Opstappers en doorschuivers

Aardig artikel in de Volkskrant over Kamerleden die tijdens de zittingsperiode zijn vertrokken:

De afgelopen jaren hebben 18 Kamerleden Den Haag verruild voor iets
anders. Soms gedwongen, zoals GroenLinkser Wijnand Duyvendak, na zijn
inbraakaffaire uit de jaren tachtig. Maar meestal vrijwillig: CDA’er
Roland Kortenhorst besloot zijn zetel in te leveren en begon een
vliegtuigbedrijf.

Twee PvdA’ers uit de Kamer werden burgemeester.
De Socialistische Partij benoemde Rosita van Gijlswijk tot
penningmeester van de landelijke partij, twee andere SP’ers vertrokken
uit de Kamer wegens persoonlijke omstandigheden. Na de Europese
verkiezingen vertrokken afgelopen jaar nog eens drie parlementariërs
(CDA, VVD en PVV) naar Brussel.

Meer dan 1 op de 10 vertrokken, een hoger percentage dan in vorige periodes. De trend was mij ook al opgevallen in een onderzoekje dat ik heb gedaan naar politieke carrières van Europarlementariërs en Tweede Kamerleden. Mijn interesse heeft vooral het fenomeen "level-hopping": politici die door de jaren heen op meerdere bestuurlijke niveaus actief zijn. Zoals Maxime Verhagen, die raadslid in Oegstgeest is geweest, lid van het Europees Parlement en Kamerlid.

In het artikel worden ook zorgen geuit over de snelle omloop in de Kamer. Er zijn nog maar weinigen zoals Van der Vlies (SGP) of Marijnissen (SP) die meer dan drie periodes achtereen in de Kamer actief zijn. Vanuit de gedachte dat een institutie als de Tweede Kamer sterker wordt ten opzichte van de regering wanneer er meer gestolde kennis en ervaring is, lijkt die trend inderdaad zorgwekkend.

Overigens wordt de traditionele partijcarrière "van folderaar tot minister" ook zeldzamer. Er komen meer en meer Kamerleden die niet of nauwelijks eerdere politieke ervaring hebben opgedaan. Bijna de helft van de huidige lichting heeft niet eerder in een gemeenteraad of in Provinciale Staten gezeten en niemand heeft de stap van Brussel naar Den Haag gemaakt.

Ter vergelijking heb ik eens gekeken naar het verloop in de Staten van Noord-Holland en de ervarenheid van mijn collega’s. Niet minder dan 14 Statenleden (van de 55) blijken te zijn "vertrokken". Dat getal moet meteen genuanceerd worden: 9 van hen zijn gedeputeerde geworden. De eerste 6 bij de formatie van het college in 2007, de andere 3 bij de nieuwe start in 2009. Feitelijk gaat het dus om 5 Statenleden (een verloop van 9%) die zijn vertrokken: 3 om persoonlijke redenen, 2 werden wethouder.

De gemiddelde anciënniteit is 1803 dagen, bijna 5 jaar. Als lid van de lichting-2003 zit ik dus al boven het gemiddelde. Zeker geldt dat voor de 9 collega’s die geïnstalleerd werden in maart 1999 en voor onze nestor Piet Bruystens (Ouderenpartij, maart 1995). Daar staat tegenover dat de meerderheid (56%) aan de eerste periode in de Staten bezig is, van wie 4 leden nog maar een paar maanden.

Voor ons is het eveneens afwachten wat er in maart 2010 gaat gebeuren, wanneer veel gemeenten op zoek gaan naar wethouders. Zou zomaar kunnen zijn dat daar een paar van de huidige Statenleden tussen zitten…

4 gedachten over “Opstappers en doorschuivers”

  1. Leuk, goed stuk. Er wordt inderdaad veel over gesproken dat kamerleden het niet lang volhouden. De verklaring die jij geeft dat kamerleden een andere (politieke) plek krijgen en daardoor uit de kamer verwijnen is een plausibele verklaring die veel mensen niet zien.
    Ik ben inderdaad ook benieuwd hoe het na de komende gemeenteraadverkiezingen zal zijn. Er zit veel potentie in lokaal, die zeker veel kan betekenen voor landelijk.

  2. Nou ja, of het altijd een andere politieke plek is, valt nog te bezien. Ben het wel eens met degenen die zich over de hoge omloopsnelheid zorgen maken.

  3. Terecht stel je dat het aantal kamerleden zonder politieke ervaring toeneemt. Zou dat ook nog een rol spelen in de hogere doorloopsnelheid?
    Verder is de status van Kamerlid niet per definitie meer nastrevenswaardiger dan bijv. dat van gemeenteraadslid of wethouder in een grote stad. Vraag tien jonge politici wat ze over vijf of tien jaar zouden willen doen en de meesten zeggen ‘wethouder’. Dat was denk ik een jaar of tien wel anders.
    Overigens denk ik dat velen die Noord Hollandse statenleden wel een wethouderspost gunnen na maart 2010 😉

  4. Ik merk idd ook dat een bestuursfunctie soms aantrekkelijker wordt gevonden dan het Kamerlidmaatschap. Ben nog wel benieuwd waar dat precies door komt.
    Fijn dat het die NH Statenleden zo gegund wordt 🙂

Reacties zijn gesloten.