Ria bedankt!

Gisteravond mijn gezicht weer eens laten zien op het afdelingenoverleg van GroenLinks Amsterdam. Dit overleg van afdelingsbestuurders komt eens in de twee maanden bij elkaar om onderling contact te houden, ervaringen uit te wisselen en in discussie te gaan met het federatiebestuur. Heikel onderwerp op dit moment is de procedure om kandidaten te zoeken voor de verkiezingen in 2006. Vanaf februari moeten we immers aan de slag om nieuwe mensen te vinden die in de gemeenteraad en de verschillende deelraden willen zitten. Er ligt een voorstel om één grote kandidatencommissie in te stellen voor heel Amsterdam, maar dat stuit op verzet bij een aantal afdelingen. De discussie leverde weinig op, behalve dat er nog eens naar het voorstel gekeken zal worden om een aantal twijfelaars nog over de streep te trekken. Ik zou het idee van een gezamenlijke commissie wel door willen zetten, desnoods met zeven of acht afdelingen.

Vandaag is ook officieel bekend geworden dat onze fractie helaas afscheid zal gaan nemen van Ria. Zij wordt wethouder in Beverwijk, in een nieuw college met de PvdA en Democraten Beverwijk. Met de krappe meerderheid van deze drie partijen zal dat geen gemakkelijke klus worden. We zullen Ria gaan missen: niet alleen vanwege Ria’s grote kennis van zaken en jarenlange politieke ervaring, maar vooral ook vanwege haar rol als mater familias. Cheryl, die al duo-lid is in de commissie FBO, zal Ria opvolgen, waarmee we onze man-vrouw verhouding in balans houden . Benieuwd hoe Cheryl het zal vinden…

Noordzeekanaalgebied: het kan ook anders

Vanavond een goed gesprek gehad met drie vertegenwoordigers van de Stichting Sterk, Schoon en Slim, onder wie uiteraard boegbeeld Nel Dombrowski. De stichting maakt zich – volgens mij terecht – zorgen over de ontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied en de richting die de plannen nu op lijken te gaan. Twee opvallende onderdelen daarvan zijn de ‘natte’ bedrijven in de Wijkermeerpolder en de aanleg van een nieuwe grote zeesluis. Erg actueel, omdat a.s. donderdag een delegatie van de provincie en de gemeente Amsterdam naar minister Peijs zal gaan om voor de zoveelste keer te lobbyen voor geld voor die sluis. Al verschillende keren hebben zij te horen gekregen dat de minister in elk geval tot 2010 geen geld beschikbaar zal stellen.

Wat is het probleem? 1. de sluis is gewoon te duur en staat in geen verhoudingen tot de baten, 2. men kan geen keuze maken wat voor soort haven (doorvoer- of verwerkingshaven) men wil worden, 3. de minister kiest voor forse investeringen in de havens van Rotterdam. Wat mij bevalt aan de stichting is dat ze niet alleen feilloos de zwakke punten in de argumentatie én de cijfers van de havenlobby doorzien, maar ook met alternatieve plannen komen voor een andere inrichting van het gebied. Ook een antwoord dus op degenen die – ook tegen GroenLinks – roepen dat we het Noordzeekanaalgebied in de steek laten. Het gaat om een keuze voor een andere economie en een duurzame inrichting op basis van zorgvuldig omgaan met de ruimte.

Al met al een vruchtbare bijeenkomst. Donderdag zullen we in de commissie WVV wel horen met welke kluit Cornelis Mooij nu weer door de minister het riet in is gestuurd. Want op het ministerie prikken ze makkelijk door deze luchtballon heen. Het kan niet meer lang meer duren voor we de 34 miljoen wél nuttig kunnen besteden

