Kandidatencommissie

Als politicoloog met belangstelling voor politieke partijen en als betrokken GroenLinkser ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de procedures voor het samenstellen van een kandidatenlijst. In de trits van functies die politieke partijen vervullen – recruteren, aggregeren en mobiliseren, door mij het RAM-model gedoopt – is de eerste in de loop van de jaren steeds belangrijker geworden. Waar de binding tussen kiezers en partijen almaar losser wordt en de ene ideologie makkelijk voor de andere wordt ingewisseld, leunen partijen steeds meer op de selectie van geschikte kandidaten. Want ook met een matige uitslag en een matig programma kan een partij die goede bestuurders weet te leveren, toch meeregeren.

Als politicoloog met belangstelling voor politieke partijen en als betrokken GroenLinkser ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de procedures voor het samenstellen van een kandidatenlijst. In de trits van functies die politieke partijen  vervullen – recruteren, aggregeren en mobiliseren, door mij het RAM-model gedoopt – is de eerste in de loop van de jaren steeds belangrijker geworden. Waar de binding tussen kiezers en partijen almaar losser wordt en de ene ideologie makkelijk voor de andere wordt ingewisseld, leunen partijen steeds meer op de selectie van geschikte kandidaten. Want ook met een matige uitslag en een matig programma kan een partij die goede bestuurders weet te leveren, toch meeregeren.

In mijn partij is in deze weken in aanloop naar het congres van 30 juni een belangrijke rol weggelegd voor de kandidatencommissie. Zij maakt allereerst een schifting van kandidaten die op basis van hun brief en CV wel of niet worden uitgenodigd en bepaalt daarna op basis van vele vele gesprekken wie voor de kandidatenlijst worden voorgedragen. Door de plots ontbrandende strijd tussen Jolande Sap en Tofik Dibi komt het werk van deze commissie ineens in de schijnwerpers te staan. Dat heeft er vooral mee te maken dat de commissie ook een oordeel uitspreekt over de geschiktheid van kandidaten voor plek één, waarvoor een apart profiel is opgesteld.

Ik ben er heel blij mee dat we zo’n commissie hebben, met veel meer kennis en ervaring dan wij als gewone leden in huis hebben. Wat daar echt in Den Haag gebeurt, hoe zittende Kamerleden functioneren en hoe nieuwelingen zich daarin zouden kunnen voegen, snapt een kandidatencommissie veel beter en kan zij veel beter wegen en beoordelen. Soms blijkt dat een wereld van verschil. In dat opzicht is het volgens mij niet heel anders dan bij een “normale” baan en een “normale” sollicitatie, waar ook een selectiecommissie aan het werk gaat. Dat is ook het vertrouwen dat we als leden aan een kandidatencommissie geven.

Een zorgvuldige procedure, die leidt tot een goed afgewogen voordracht en die recht doet aan de kwaliteiten (en gebreken) van de kandidaten, verdraagt zich soms slecht met openheid en transparantie. Die roep is begrijpelijk en ten dele terecht, omdat omslachtige geheimzinnigheid niet goed is, maar kan het werk van de commissie onnodig onder druk zetten. Nog los van het feit dat het nooit goed is om de regels tijdens het spel te veranderen. Ik ben niet per se tegen een referendum, maar vind wel dat – net als bij het CDA – daaraan vooraf de commissie een oordeel moet uitspreken of de kandidaten die zichzelf een geschikte lijsttrekker vinden, dat ook zijn.

6 gedachten over “Kandidatencommissie”

  1. HARMEN,

    Geen enkele kandidaat kent gebreken, slechts beperkingen, net als alle andere 17 millioen (nog niet allemaal) stemgerechtigen beperkte medelanders & Nederlanders.
    Eerlijk is goed in het debat, niet in (je) PR.
    Ook jij zal een keer door de mangel gaan voordat je premier (kan) worden.
    Suc6
    En groet aan de rest van de familie,
    Willem Hut

  2. Dag Wim,

    Door de mangel zal ik nog verschillende keren moeten! Oké zal het voortaan over beperkingen hebben, of moet ik het uitdagingen noemen?

