Een hoop drukte om bestuurlijke drukte

Op twitter zag ik al de naam Flutholland voorbij komen als naam voor de provincie die zou ontstaan uit de fusie van Flevoland, Utrecht en Noord-Holland. In de Tweede Kamer is het enthousiasme voor deze opschaling niet erg groot, mag de voorzichtige conclusie zijn. Tegelijk lijkt het kabinet door te zetten, waarbij ik me dan afvraag op welke gelegenheidsgedoger Rutte en Donner dit keer hun zinnen hebben gezet. Het is niet ondenkbaar dat GroenLinks en D66, zie ook hun verkiezingsprogramma’s, voor dit idee te porren zijn, maar daarmee is er nog geen Kamermeerderheid.

Op twitter zag ik al de naam Flutholland voorbij komen als naam voor de provincie die zou ontstaan uit de fusie van Flevoland, Utrecht en Noord-Holland. In de Tweede Kamer is het enthousiasme voor deze opschaling niet erg groot, mag de voorzichtige conclusie zijn. Tegelijk lijkt het kabinet door te zetten, waarbij ik me dan afvraag op welke gelegenheidsgedogers Rutte en Donner dit keer hun zinnen hebben gezet. Het is niet ondenkbaar dat GroenLinks en D66 – zie ook hun verkiezingsprogramma’s – voor dit idee te porren zijn, maar daarmee is er nog geen Kamermeerderheid.

Intussen begint de discussie over het middenbestuur, de rol van provincies of landsdelen en de wenselijkheid van opschaling, alle trekken te vertonen van datgene wat zogenaamd bestreden zou moeten worden: bestuurlijke drukte. Het is al bijna 10 jaar geleden dat de commissie-Geelhoed het fraaie rapport Op schaal gewogen presenteerde, waarin onder andere werd gepleit voor ‘een herschikking van de provinciegrenzen op de noordvleugel van de Randstad’. Dat is bestuurlijke taal voor het samenvoegen van de drie provincies zoals het kabinet nu ook voorstelt. Overigens werd daar terecht aan toegevoegd dat dit ook consequenties moest hebben voor de samenwerking van andere provincies, evenals  de waarschuwing dat culturele en sociale grenzen niet altijd met provinciegrenzen samenvallen.

In 2005 riep de ‘Holland Acht’, gevormd door de vier burgemeester van de grote steden en de vier Commissarissen van de Koningin in de Randstad, op tot bestuurlijke herschikking en slagvaardiger bestuur. De reactie van het toenmalige kabinet was het instellen van de commissie-Kok, die begin 2007 adviseerde om één Randstadbestuur in te stellen. Met als belangrijke kanttekening dat het nieuwe bestuur niet op de stoel van de gemeenten moest gaan zitten en er ook geen extra taken vanuit het Rijk bij zou gaan krijgen, maar de bestaande provinciale taken moest gaan bundelen.

Naast deze rapporten zijn tientallen andere rapporten, visies, documenten, opinies en vragen verschenen, die allemaal iets over de bestuurlijke drukte in de Randstad te melden hadden en mogelijke oplossingen daarvoor aandroegen. Het heeft volksvertegenwoordigers, bestuurders, ambtenaren en zeker ook consultants al heel wat jaren flink aan het werk gehouden. Aan plekken om je druk te maken over bestuurlijke drukte was en is geen gebrek. Maar wat het heeft opgeleverd?

Ik pleit er zeker niet voor dat provincies in de huidige vorm en het huidige aantal moeten blijven bestaan. Er zijn inderdaad problemen in de Randstad die provinciegrenzen overstijgen. En na al die politiek-bestuurlijke bezigheidstherapie kan het misschien geen kwaad eens een knoop door te hakken. Maar het zou zo jammer zijn als dat gaat op basis van het visiearme en matig onderbouwde voorstel van dit kabinet. Daar worden Noord-Holland, Utrecht en Flevoland niet beter van.