We kunnen weer even vooruit

Vandaag het tweede deel van de begrotingsbehandeling. Dus opnieuw om 10 uur netjes in de Statenbankjes, te beginnen met het antwoord van GS in eerste termijn. De optimisten onder ons dachten dat die beantwoording wel klaar zou zijn voor de lunch van 13.00, maar zij kwamen bedrogen uit. Ik heb mezelf inmiddels afgeleerd dit soort rooskleurige schattingen te maken. Lunchen kon inderdaad, zij het een half uur later dan gepland, maar toen waren nog maar vier gedeputeerden geweest. Gelukkig zijn de GroenLinksers in het college redelijk kort van stof: zowel Albert Moens als Harry Borghouts waren relatief snel klaar. Met veel instemming de uitval van de commissaris richting de SP gehoord naar aanleiding van hun niet aflatende gezeur over de (buitenlandse) werkbezoeken van de Staten. Achtereenvolgens had Mienk Graatsma het over snoepreisjes, schoolreisjes en vakantiereisjes. Ik moet nog eens terug horen of lezen hoe Borghouts het precies zei, maar het kwam er heel treffend op neer dat het slechte imago van de werkbezoeken meer te maken heeft met de volkomen verdraaide werkelijkheid die de SP presteert dan met de feitelijke inhoud van die bezoeken. Applaus! Overigens presteerde Graatsma het in zijn tweede termijn werkelijk iedereen tegen zich te krijgen door in steeds minder fraaie bewoordingen (inhoud helaas evenredig bedroevend) over de buitenlandse reizen door te emmeren.

Verder kreeg het college de begroting er zonder al teveel moeite doorheen. Net als bij het voorjaarsbericht was de PvdA diep onder de indruk van de toezeggingen van het college en werden diverse moties ingetrokken. Omdat dit ook met andere moties gebeurde (danwel dat ze voor later werden aangehouden) kon de stemming nog redelijk snel verlopen. Vanuit ons perspectief: goed nieuws voor het openbaar vervoer en de fietsers. We gaan expertise van de fietsersbond inhuren om fietspaden te verbeteren en andere voorzieningen voor fietsers te regelen. Bovendien komt er geld waarmee bedrijven hun werknemers stimuleren op de fiets naar hun werk te gaan: het programma Trappers. Het goede nieuws voor het OV is dat ook na 2007 de € 2 miljoen extra investeringen gehandhaafd blijven. Onze gedeputeerde Albert Moens kan verder aan de slag met het aankopen van grond voor de ecologische hoofdstructuur en met uitbreiding van duurzame energie.

Zo waren we al met al toch nog voor zevenen klaar. Naar goed gebruik het college gefeliciteerd met de begroting, met name Henry Meijdam voor wie dit de laatste keer was. Na een ouderwetse Hollandse maaltijd (diverse stamppotten) was ik zowaar nog op een zeer christelijk tijdstip thuis.

Een lange zit

Even wennen, een statenvergadering die al om 10.00 begint. Vantevoren was het duidelijk dat het een lange zit zou worden. Het is toch heel anders als je zelf niet het woord hoeft te voeren en er vooral zit om te luisteren. Dat begon met een betoog van Marleen Barth (PvdA), waarin het leed der wereld en het bijzonder dat der provincie uitgebreid werd geschilderd. Daarna was het de beurt aan Mienk Graatsma (SP), die naar mijn gevoel wel weer eens een scherp verhaal hield, maar toch is weinig blijven hangen. Ook de ingediende moties waren weer eens onder de maat. Ik verbaas me er telkens weer over hoe weinig effectief, politiek strategisch de SP opereert. Misschien leuk voor de bühne, maar de mensen voor wie je het doet hebben er verdraaid weinig aan. Jan Bezemer (CU-SGP) hield een doorwrocht verhaal, wat mij als gereformeerde jongen als muziek in de oren klonk (los van of ik het met de inhoud helemaal eens ben).

Allen probeerden ook op enige wijze iets over de gebeurtenissen van de afgelopen weken te zeggen. Eerst de moord op Theo van Gogh en dan de nasleep, met de onverdraagzaamheid over en weer die zich uitte in het in brand steken van kerken en scholen. Hoe goed bedoeld ook, voelde ik me daar toch wat ongemakkelijk bij. Alsof iedereen dacht iets te moeten zeggen, zonder goed te weten wat. Al te veel mensen hebben mij hun ongevraagde mening gegeven. Eigenlijk moeten we even niet reageren, maar ons bezinnen en nadenken over hoe verder. De commissaris van de Koningin kwam nog het meest in de buurt:

Waarom zou iemand zichzelf een vrijbrief mogen geven voor schelden, beledigen of kwetsen? Verantwoordelijkheid voor eigen daden strekt zich ook uit tot de verantwoordelijkheid voor eigen woorden

