Partijen, promoveren en de pers

Naar aanleiding van een ANP bericht dat vanmorgen de wereld in is gestuurd, heb ik al van verschillende media aandacht gehad voor mijn proefschrift:

Nederlandse afkeer Europa vaag en gevoelsmatig’

DEN HAAG (ANP) – De afkeer die Nederlanders voor
Europa voelen is "vaag en gevoelsmatig”. Dat zei politicoloog Harmen
Binnema woensdag naar aanleiding van het proefschrift How Parties
Change, dat hij 13 mei verdedigt aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Veel Nederlandse politieke partijen hebben aan het referendum over de Europse Grondwet in 2005 de conclusie verbonden dat Nederlanders negatief zijn over de Europese Unie. Binnema denkt echter dat je niet kunt zeggen dat de 62 procent die tegen de grondwet stemde ook tegen de Unie is.

De vermeende weerstand tegen Europa komt volgens hem
echter vaak voort uit "pure onverschilligheid”. Bovendien is het maar
net wat je aan mensen vraagt. "Ik kan me niet voorstellen dat
Nederlanders massaal uit de Europese Unie willen stappen”, aldus de
politicoloog. Op 4 juni zijn er in Nederland verkiezingen voor het Europees Parlement.

Politieke partijen als de PVV en de SP
gebruiken volgens hem de Europese Unie graag als zondebok. Zij kunnen
hun stokpaardjes makkelijk koppelen aan een afkeer van Europa. De SP
kan de Unie de schuld geven van de uitwassen van het neoliberalisme. De
PVV kan de angst voor immigratie koppelen aan de discussie over Turkije
als lid van de Europese Unie. Dat overgieten politieke partijen dan met
een "vleugje nationalisme''.

Nationale politici hebben vaak weinig interesse voor
Europa en weinig contact met de eigen Europarlementariërs, constateert
Binnema. Hierdoor staan leden van het Europees Parlement niet in hoog
aanzien binnen de eigen partij. Dat leidt er ook toe dat Europa vaak
van van alles de schuld krijgt. Als voorbeeld noemt hij dat Europese
regelgeving over de luchtkwaliteit wordt gebruikt als excuus om geen
wegen aan te leggen.

Ondanks alles is Binnema positief over de toekomst van
Europa, dat is uitgegroeid tot een "tamelijk stabiel politiek
systeem''. De politicoloog verwacht dat er uiteindelijk een Europese
regering komt die steunt op een meerderheid in het Europees Parlement.
Maar dat gebeurt niet binnen twintig jaar en er is een extreme
aanleiding voor nodig, zoals het verergeren van de economische crisis.
Tot die tijd blijft de nationale politiek gewoon doen alsof zij in het
centrum van de macht staat, ook al neemt de macht van Europa toe,
constateert hij.

Het is altijd wel verrassend wat er van een interview van zo'n 20
minuten uiteindelijk overblijft. Als wetenschapper ben ik (nog meer dan
als politicus) altijd wel gehecht aan de nuance en die verdwijnt toch
wat in korte quotes. "Pure onverschilligheid" is dus wat zwaar
aangezet, al denk ik wel dat de opvattingen over Europa bij weinig
Nederlanders erg diep geworteld en gekoesterd zijn.

Gelukkig kom ik hier wel de essentie tegen van wat ik mijn proefschrift heb willen laten zien, namelijk de 'kneedbaarheid' van Europa. Partijen construeren en definiëren de EU op zo'n manier dat die past binnen hun eigen ideologisch kader: een effectieve manier daarvoor is om de EU te linken aan onderwerpen die voor een partij toch al belangrijk zijn en aan voor kiezers herkenbare thema's.

3 gedachten over “Partijen, promoveren en de pers”

  1. Waarom alleen de SP en de PVV noemen, en niet – ik noem maar – D66 en GroenLinks die de EU ook op zo’n manier definiëren dat de EU in hun (positieve, hosanna) EU-ideologie past.
    En als de politieke partijen daadwerkelijk wat hadden willen doen met de uikomst van het referendum, dan hadden we nu geen nieuw verdrag gehad, waarmee het parlement heeft ingestemd, zonder dit nogmaals aan de bevolking voor te (durven) leggen in een referendum.

  2. Mijn stelling is inderdaad dat alle partijen Europa op die manier definiëren die in hun (ideologische) straatje past. Alleen ben ik er niet voor verantwoordelijk welk deel een journalist vervolgens opschrijft…

Reacties zijn gesloten.