De verwondering van Pasen

Het gaat niet om het doel, maar om de reis ernaar toe. Deze tegeltjeswijsheid omschrijft  behoorlijk goed het gevoel dat ik telkens weer heb in de aanloop naar Pasen. Omdat ik de reis – de vastentijd en de Goede Week – zoveel mooier en betekenisvoller vind.

Het gaat niet om het doel, maar om de reis ernaar toe. Deze tegeltjeswijsheid omschrijft  behoorlijk goed het gevoel dat ik telkens weer heb in de aanloop naar Pasen. Omdat ik de beleving van de reis – de vastentijd en de Goede Week – zoveel mooier en betekenisvoller vind dan de manier waarop het bereiken van het doel wordt gevierd.

Misschien heeft het er mee te maken dat met Pasen het triomfalistische geluid klinkt waar ik ook op andere momenten in het jaar last van heb. In een tijd dat de kerk juist nederigheid en bescheidenheid past, voel ik mij ongemakkelijk bij teksten als ‘U zij de victorie, nu en immermeer’. De overwinningsmuziek verdringt de verwondering, het besef dat door de dood heen het leven is teruggekomen. De stille blijdschap wordt overschreeuwd.

Eigenlijk zou ik het vieren van Pasen willen beperken tot de overgang van de zaterdag  naar de zondag. Mij raken het stille wachten in de nacht en de voorzichtige komst van het licht meer dan het bombast van de volgende morgen. De nieuwe paaskaars die gaat branden, de eerste slok wijn na weken van matiging. En dan met een licht gevoel in het hoofd naar huis, een glimlach om de mond.

Licht dat terugkomt
Hoop die niet sterven wil
Vrede die bij ons blijft