Het kartel

De voorbije algemene politieke beschouwingen waren in meerdere opzichten teleurstellend. Allereerst natuurlijk omdat in het gekrakeel, gescheld en gedoe de pijnlijke inhoud van het kabinetsbeleid onzichtbaar bleef. Maar het was ook teleurstellend voor de oppositiepartijen omdat zij zo goed als niets voor elkaar gekregen en een – op een slippertje na – soeverein optredende premier Rutte de Miljoenennota ongeschonden door de Kamer loodste. Dat kwam vooral ook doordat PVV, VVD en CDA een krachtig blok vormden bij het stemmen over de moties (zoals de analyse van Tom Louwerse laat zien). Eigenlijk leek alleen de SGP iets voor elkaar te krijgen met de toezegging van Rutte om minder te korten bij grote gezinnen.

De voorbije algemene politieke beschouwingen waren in meerdere opzichten teleurstellend. Allereerst natuurlijk omdat in het gekrakeel, gescheld en gedoe de pijnlijke inhoud van het kabinetsbeleid onzichtbaar bleef. Maar het was ook teleurstellend voor de oppositiepartijen omdat zij zo goed als niets voor elkaar gekregen en een – op een slippertje na – soeverein optredende premier Rutte de Miljoenennota ongeschonden door de Kamer loodste. Dat kwam vooral ook doordat PVV, VVD en CDA een krachtig blok vormden bij het stemmen over de moties (zoals de analyse van Tom Louwerse laat zien). Eigenlijk leek alleen de SGP iets voor elkaar te krijgen met de toezegging van Rutte om minder te korten bij grote gezinnen.

Tegelijk stond het debat in het teken van de vraag wie nu eigenlijk de grote gedoger is. Wie nuchter naar het stemgedrag kijkt en de, ondanks alle retoriek, grote volgzaamheid van de PVV tegenover deze coalitie, kan niet anders dan constateren dat die titel toch echt aan de PVV toebehoort. Maar de discussie over het gedogen legde wel een interessante wending in de Nederlandse politiek bloot, die het gevolg is van deze minderheidsconstructie. Een wending die zichtbaar was in de steun van oppositiepartijen in wisselende samenstelling voor de Kunduzmissie, de hulp aan Griekenland en het pensioenakkoord. De crux zit er wat mij betreft dat het onderscheid met dank aan de bijzondere constructie de grens tussen oppositie en coalitie vervaagt en dat de term ‘gedogen’ slechts beperkt het nieuwe politieke speelveld karakteriseert.

Ruim vijftien jaar geleden schreven de politicologen Richard Katz en Peter Mair (helaas onlangs veel te vroeg gestorven) over de opkomst van de cartel party. Hun nog steeds actuele betoog bevat twee cruciale elementen. Het eerste is dat partijen, traditioneel gezien als de verbindende schakel tussen de burgers en de staat, in de loop van de tijd steeds meer onderdeel van de staat zijn geworden. De wens om te regeren en te profiteren van de voordelen die dit biedt, is hier in belangrijke mate verantwoordelijk voor. Maar het  heeft ook te maken met het feit dat het leeuwendeel van de inkomsten van partijen komt uit subsidiëring door de staat en steeds minder uit de bijdragen van leden. Het tweede element slaat op het kartel van partijen, dat inhoudt dat vrijwel elke partij (op een enkele extremistische uitzondering na) een potentiële regeringspartner is. Een partij kan tijdelijk tot de oppositie worden veroordeeld, maar maakt de keer daarna weer kans om mee te doen. Zoals Katz en Mair het formuleren:

… the fear of being thrown out of the office by the voters was also seen as the major incentive for politicians to be responsive to the citizenry. In the cartel model, on the other hand, none of the major parties is ever definitively ‘out’. As a result, there is an increased sense in which electoral democracy may be seen as a means by which the rulers control the ruled, rather than the other way around.

Wie het geheel aan politieke partijen, misschien met uitzondering van de SP die vooralsnog weigert deals te sluiten met het kabinet, beschouwt als een kartel, snapt ook beter waarom op specifieke onderwerpen afspraken tussen oppositie en kabinet worden gemaakt. De extra dimensie die het minderheidskabinet toevoegt is dat niet alleen van verkiezing tot verkiezing andere machtsblokken binnen het kartel ontstaan, maar ook tijdens de regeerperiode. Tegelijk kunnen de niet-regeringspartijen binnen het kartel hun onderwerpen uitzoeken om stevig van leer te trekken tegen het kabinet, wel in de wetenschap dat dat precies de punten zijn waarop PVV, VVD en CDA elkaar des te steviger vasthouden.