Heeft aanbesteden nog wel zin?

Vandaag werd bekend dat na een slepende juridische procedure Qbuzz het openbaar vervoer in de regio Utrecht vanaf volgend jaar december overneemt van Connexxion. Ik heb me niet verdiept in de veranderingen of verbeteringen die Qbuzz wil gaan doorvoeren, maar de manier waarop dit gaat, is tekenend voor de aanbestedingen in het streekvervoer.

Het was een mooi idee: de overheid stelt in grote lijnen de eisen vast – hoe vaak moet de bus rijden, welke cruciale plekken moeten sowieso aangedaan worden etc. – en de vervoerder gebruikt zijn creativiteit om dat in te vullen. Vervolgens vergelijkt een stadsregio of provincie de aanbiedingen en wordt het beste pakket gekozen.

Voor een deel heeft dat ook zo gewerkt en ik ben dan ook geen tegenstander van aanbesteden an sich. In verschillende gebieden zijn meer bussen vaker gaan rijden, zijn comfort en uitstraling van de bussen toegenomen, zijn haltes verbeterd en is de reisinformatie veel professioneler.

Maar de praktijk van de afgelopen jaren, met een (impliciete) verdeling van de regio’s in Nederland – zo deed op het laatst alleen Connexxion nog mee bij sommige Noord-Hollandse concessies – en allerlei fusies van vervoerbedrijven, laat ook overduidelijk de keerzijde van gemankeerde marktwerking zien.

Inmiddels zijn aanbestedingen een feestje voor juristen aan de kant van zowel de overheid als de vervoerders geworden. Het opstellen van een programma van eisen en het beoordelen van de offertes is slechts voor een kleine groep specialisten weggelegd. De reiziger staat alleen nog centraal in de retoriek van bestuurders en vervoerbedrijven.

Deze jaren komen daar ook forse bezuinigingen vanuit he Rijk bij, plus de dreiging dat straks ook het openbaar vervoer in de grote steden moet worden aanbesteed. Hoewel dat in theorie geen slecht idee is, zal het funest uitwerken in de huidige vervoerdersmarkt en dat vooral nu het enige doel lijkt te zijn zo weinig mogelijk geld aan openbaar vervoer te besteden.

Kortom, het is wachten op betere tijden, waarin het grote economische en sociale belang van openbaar vervoer wel wordt ingezien en prikkels van de markt op zo’n manier worden ingezet dat ze ├ęcht de reiziger dienen.