De poppetjes

Het spel om de poppetjes in de kabinetsformatie hangt van toeval aan elkaar. Dat moet toch anders en beter kunnen?

Op 3 oktober leverde ik de voorspelling in voor de verdeling van de ministersposten die collega Marij en ik hadden opgesteld voor onze interne formatiepool. Dat is sowieso al een gok, vergelijkbaar met de voorspelling voor een EK of WK. Maar omdat op dat moment wel duidelijk was hoe veel ministers er zouden komen, inclusief de verdeling tussen de vier partijen, maar nog niet welke ministeries precies, hadden we nog een extra uitdaging. Bij een WK weet je wel van te voren welke landen meedoen en in welke poule zij zitten.

Uiteraard probeerden we enerzijds een logische indeling van ministeries en ministers te maken en anderzijds rekening te houden met de wonderlijke taferelen die zich altijd afspelen wanneer vier partijen het politieke spel van poppetjes gaan spelen. Maar dit zagen we toch niet aankomen. Ministeriabele kandidaten die met een staatssecretariaat worden afgescheept en niet al te briljante staatssecretarissen die met een ministerschap worden beloond. Maar bovenal: vrijwel iedereen op een ander ministerie dan waar je hem/haar logischerwijs zou verwachten.

Al jaren vraag ik me af of er iets van de recente inzichten uit zowel de organisatiewetenschappelijke literatuur als de literatuur over strategisch HRM op het Binnenhof is doorgedrongen. Want de manier waarop iedere formatie met beleidsthema’s wordt geschoven, inclusief het splitsen of samenvoegen van ministeries (of het omdraaien van de woorden Veiligheid en Justitie) heeft weinig te maken met intelligent organiseren. Al even merkwaardig is het dat in een tijd dat steen en been wordt geklaagd over managers die alleen verstand hebben van managen, maar niet van de inhoud, het een sport lijkt te zijn ministers aan te stellen die vooral niet deskundig zijn op het beleidsterrein waarvoor zij verantwoordelijk gaan worden.

Bovendien hebben we te maken met een zeer beperkte kringetje waarin naar bewindslieden wordt gezocht en hebben partijen de goede gewoonte zich niet te veel te bemoeien met de keuzes van anderen. De duo’s die op verschillende ministeries zijn aangesteld, zitten daar vooral om alle partijen stevige portefeuilles te bieden en het machtsevenwicht tussen partijen te bewaken, niet vanuit een doordachte taakverdeling. Dat had namelijk ook prima gekund door naar de pakketten van minister en staatssecretaris te kijken. En is de vraag of al deze ministers, die elkaar toch heel vaak (in elk geval op vrijdag) gaan tegenkomen, wel als team kunnen functioneren, ergens in het proces gesteld? Of zij complementaire kwaliteiten hebben? Dat nog los van het feit dat de diversiteit ernstig achterblijft.

Misschien komt dit allemaal voort uit de frustratie dat we zeker niet bovenaan gaan eindigen bij de formatiepool. Maar het moet toch mogelijk zijn het samenstellen van een kabinet iets minder houtje-touwtje aan te pakken dan nu gebeurt?