Kleiner is niet beter

Het kabinet-Rutte wil de Tweede en de Eerste Kamer verkleinen naar 100 respectievelijk 50 zetels. Allemaal in het kader van ‘minder overheid’ en ‘in eigen vlees snijden’. Terecht is er veel bezwaar tegen deze vooral symbolische en nogal populistische maatregel. In diverse commentaren is er al op gewezen dat in dit voorstel de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van regering en parlement door elkaar worden gehusseld en dat het d├ędain over ‘de politiek’ hiermee verder wordt gevoed. Het parlement wordt nog verder beknot in de mogelijkheid kaders te stellen en te controleren, de regering krijgt nog meer vrij spel. Bovendien hebben we in vergelijking met veel Europese landen al een klein parlement en levert de maatregel in het licht van 18 miljard bezuinigen nauwelijks substantieel iets op.

Wat mij echter vooral dwarszit, is de suggestie – zoals ook door Joost Eerdmans verwoord in nrc next – dat door een vermindering van het aantal leden, de Kamer zich meer op de hoofdlijnen zou gaan concentreren. Alsof door een derde reductie er minder spoeddebatten aangevraagd zouden worden, minder mondelinge en schriftelijke vragen gesteld zouden worden. Alsof dan alle Kamerleden generalisten zouden worden.

Een snelle blik op de ervaringen in de provincies, waar in 2007 fors werd gesneden in het aantal Statenleden, leert dat deze inschatting simpelweg niet klopt. In Noord-Holland, waar we terug gingen van 83 naar 55, werd daarna bepaald niet minder of sneller vergaderd, nam het aantal vragen alleen maar toe en ging het nog even vaak over details als daarvoor. Hetzelfde beeld is zichtbaar in andere provincies.

Wat ook niet zo gek is. Want wie is nu gemotiveerd om de politiek in te gaan om het alleen maar over abstracte hoofdlijnen te hebben? Wie laat zich door een minister of gedeputeerde zeggen ‘u gaat er niet over’ (nog los van het feit dat die scheiding tussen kaders en uitvoering helemaal niet zo duidelijk is)? Het zijn toch concrete maatschappelijke problemen die de volksvertegenwoordiger drijven. En dan maakt het niks uit of je met 55, 83, 100 of 150 bent. Met een cynische blik zou ik zelfs denken dat de neiging om op hypes en de krant van die ochtend politiek te bedrijven, alleen maar groter wordt. Want er is geen tijd en capaciteit om je langdurig en grondig in een onderwerp vast te bijten. Grote kans dat die kennis vervolgens elders ingehuurd moet worden: hoezo bezuiniging?

Zoals zo vaak wordt de oplossing voor een – kennelijk onwenselijk – aspect van de politieke cultuur gezocht in een aanpassing van de structuur. We zagen het een aantal jaren geleden met de invoering van het dualisme en nu dus via de band van de verkleining van het parlement. Als de intentie oprecht is om van de waan van de dag en de hijgerigheid af te komen, die de hedendaagse politiek kenmerken, dan sta ik daar van harte achter. Maar op mij komt het over als een schaamteloos gelegenheidsargument. Voor straf zou dit kabinet geconfronteerd moeten worden met een Tweede Kamer van 250 leden.