Agree to disagree: over instemming en afstemming

Afgelopen maandag kregen we als kandidaten voor de Eerste Kamer, samen met de provinciale lijsttrekkers, uitleg van Jolande Sap over de keuze van de Kamerfractie om in te stemmen met de missie naar Kunduz. Al eerder waren Liesbeth van Tongeren en Tofik Dibi aanwezig bij de campagnestart in Amsterdam en spraken zij vooraf met mijn fractie en de top-10 kandidaten over dit besluit. Beide keren vond ik de discussie aangenaam, eerlijk en open. Hoewel ik nog steeds van mening ben dat deze steun niet verstandig is, waardeer ik de manier waarop al onze Kamerleden op diverse plekken in het land bereid zijn het gesprek aan te gaan met kritische leden.

In een aantal reacties die ik van GroenLinksers om mij heen hoorde, kwam naar voren dat de Kamerfractie te veel ‘losgezongen’ is van de rest van de partij. Velen hebben het gevoel dat de fractie onvoldoende luistert naar wat er leeft bij kaderleden en de bredere achterban. Zelf heb ik daar andere ervaringen mee en heb ik als fractievoorzitter in Noord-Holland gemerkt dat onze Kamerleden (inclusief Femke) goed benaderbaar waren en ook naar argumenten wilden luisteren. Aan de andere kant heb ik dit signaal in de afgelopen acht jaar zo vaak gehoord, dat het niet genegeerd kan worden. Zonder de praktijken bij andere partijen te idealiseren, heb ik het gevoel dat we binnen GroenLinks niet zo goed zijn in het onderhouden van de onderlinge netwerken en dat de afstemming tussen landelijk, provinciaal en lokaal veel beter kan (en moet). Dat we gezegend zijn met een flinke dosis eigenwijsheid en behoefte aan zelfstandigheid maakt dat laatste trouwens nog wel eens ingewikkeld… 

Het was echter voor mij vier jaar geleden een belangrijke reden ervoor te kiezen met de Statenfractie zo’n vier keer per jaar te vergaderen ‘op locatie’. Dat houdt in dat onze fractie in elk van de Noord-Hollandse regio’s voorafgaand aan de eigen vergadering een overleg organiseert met raadsleden, wethouders en afdelingsbestuurders om onderwerpen te bespreken die over de gemeentegrenzen gaan en dat we vervolgens input te krijgen voor het Statenwerk. Telkens weer bleken dit nuttige bijeenkomsten, die door de deelnemers op prijs gesteld werden; vooral ook omdat zij er zelf – druk met raadswerk en activiteiten in de afdeling – vaak niet aan toekwamen dit te organiseren.

Toen ik mij voor de Eerste Kamerlijst kandidaat stelde, heb ik de noodzaak van verbinding en afstemming nadrukkelijk genoemd. Wat mij betreft kunnen juist ook GroenLinkse senatoren een goede rol spelen in het bij elkaar brengen van mensen en ideeën binnen onze partij. In de afgelopen tijd is daar al een aanzet voor gegeven door het (mede) organiseren van debatten en lezingen: dat kan verder uitgebouwd worden. In elk geval ben ik zelf erg gemotiveerd daaraan een bijdrage te leveren. Het zou mij veel waard zijn op zo’n manier te helpen de soms ervaren kloof tussen ‘Den Haag’ en de rest van de partij te overbruggen.