Mijn opa en ik

Kort geleden gaf ik in Hoogezand-Sappemeer een training debatvaardigheden aan de lokale GroenLinks-afdeling. Dat is wel een eind rijden vanuit Amsterdam, hoor ik u zeggen… en dat is natuurlijk zo. Maar ik had een speciale reden om graag juist dit hoge noorden op te zoeken. In het jaar dat ik werd geboren, 1979, stopte mijn opa er als predikant, emeritaat noemen we dat in de kerk, na 33 jaren trouwe dienst. Toevallig overigens ook de leeftijd die ik recent mocht bereiken.

Kort geleden gaf ik in Hoogezand-Sappemeer een training debatvaardigheden aan de lokale GroenLinks-afdeling. Dat is wel een eind rijden vanuit Amsterdam, hoor ik u zeggen… en dat is natuurlijk zo. Maar ik had een speciale reden om graag juist dit hoge noorden op te zoeken. In het jaar dat ik werd geboren, 1979, stopte mijn opa er als predikant, emeritaat noemen we dat in de kerk, na 33 jaren trouwe dienst. Toevallig overigens ook de leeftijd die ik recent mocht bereiken.

Tegen de aanwezigen kon ik als introductie dan ook zeggen dat het hoogstwaarschijnlijk 33 jaar geleden is dat ik voor het laatst in Hoogezand-Sappemeer was, toen mijn ouders met hun eerstgeborene naar de pastorie togen. In 1980 verhuisden mijn opa en oma naar Ommen en daar zijn zij tot hun dood blijven wonen. Ik heb dus geen enkele herinnering aan Hoogezand of Sappemeer. Maar nu ik er toch was, leek het mij wel mooi om de kerk te zien waar mijn opa negen jaar had gepreekt en de pastorie die daar vlakbij stond. Met de routeaanwijzingen op zak reed ik er na afloop van de training heen.

Wie mij een beetje kent, weet ik dat een gereformeerde van het nuchtere soort ben. En toch voelde ik op die plek iets van mijn opa’s aanwezigheid, de voetsporen die hij daar heeft achtergelaten. Onwillekeurig moest ik denken aan hoe ik op hem lijk, afgaand op zijn jeugdfoto’s enigszins qua uiterlijk, een beetje in mijn naam (hij heette Hendrik Harmen), maar vooral in onze karaktereigenschappen.

In een In Memoriam dat ik een aantal jaren geleden over mijn opa schreef – hij overleed in 2004, het verhaal is van 2008 – heb ik dat als volgt omschreven:

In het bijzonder worstelde hij met de vraag of hij wel voldeed aan de verwachtingen van de Andere. Voor de twijfels over het dominee zijn en over geloven, heeft hij pas na zijn emeritaat echt ruimte gevonden. In die interne strijd is hij vaak te streng en te hard voor zichzelf geweest.

Mijmerend bij mijn rondje om de kerk – waarom zijn protestantse kerken toch altijd dicht behalve op zondag? – en in de weg terug in de auto, herkende ik ineens veel van die worsteling en dat ontroerde mij. Ineens bekroop me het gevoel dat de woorden die ik over hem had opgeschreven, eigenlijk ook op mij sloegen, dat ik ze via mijn opa aan mezelf had gericht.

Hoe ik ook vaak twijfel, het mezelf ook moeilijk kan maken, door de eisen die ik stel en dan niet eens om wat anderen van mij zouden kunnen denken, maar vooral door wat ik zelf als norm heb bedacht. Dat ik daarin inderdaad te streng en te hard kan zijn ┬á– overigens ook in mijn oordelen over anderen, daar waar mijn opa een aangename mildheid had, zelfs wanneer hij anderen niet begreep of zij opvattingen hadden die ver van de zijne stonden.

Hoe ik, zomaar op een zaterdag in het hoge noorden, nadat ik tijden niet meer aan hem had gedacht, mijn opa ineens miste. En hoe dat een verdrietig, maar vooral een aangenaam en gelukkig gevoel gaf.