Loting als nieuw democratisch geloof

Loting als nieuw democratisch model: niet te makkelijk over denken, maar zorgvuldig voorbereiden en inzetten

Afgelopen donderdag hield voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet de derde aflevering van de Paushuizelezing. Deze lezing wordt georganiseerd door de provincie Utrecht en gehouden, de naam zegt het al, in het Paushuize (genoemd naar de enige Nederlandse paus die we ooit hadden, Adrianus VI).

In de aankondiging van de lezing had Verbeet laten weten dat zij met nieuwe en spannende ideeën zou komen voor democratische vernieuwing en op de avond zelf stelde zij dat er een Deltaplan voor de democratie moet komen. De invulling van het Deltaplan bleef nogal abstract en dat gold, nog problematischer wat mij betreft, ook voor de diagnose – wat is er nu mis met de democratie? – en de urgentie – waarom moet er nu iets gebeuren?

Gezien het onderzoek dat we vanuit Utrecht samen doen met collega’s van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit Amsterdam, was ik met name benieuwd naar wat Verbeet zou zeggen over de G1000 en andere burgertoppen en dan in het bijzonder over loting. Sinds het boek Tegen Verkiezingen van David van Reybrouck heeft het idee postgevat  dat loten een betere en democratischere manier zou zijn om burgers zeggenschap te geven dan verkiezingen. Er is een groep van ‘gelovigen’ ontstaan die, niet gehinderd door al te veel kennis van hoe G1000’s en lotingen feitelijk werken, overal pleidooien houden voor deze democratische vernieuwing. De Paushuizelezing liet zien dat ook Verbeet tot deze groep mag worden gerekend.

Wat we uit onderzoek in binnen- en buitenland weten, zou echter tot enige terughoudendheid moeten leiden. Dat in de praktijk een G1000 nergens daadwerkelijk 1000 deelnemers heeft gehaald (maar ergens tussen de 250 en 600) is daarbij nog het minste probleem. 1000 is meer een symbolisch getal dan een noodzaak. Maar dat de diversiteit van deelnemers bij alle tot nu toe gehouden G1000’s ondanks loting gering is, zet wel aan het denken. De praktijk leert namelijk dat de G1000’s worden bevolkt door autochtone hoogopgeleiden boven de 50. Het probleem is dat loting als zodanig het gebrek aan diversiteit niet oplost: van de vele duizenden die worden ingeloot, geeft zo’n 95% geen gehoor aan de uitnodiging. Wie zich (terecht) zorgen maakt over dalende opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen, zou dit getal eens tot zich door moeten laten dringen.

Te makkelijk en te snel wordt beweerd dat loting dé oplossing is om de democratische vermoeidheid tegen te gaan en mensen te enthousiasmeren en activeren. De werkelijkheid is heel wat weerbarstiger. Hiermee is niet gezegd dat loting geen goed middel kan zijn om een veelkleuriger gezelschap aan tafel te krijgen. Maar dan is het wel belangrijk om 1) duidelijker te maken wat het belang van de de deelnemer is om zijn of haar vrije dag(en) op te offeren en 2) tegenover deelname een passende vergoeding te zetten. Het is bovendien nodig om loting aan te vullen met andere methoden van directe werving, bijvoorbeeld via maatschappelijke organisaties en social media.

2 gedachten over “Loting als nieuw democratisch geloof”

