Dichterbij mezelf VI: Gerrit Achterberg

In mijn boekenkast staat de kloeke bundel met zijn verzamelde gedichten al heel wat jaren. Een keer gekregen voor mijn verjaardag, of voor Sinterklaas, in een tijd dat gedichten standaard op mijn verlanglijstje stonden. Het is alleen niet het soort gedichten dat je zomaar even ter ontspanning pakt. Wat betreft deelt hij zijn lot met Lucebert, ook prachtige gedichten, maar ik moet altijd wel over een drempel heen.

In mijn boekenkast staat de kloeke bundel met zijn verzamelde gedichten al heel wat jaren. Een keer gekregen voor mijn verjaardag, of voor Sinterklaas, in een tijd dat gedichten standaard op mijn verlanglijstje stonden. Het is alleen niet het soort gedichten dat je zomaar even ter ontspanning pakt. Wat betreft deelt hij zijn lot met Lucebert, ook prachtige gedichten, maar ik moet altijd wel over een drempel heen.

Op deze hemelvaartsdag vond ik het tijd voor het zwaardere werk. Eerst een begin gemaakt in Adri van der Heijdens Tonio en nu dan de 1061 pagina’s tellende bundel van Gerrit Achterberg, want over zijn werk heb ik het. Vooral bekend vanwege  het doden van de hospita bij wie hij eind jaren ’30 woonde en met wie hij een relatie had. Het verlangen naar en oproepen van de dode geliefde zou een belangrijk thema worden in zijn werk, net als mede door zijn calvinistische achtergrond ingegeven thema’s als zonde en schuld. Achterberg heeft een imposant oeuvre nagelaten, zowel in omvang als in kwaliteit.

Stevige kost dus waar ik mij op deze donderdag aan heb gewaagd. Op een bijzondere symbolische feestdag, die ik tegelijk al net zo moeilijk grijpbaar vind als Pasen. Prachtige woorden, prachtige woorden, dood en verlangen, hoop en liefde, uit de bundel Dead end (1940):

Wederkeer

Een bijna blind verleefd gedacht
legt zich als weten in mij open,
uit schemer van verloren zijn:

eenmaal zal ik weer bij u zijn;
ik doe de deuren naar u open
en zie dat gij mij hebt verwacht.

Gij legt uw handen in de mijn’,
staande duizelt het in de hoofden
van blijdschapsbloed, het uw en mijn,
in eender zoet met het geloofde
bijeen, gij voelt de vele hinden
van het verlangen overlopen
naar verten, die met ze verzwinden.

Uit eeuwen gaan uw ogen open
voor het ontvangen van het vinden.