaardeerd, zowel binnen als buiten de partij.

Harmen vervult al jarenlang met hart en ziel verschillende functies binnen GroenLinks en heeft daarmee een uitgebreid netwerk opgebouwd. Zijn netwerk bevindt zich met name binnen de academische en politieke wereld, dit kan zowel een kracht als een beperking zijn. Wij dragen Harmen Binnema voor een opvolgplek voor in blok 3.

Uiteraard had ik stiekem gehoopt op een plek in blok 2. Sinds ik het advies twee weken terug hoorde, heb ik vast een beetje aan die teleurstelling kunnen wennen. Tegelijk ben ik blij met de tekst van het advies, die recht doet aan wie ik ben en wat ik doe. Bovendien was ik benieuwd welke "concurrenten" ik voor mij moest dulden. Nu ik die vandaag heb gezien, kan ik mij de afwegingen van de commissie voorstellen.

Op 5 februari zal het partijcongres in Hilversum (meld u allen aan!) definitief de lijst vaststellen. Tot dat moment heb ik gelegenheid intern campagne te voeren en zoveel mogelijk leden ervan te overtuigen mij te steunen. Ik hoop daarbij op de morele en praktische hulp van velen – binnen en buiten GroenLinks – die in de afgelopen weken enthousiast op mijn kandidatuur gereageerd hebben.

Overigens ben ik van mening dat de Eerste Kamer behouden dient te blijven :-)  

 

Bij het afscheid van Femke

Geplaatst door Harmen Binnema op 18 december 2010 / Reageren uitgeschakeld

Weggaan is iets anders

dan het huis uitsluipen

zacht de deur dichttrekken

achter je bestaan en niet

terugkeren. Je blijft

iemand op wie wordt gewacht.

— 

Weggaan kun je beschrijven als

een soort van blijven. Niemand

wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid

want je gaat niet weg.

 Rutger Kopland – Weggaan

 

Proeven aan de provincie I: Vragen

Geplaatst door Harmen Binnema op 13 december 2010 / 1 reactie

Het einde van mijn werk in de Staten komt steeds dichterbij. Wie afscheid neemt, voelt vaak de behoefte om iets na te laten voor de volgende generatie. Ik ben daarop geen uitzondering en daarom zal ik in de weken tot aan 2 maart onder het mom 'proeven aan de provincie' een aantal adviezen meegeven aan toekomstige Statenleden. Gratis, herkenbaar, eenvoudig, en bovenal: niet partijgebonden. Vandaag deel 1: vragen die altijd van pas komen.

Denk je in: een drukke week op je werk, zodat je weinig tijd hebt gehad de stukken te lezen voor een vergadering. Misschien ook herkenbaar: een gezellige avond, iets te veel wijn gedronken en van je goede voornemen 's avonds nog wat uit te zoeken is weinig terecht gekomen. Of: de deskundigen die je had willen raadplegen namen hun telefoon niet op, waren op vakantie of gaven antwoorden waardoor je er nog minder van begreep. In zo'n geval kun je de volgende vragen altijd gebruiken:

  • Is de planning wel haalbaar of houdt u rekening met vertragende factoren?
  • Wil de gedeputeerde de commissie van de voortgang op de hoogte houden? 
  • Wil de gedeputeerde de verdere uitwerking van het project in de commissie bespreken?
  • Bent u bereid het project over 1/2/3/4 jaar te evalueren?
  • Verwacht u dat het budget voldoende zal zijn?
  • Wil de gedeputeerde ons meteen informeren als er eventuele wijzigingen optreden tijdens de uitvoering van het project?
  • Kunt u aangeven wat de financiële/juridische/samenwerkings risico's zijn?

In de meeste gevallen is het antwoord voorspelbaar en/of onbelangrijk. Je hoeft dus eigenlijk ook niet echt op te letten, dat scheelt weer.

Overigens ben ik van mening dat de Eerste Kamer behouden dient te blijven

 

Pas als je niet meer boos wordt

Geplaatst door Harmen Binnema op 8 december 2010 / 2 reacties

Sinds 1996, het eerste jaar in de Arena, heb ik een seizoenkaart van Ajax. In al die jaren heb ik drie kampioenschappen meegemaakt en een paar verdwaalde KNVB bekers. Ik heb een hele stoet aan trainers voorbij zien komen. Ik heb tweede- en derderangs aankopen zien komen en vrij snel weer zien gaan. Ik heb wedstrijden doorstaan die mij zowel ondraaglijke pijn aan de ogen als ernstige hartverzakkingen bezorgden. 

Maar ik heb ook van binnen gegloeid, een brok in de keel en tranen op de wangen gehad, en gedanst van vreugde. Het roerende afscheid van de beste trainer die we ooit hebben gehad, na vele jaren eindelijk weer winnen van PSV en aan het eind van deze zomer na de heldenstrijd tegen Kiev plaatsing voor de Champions League. Op zulke momenten weet ik weer waarom ik ook de ellende verdraag en voor zowel RKC als Real Madrid de gang naar het stadion maak. Omdat de liefde voor deze club en de verbondenheid met Ajax en Amsterdam zo veel dieper is dan het succes van de dag. Het kan dooien, het kan vriezen, we kunnen winnen of verliezen…

Juist om die reden schrok ik van de gelatenheid waarmee ik de bloedeloze vertoningen tegen ADO, Real Madrid en NEC onderging. Dit onsamenhangende, bange en hopeloze stelletje leek in niets op Ajax. Geen bezieling, geen inzet, geen lef. Spelers die vooral achteruit liepen, in plaats van het doel van de tegenstander op te zoeken. Voor het eerst zag ik een elftal waarmee ik me niet kon identificeren. Voor het eerst twijfelde ik of ik mijn seizoenkaart wel automatisch zou laten verlengen. Ik merkte dat ik me er niet echt over op kon winden, dat het me niet oprecht raakte. Pas als je niet meer boos wordt, dan is het mis. Het zijn misschien klootzakken, maar dan nog wel mijn klootzakken.

Of het aan Jol lag, ik weet het niet. Of zijn vertrek iets oplost, ik weet het niet. Of Frank de Boer het waar gaat maken, ik hoop het van harte. Maar ik hoop in elk geval nooit meer dat gevoel te hebben dat ik kreeg op een koude zaterdag tegen NEC.

Overigens ben ik van mening dat de Eerste Kamer behouden dient te blijven