Na de lunch ging het verder met de coalitiepartijen: Dré Kraak (VVD) en Jaap Bond (CDA) hielden degelijke, maar weinig verrassende betogen. Zo kabbelde de middag verder, omdat ook de oppositie niet erg actief was. Bart stelde in zijn bijdrage dan ook terecht aan de orde dat twee dagen voor het begrotingsdebat wat teveel van het goede is. De belangrijke keuzen worden in het voorjaar gemaakt en de begroting vult dat vervolgens in. We gooiden maar weer eens de € 34 miljoen van de tweede zeesluis in de strijd, want dat geld ligt al te lang niks te doen. Maar zien hoe daar maandag op wordt gereageerd. Joke Geldhof (D66) sloot de lange rij en toen was de vermoeidheid in de Staten goed merkbaar; ook ikzelf heb het langs me heen laten gaan, behalve de mededeling dat we allemaal meer biologisch moeten gaan eten.

In de wandelgangen werd druk gespeculeerd wie Henry Meijdam op gaat volgen als gedeputeerde: de VVD kijkt nu eerst of er in de fractie een geschikte kandidaat te vinden. Mijn eerste gok zou zijn Ton Hooijmaijers, is als oud-wethouder van Amsterdam bekend met besturen en ook met RO. Bij de formatie gepasseerd, ondanks zijn hoge plaats op de lijst. Weet alleen niet zeker of hij voldoende steun heeft intern. Wie het ook wordt, makkelijk zal het niet zijn een top-politicus als Meijdam op te volgen.

Ook Marleen Barth verlaat overigens de Staten naar alle waarschijnlijkheid, om voorzitter te worden van de Onderwijsbond van het CNV. Ook daar is het interessant te zien wie haar als fractievoorzitter op gaat volgen. Met name ook wat dat betekent voor de houding van de PvdA ten opzichte van de coalitie. Peter Visser of Freddy Weima hebben in elk geval een heel wat luchtiger en humoristischer benadering, zou mij niet gek lijken.

Na het eten snel door naar Bolder en Plante geweest. Fysiek cabaret met mooie muziek, bij vlagen erg leuk – bessen, Romeo en Julia – al ben ik nog niet helemaal overtuigd.

Bas Heijne over de vrijheid van meningsuiting

Even geen actuele politieke zaken te melden, vrijdag en maandag gaan we praten over de begroting (kom ik uiteraard later op terug). Daarom hier een column van Bas Heijne (NRC), omdat ik het er zo hartgrondig mee eens ben:

Het allerhoogste goed

Bas Heijne

Afgelopen zomer pakte justitie een groepje Haagse rappers op, omdat ze via internet een rap lieten horen waarin Ayaan Hirsi Ali met de dood werd bedreigd. De cabaretier Theo Maassen nam als antwoord meteen een rapnummer op, waarin hij de vrijheid van meningsuiting op een komieke manier verdedigde. Iedereen werd in zijn nummer met de dood bedreigd, ook Hirsi Ali (,,Die bevuilt d’r eigen nest/ Gezeik over besnijden/ Die bek over de trekhaak/ En dan een stukkie rijden”). De moraal: woorden zijn geen daden en straks mag niemand meer iets zeggen. Maassen:

Het zijn alleen maar woorden
En schelden doet geen pijn
Doe ’s niet zo opgefokt
Zou veel relaxter zijn

Het uiten van je mening
Is het allerhoogste goed
Dat is juist iets wat haat ontlaadt
En niet wat woede voedt

Laat iedereen nou zeggen
Wat-ie voelt en wat-ie denkt
Ook al wil dat dan soms zeggen
Dat je wordt gekrenkt

Het is een leerzame tekst, vooral door de klassieke denkfout die eraan ten grondslag ligt: Maassen verwart de vrijheid van meningsuiting met die typische Hollandse aandrang om mensen tot op het bot te beledigen. Daaronder ligt nog een andere, veel riskantere aanname: dat woorden geen reële betekenis zouden hebben. Het geweld dat de cabaretier predikt is ironisch geweld, dus niet echt. Daaruit volgt voor hem vanzelf dat het voorgestelde geweld van de rappers ook ironisch is. Het beeld dat de rappers gebruikten Hirsi Ali moest aan stukken gesneden worden en in zee gegooid wordt tot ironie verklaard door Maassens grap over die trekhaak. Je moet ongeremd kunnen zeggen wat je denkt en voelt, dan gebeuren er in de echte wereld geen ongelukken.

