Eerste hulp bij loting

Aan lokale experimenten met loting geen gebrek, maar hoe pak je zoiets nou het beste aan? Een toolkit om vooral te gaan dóen.

Het vuurtje van de loting is door David van Reybrouck succesvol aangestoken. Tegelijk leren de ervaringen van de afgelopen jaren in Nederlandse gemeenten dat het organiseren van experimenten met loting nog niet altijd zo makkelijk gaat. Om de boel weer wat aan te wakkeren en vooral  te gaan doen in plaats van te blijven hangen in denken, maakte ik samen met mijn Utrechtse collega Ank Michels een praktische handreiking voor lokale initiatiefnemers.

Deze toolkit loting, te vinden op een onlangs gelanceerde website over lokale democratie, behandelt drie belangrijke vragen die iedereen die iets wil met loting zichzelf zou moeten stellen. Allereerst: waarom zou je het doen? Vervolgens: wat wil je er mee bereiken? En dan: hoe ga je dat organiseren? Wat wij merkten in ons onderzoek naar de G1000 en ook bij latere experimenten, is dat loting voor sommigen een ononderhandelbaar principe is geworden, zonder dat de vraag wordt gesteld waarom loting het beste middel is om je doel te bereiken. Juist omdat bijvoorbeeld de beoogde diversiteit en representativiteit ook met loting lastig zijn te bereiken, is enige bezinning vooraf niet onverstandig.

Bovendien, als je eenmaal die 50, 150 of 500 gelote inwoners bij elkaar hebt, wat wil je dan dat de opbrengst is aan het eind van de dag? Wil je dat inwoners, door elkaar geïnspireerd, zelf aan de slag gaan met de ideeën die ze hebben bedacht? Of is het de bedoeling om de lokale politieke agenda te beïnvloeden door aandacht te vragen voor onderwerpen die de politiek laat liggen? Helpt het als je een afgebakend onderwerp hebt (bijvoorbeeld de herinrichting van een straat of het vergroten van de sociale veiligheid) of moet de agenda juist open zijn en door de deelnemers worden ingevuld?

Als je weet waar je het voor doet, dan zijn er nog heel veel verschillende mogelijkheden bij de praktische uitvoering. Heb je alleen adressen of ook achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, opleiding) van mogelijke deelnemers? Welke kwaliteiten en vaardigheden zijn nodig in een organiserend team? Welke motivatoren helpen ervoor te zorgen dat de ingelotenen ook gaan meedoen? Gaan mensen vooral met elkaar praten, of zijn er ook andere vormen mogelijk om tot ideeën te komen?

Op basis van onderzoek dat in Nederland en in het buitenland is gedaan, maar vooral ook op basis van de ervaringen die in de praktijk zijn opgedaan, schetsen we in de toolkit kansen en risico’s en laten we aan de hand van voorbeelden zien welke aanpak lijkt te werken. Met de nodige slagen om de arm, omdat veel experimenten sterk van de context afhankelijk zijn en het nog altijd gaat om een te beperkt aantal om grote conclusies te kunnen trekken.

De Dag van de Lokale Democratie bood een mooi podium om de toolkit te presenteren. We hopen dat de toolkit veel gebruikt gaat worden en de eerste reacties die we kregen, stemden wat dat betreft positief. We nodigen ook iedereen uit om ons te helpen met opmerkingen en suggesties. Als het vuurtje van de loting zich uitbreidt, geeft het bovendien gelegenheid de toolkit aan te vullen en aan te scherpen.