    Groeten terug aan de familie,
    Harmen

  3. een van de problemen is de rol van het politieke bestuur. helaas ga je daar niet op in. ik zie het politieke debat door de jaren heen op alle bestuurlijke niveaus steeds technocrtischer worden en als het ware ‘verambtelijken’. daardoor lijkt het primaat niet langer bij de politiek te liggen.
    vooral, maar niet alleen, voor oppositiepartijen is het daardoor steeds lastiger geworden op te komen voor de belangen van hun kiezers. de ambtelijk vastgestelde ‘objectieve cijfers’ zijn immers heel moeilijk te doorgronden en dus is het steeds lastiger om politiek gewenst beleid dat op het eerste gezicht niet met die cijfers spoort door te zetten. hoe anders dacht ‘mijn burgemeester’ die in de jaren tachtig een raadsdebat afsloot met de stelling dat ‘als de raad het wil, het college zal zorgen dat er geld komt’.

    die houding zie ik weerspiegeld in de manier waarop de coalitie Rutte/Verhagen(/Wilders) het beleid heeft vormgegeven. daarbij heeft de opvatting van de VVD dat een kleinere overheid per definitie beter is voor ‘het land’ (maar het argument van het landsbelang snijdt wat mij betreft geen hout: het landsbelang wordt per definitie gedefinieerd door de meerderheid die het land bestuurd) geprevaleerd, en die meet dat alleen af aan het overheidsbudget (of aan de hoogte van de te betalen belasting).

    ik zie die houding nu ook weerspiegeld in de neiging van politieke partijen om politieke partijen om kennis en deskundigheid van hun volksvertegenwoordigers zwaarder te laten wegen dan (politieke) zeggingskracht en bewogenheid. het lijkt er op dat GroenLinks dit bij de laatste wijziging van zijn verkiezingsreglement zelfs heeft geïnstitutionaliseerd. uitgebreide profielen dienen als referentiekader en de commissie kan kandidaten zelfs als ongeschikt terzijde schuiven, hoewel zij in de partij ruime ondersteuning gevonden hebben. terwijl zij er vooral voor zouden moeten zorgen dat alle (correct) gestelde kandidaten zich goed aan de partij kunnen presenteren, zodat die kan kiezen, stelt ze zich steeds meer op als de selectiecommissie, die het enig juiste oordeel kan vellen. dat vertroebelt de procedure meer dan dat het die verheldert.

    en het gevolg is, helaas, dat onder de politici die het uiteindelijk tot de top van de kandidatenlijst brengen de technocraten, die deskundig zijn op hun eigen deelgebied, prevaleren boven politici die het electoraat een ideaal voor durven te houden, ook als dat niet direct met harde cijfers wordt onderbouwd. misschien dat het verzet van onderop, zoals zich dat rond katalysatoren als Fortuijn, Wilders en nu de Piratenpartij manifesteert, die voor het draagvlak van het politieke bestuur funeste proces kan doorbreken, maar zeker ben ik daar niet van.

    1. Dag Tjark,

      Dank voor je uitgebreide reactie! Interessant punt ook en tot de helft van je betoog kan ik je volgen en ben ik het ook helemaal met je eens. Ik zag dit ook terug in gemeenteraden en provinciale staten die voor een belangrijk deel bevolkt werden door ambtenaren en anderen die in hun werk al veel met het openbaar bestuur te maken hebben.

      Maar in de Tweede Kamer, in het algemeen en dus breder dan alleen GroenLinks, mis ik juist de echte deskundigheid. Was het maar zo dat Kamerleden daarop werden geselecteerd… Ik zie daarentegen veel Kamerleden die prima weten hoe ze Nieuwsuur, Pownews of andere media moeten halen, die binnen de kortste keren een standpunt hebben over van alles en nog wat. De hoge doorloopsnelheid maakt bovendien het gezag van de Kamer minder, waardoor een bewindspersoon eigenlijk overal mee weg kan komen.

      Ik zou hopen dat we meer Kamerleden krijgen die bevlogenheid en deskundigheid in zich verenigen. Ik zou hopen dat kandidatencommissies de opdracht krijgen dat soort nieuwe Kamerleden te gaan zoeken. Want technocratie en een beroep op objectieve gegevens zijn inderdaad de dood in de pot.

  4. harm,

    Mee eens. Een goede selectie van kandidaten lijkt mij van groter belang dan de hang naar schijndemocratische oplossingen zoals volledig open lijsttrekker referenda. Juist dergelijke referenda zijn een opmaat voor problemen, omdat de kiezer / lid niet kan beoordelen hoe de kandidaat stand houdt in het politieke circus. Iets wat toch compleet anders is dan een aantal weken je kandidatuur onder de aandacht brengen. Politiek is een ambacht dat niet voor iedereen is weggelegd.

    Wel denk ik dat het voor de leden en hun keuze, beter is als er meer tijd vooraf is om kennis te maken met de geselecteerde kandidaten. Al begrijp ik dat deze keer de timing door de val van het kabinet erg smal was. Het zij zo voor deze keer.

    Maar zoals gezegd. Een goede selectie door een deskundige commissie heeft mijn voorkeur.

    groet
    H.Groen

    1. Dag Hans,

      Ben er inderdaad ook voor dat er meer tijd en gelegenheid is in de weken voorafgaand aan het congres voor leden en kandidaten om met elkaar kennis te maken. Nu blijft het beperkt tot tamelijk oppervlakkige korte indrukken.

Reacties zijn gesloten.