Meteen na de nog steeds niet helemaal voorstelbare moord op Theo van Gogh hoorde je uit ontelbare monden steeds dezelfde frases over de vrijheid van meningsuiting. Je kon het met elkaar oneens zijn, maar in dit land moest je kunnen zeggen wat je dacht. Niemand mocht vermoord worden vanwege zijn mening, hoe kwetsend die ook werd ervaren.

Niemand mag vermoord worden, om welke reden dan ook daar kunnen we dus kort over zijn. Maar de goedbedoelde tekst van Maassen laat zien hoe de vrijheid van meningsuiting in Nederland verworden is tot een fetisj, een excuus om het verder nergens meer over te hebben. Door almaar te benadrukken dat het woord vrij is, dat alles gezegd moet kunnen worden, ontneem je het woord uiteindelijk een andere, niet onbelangrijke eigenschap: betekenis. De vrijheid van meningsuiting is in het verleden verworven in het besef dat woorden wel degelijk geladen zijn, wel degelijk gevolgen kunnen hebben juist daarom hebben de gebruikers van die woorden wettelijk bescherming nodig.

In Nederland is dat besef vanaf de jaren zestig geïnfecteerd geraakt met de gedachte dat kwetsen en beledigen heilzaam voor een mens zijn, voor degene die beledigt, maar ook voor degene die beledigd wordt. Laat iedereen nou zeggen wat-ie voelt en wat-ie denkt in andere landen geldt die aansporing van Maassen als recept voor de totale maatschappelijke verloedering en anarchie, hier moest al die ongeremde persoonlijke expressie juist tot een samenleving leiden waar we elkaar na de jarenlange hypocrisie van eerst de gelovigen en daarna de politiek correcten eindelijk recht in de ogen konden kijken. Vooral voor de Nederlandse moslims zou dat een bevrijding moeten betekenen, die hangen immers een godsdienst aan waar het woord juist nog een absolute betekenis heeft, zodat ironie niet begrepen wordt en relativering onmogelijk is met alle gevolgen van dien. De christenen hebben het tenslotte ook geleerd. Alles moest dus minstens één keer gezegd worden, niet omdat je het per se zou menen, maar om de ultieme relativering te bewerkstelligen.

Dat is een naïeve gedachte gebleken: er is de laatste jaren in Nederland meer gezegd dan ooit, het woord is nog nooit zo vrij geweest, maar van die voorspelde relativering is niets te merken. Van het vrije debat ook niet; men bestookt elkaar met zo hard mogelijke woorden, en schreeuwt moord en brand wanneer diezelfde woorden even hard geretourneerd worden. Iedereen verschanst zich achter zijn eigen waarheid op degenen die die waarheid niet onderschrijven wordt in het publieke domein het vrije woord losgelaten. Het resultaat is een veelzeggende paradox: er wordt steeds meer gezegd, en steeds harder, en tegelijkertijd groeit het gevoel dat je niks meer mag zeggen.

Dat dwarsboomt iedere echte discussie. Een ogenschijnlijk onschuldig voorbeeld: de Groningse professor Buunk heeft afgelopen week een interview van de site van zijn universiteit laten halen, waarin hij vaststelde dat modeziektes als ME, whiplash en bekkeninstabiliteit psychische aandoeningen zijn. Met een ander woord: ingebeeld. De reacties waren zo hevig en beledigend dat de Groningse professor het zekere voor het onzekere heeft genomen.

De opvattingen van professor Buunk zijn wetenschappelijk, er zit geen greintje ironie in. Het is niet zijn bedoeling om maar wat te roepen, zodat ME-patiënten hun eigen ziekte leren relativeren. Hij heeft het volste recht zijn bevindingen openbaar te maken. En de mensen die hem per e-mail schofferen en bedreigen? Die mogen ook zeggen wat ze vinden als het de professor niet bevalt, zeggen de verdedigers van het vrije woord, moet hij maar naar de rechter stappen.

Het is waar, maar het is ook een dooddoener, die de pathologische situatie evenzeer toedekt als vroeger de deken van de politieke correctheid.