  1. Harmen, Harmen, bezondig jij je nu ook al aan stemmingmakerij? Ik vermoedde in jou een concentieus wetenschapper en niet de opportunist die je hier neer zet. Allereerst Gerdi Verbeet: tegenover een gehoor van (oud)bestuurders en politici deed zij een oproep om in beweging te komen en niet langer genoegen te nemen met het steeds verder afnemende vertrouwen in politici. Om de urgentie, die tot nu toe door niemand ontkent wordt te onderstrepen nam zij het woord ‘deltaplan’ in de mond, me dunkt een vrij effectief beeld in dit wat oudere gezelschap.
    Bovendien toonde ze zich goed geïnformeerd over de laatste stand van de bevindingen door een verplichte vorm van loting voor te stellen ipv een vrijblijvende. Een dergelijke vorm garandeert wel degelijk voldoende diversiteit, waar die nu nog te wensen over laat in de ogen van de puristen. Daarmee weerlegt zij op voorhand de geconstateerde tekortkomingen door schrijver dezes. Want na 3 keer georganiseerd te zijn is het inderdaad nog niet gelukt om een volledig representatieve groep in de zaal te krijgen. Maar om de groep nieuwsgierige voorlopers die niet te beroerd zijn om eens iets nieuws te proberen nu meteen neer te zetten als een groep overjarige hoogopgeleide mannen is een groteske verdraaiing van de feiten. Zie de rapportages over de deelname op de wetenschapspagina van G1000.nu: http://g1000.nu/over-g1000/wetenschappelijkonderzoek/
    Dit zijn de resultaten voor de eerste 3 G1000-en, waarbij het bereik gerealiseerd is door vrijwillig werkende burgers die met zeer beperkte middelen dergelijke grote aantallen hebben weten te realiseren. En wat zijn dan de pregnante voordelen van loting: de burgers gaan zelf aan de slag met de problemen waar wij mee te maken hebben. Door loten betrekken wij voor meer dan 55% burgers bij de gemeenschap die nog niet eerder actief zijn geweest voor de eigen gemeenschap. Bovendien wordt de invloed van de vaste kring ‘usual suspects’, de lobbyisten en andere beïnvloeders rond het stadhuis, de surrogaat-burgers, eindelijk doorbroken. En verrukkelijke opfrissing van het bestel. Heeft de G1000 in combinatie met loting potentieel: ik zou denken van wel. De G1000 is pas net begonnen en bereikt nu al aantallen burgers waar een gemiddelde politieke partij alleen nog maar van kan dromen! Dat beloofd wat voor de toekomst.

    1. Beste Harm,

      Je reactie illustreert precies het punt dat ik in mijn blog wilde maken over het geloof in loting. Zoals je zelf aangeeft doen we al geruime tijd onderzoek naar de G1000 en is de boodschap die ik hier neerzet misschien wat beknopter en scherper geformuleerd, maar inhoudelijk is het geen andere dan die we in onze working papers tot nu toe hebben laten horen. Nergens zeg ik dat je zou moeten stoppen met loten of dat het niets oplevert, maar ik verzet mij tegen het gemak waarmee sommigen loten tot tovermiddel uitroepen en geen oog en oor meer hebben voor de nadelen en tekortkomingen. Juist in het belang van het verder ontwikkelen van de G1000 lijkt het mij zinvol om daar over na te denken.

      Ik deel namelijk het optimisme over de G1000 als (ver)nieuwe(nde) vorm van lokale democratie en zie zeker de toegevoegde waarde. Maar ik vind het argument dat het zich allemaal nog moet ontwikkelen en dat de diversiteit dan vanzelf wel komt, het probleem ernstig onderschatten. Ook als het vuur van de G1000 zich verder verspreidt, blijft in de huidige aanpak van loting de oververtegenwoordiging van bepaalde groepen optreden. Dat is namelijk geen kwestie van gewenning, maar van het ontbreken van de nodige randvoorwaarden. De verbeteringen heb ik in mijn blog geschetst: urgentie van deelname en vergoeding van tijd en energie. Verplichte deelname na ingeloot te zijn is niet realistisch als het over G1000 of dergelijke bijeenkomsten gaat en zo heeft Gerdi Verbeet het dan ook niet gezegd.

      Ik heb het niet over ‘overjarige mannen’ gehad (beide termen komen voor jouw rekening) wel benoemd dat hoogopgeleiden (gemiddeld 70%) en 50-plussers oververtegenwoordigd waren (64%). Hoe dit een ‘groteske verdraaiing van de feiten’ kan zijn, ontgaat mij.

      Het cijfer over de 55% burgers die nog niet eerder actief zijn geweest voor de eigen gemeenschap kan ik niet plaatsen op basis van onze gegevens. In heel veel opzichten zijn verschillende deelnemers al wel actief: als vrijwilliger, in de eigen buurt, bij verkiezingen. Bovendien is het de vraag of ook niet via een ander middel dan loting een dergelijk gezelschap zou zijn op komen dagen. En dat is nou precies het punt dat ik wil maken: door de focus op alleen loting (en dan ook nog in een zuivere vorm, wie is hier nu de purist?) doe je wat mij betreft het potentieel dat een G1000 heeft tekort. En dat lijkt me voor geen van de betrokken partijen een wenselijke uitkomst.

Reacties zijn gesloten.