Dichterbij mezelf I: Judith Herzberg

In de afgelopen jaren is op dit blog regelmatig een gedicht voorbij gekomen. Omdat er een passende gelegenheid was die vroeg om eenpoëtisch antwoord vroeg. Omdat ik iets wilde delen van dichters en dichtregels die mij raakten en raken. De komende tijd wil ik het iets structureler gaan aanpakken. Voor de trouwe lezers zal het misschien herinneringen oproepen aan mijn serie political songs.

In de afgelopen jaren is op dit blog regelmatig een gedicht voorbij gekomen. Omdat er een passende gelegenheid was die vroeg om een poëtisch antwoord vroeg. Omdat ik iets wilde delen van dichters en dichtregels die mij raakten en raken. De komende tijd wil ik het iets structureler gaan aanpakken. Voor de trouwe lezers zal het misschien herinneringen oproepen aan mijn serie political songs.

Als eerste is vandaag Judith Herzberg aan de beurt, een dichteres die ik de eerste (en enige) keer live zag in 1997. In de 6e klas van het VWO nam onze leraar Nederlands Karel van Steenwijk een aantal enthousiaste leerlingen mee naar de Nacht van de Poëzie in Vredenburg.  Daar wilde ik uiteraard bij zijn en het werd een zeer bijzondere ervaring. Het is sowieso speciaal om urenlang geconcentreerd te luisteren naar een bonte stoet dichters die voordraagt uit eigen werk. De show werd gestolen door Louis Lehmann, toen al 77 jaar en na lange tijd weer op het podium, die verraste met een minirap en aan wie ik het prachtige woord bebabbelbaar te danken heb:

Tafeltje tiktak, klokje bom!
Dingen in de keuken vallen om.
Koekepan pingpong, kopje krak!
Uit door de voordeur, binnen door het dak.

Maak het maar, maak het maar,
maak het maar bebabbelbaar.

Toch maakte Judith Herzberg op mij de meeste indruk en haar voordracht nodigde mij uit tot het kopen van mijn eerste poëziebundel Wat zij wilde schilderen. Het gedicht dat zij las tot grote hilariteit van de ruim 2000 aanwezigen (en ook van zichzelf), Het wachten op de halte, is wat te lang om hier op te nemen (maar ga het lezen!). Bovendien heb ik gekozen voor een ander gedicht uit Herzbergs mooie oeuvre, afkomstig uit dezelfde bundel, getiteld Opzet . In dit korte gedicht zit een mooie combinatie van ratio en gevoel, van vanzelfsprekendheid en nieuwsgierigheid, van kwetsbaarheid en analyse. Misschien wel zo herkenbaar omdat ik zelf ook steeds zoek naar die balans en die zo lastig blijkt te vinden. Met als kern van het gedicht de prachtige zin ‘Kijk dan hoe/ik mijn hand leg’.

OPZET

Wil je dat ik uitleg?
Dit en dat en nog iets
dat je toch al weet
nog eens zeg?

Ja want hoe weet ik
of wat ik denk
klopt met hoe het ìs,
echt?

Kijk dan hoe
ik mijn hand leg.

Ik heb die hand
al eens meer –

Nee dat was –