Het wezenloze gehamer op de vrijheid van meningsuiting als enig leidend principe heeft onze samenleving juist onvrijer gemaakt, het heeft alleen maar bijgedragen aan het claustrofobische klimaat van angst en dreiging in de radicale moskee, op het internet, op de opiniepagina.

De grondwettelijke principes die de vrijheid van het individu moeten waarborgen zijn een verbond aangegaan met de agressieve mentaliteit van de Tokkies en, nog veel erger, van de zelfbenoemde jihadstrijder uit Overtoomse Veld. Woorden zijn niet alleen maar woorden. Juist daarom moet de vrijheid van meningsuiting beschermd worden, zeker nu. Maar dat constateren is niet genoeg. Waar het eigenlijk over moet gaan: de moraal.

GroenLinks op weg

De provincie heeft het fraaie idee opgevat om een hoop geld verspreid over Noord-Holland uit te gaan geven. We noemen dat een extra investeringsimpuls, die wordt opgebracht door een verhoging van de opcenten. Voor wie het niet weet: de opcenten (op de motorrijtuigenbelasting) zijn de belangrijkste manier voor een provincie om zelf belasting te heffen. In de vorige Statenperiode zijn de opcenten in Noord-Holland tot het laagste niveau van Nederland gezakt, dus we hebben wat mogelijkheden om ze te verhogen en toch nog op een relatief laag niveau te blijven.

In totaal gaat het om een impuls van € 500 miljoen euro. Daarvan is € 100 miljoen bestemd voor zorg (heb ik geen verstand van), € 200 miljoen voor openbaar vervoer (heb ik wel verstand van) en € 200 miljoen voor wegen (daar weet Bart alles van). Dergelijke bedragen heb je niet elke dag te besteden, dus heel wat gemeenten zijn wakker geworden en gaan flink lobbyen voor projecten in hun directe omgeving. Het geld voor wegen is alweer vier keer in gedachten opgemaakt. Het aardige is dat dit lokmiddel ervoor zorgt dat ook de GroenLinksers in de diverse gemeenteraden nu bij ons lobbyen voor wegen: het moet niet gekker worden… Haarlem wil graag een brug, een fly-over en een weg om en bij de Waarderpolder, Zaanstad vraagt om een Zuidelijke Randweg. Binnenkort verwacht ik de andere gemeenten ook voor de bereikbaarheid van Velsen, de Westfrisiaweg en – wie weet – de N9. Nu graag nog de goede ideeën en de lobby voor het openbaar vervoer! Want het zal toch niet zo zijn dat we daar geld overhouden?

Over openbaar vervoer gesproken: de al jaren verwaarloosde lijn tussen Santpoort en IJmuiden lijkt door de NS (ProRail) nu echt gesloten te gaan worden. Terwijl de provincie nog altijd een onderzoek zou doen om het vervoer tussen Haarlem en IJmuiden mogelijk weer nieuw leven in te blazen. Moet ik maar snel achteraan gaan, want anders ben je het traject definitief kwijt (en legt Velsen daar ook een weg aan…)

Rustige avond met opmerkelijk nieuws

In de fractievergadering bereiden we de begrotingsbehandeling van 12 en 15 november voor. Bart heeft een opzet gemaakt voor zijn inbreng, waarin we allereerst terugblikken op de punten die we in het voorjaar aan de orde hebben gesteld. Wat is daar in de tussentijd van terechtgekomen? Daarna een paar onderwerpen die in deze begroting nieuw zijn of dringend vragen om een snelle aanpak. In grote lijnen kunnen we ons vinden in de inbreng van Bart, dus dat punt is verrassend snel afgehandeld. Ook de rest van de vergadering gaat vlot, dus we zijn iets over negenen al klaar.

Nog even bij mijn ouders langs geweest om bij te praten en een biertje te drinken (mijn eigen koelkast is leeg, althans in dat opzicht…). Bij thuiskomst als gewoonlijk meteen de teletekst aan, waar ik tot mijn verrassing zie dat Henry Meijdam de eerste en enige kandidaat is om burgemeester van Zaanstad te worden. Met het voornemen van de raad hem in januari 2005 al te installeren. Zeer opmerkelijk: een VVD’er in dat rooie bolwerk? Wie wordt dan de gedeputeerde RO en Financiën straks? Of dit een verstandige carrière move is…