Proeven aan de provincie V: Europa

Afgelopen dinsdag was ik op het 5e Europees Forum van de Randstadprovincies, dit keer georganiseerd in het provinciehuis van Zuid-Holland. Het thema van deze bijeenkomst was het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU en de gevolgen die dat heeft voor bijvoorbeeld water, klimaat en landschap. Het was een boeiende avond, met veel interessante sprekers en voor mij ook veel nieuwe informatie, maar ik merkte in de verschillende discussies dat het moeilijk was de Europese dimensie in het oog te houden. Vrij snel ging het ‘gewoon’ over peilbeheer, agrarisch natuurbeheer of schaalvergroting, zonder dat de impact van Europese regels of de mogelijke financiële bijdrage vanuit Europese gelden aan bod kwamen.

Naar mijn idee is dit illustratief voor de moeizame manier waarop het thema Europa in de provincie wordt besproken. Aan de ene kant snappen velen dat het ‘best belangrijk’ is, maar hoe en wat blijft voor de meeste van mijn collega-Statenleden lastig te vatten. In de afgelopen jaren zijn Statenleden in de vier randstadprovincies via hun werkgroepen Europa bezig geweest om iets meer te snappen van de invloed van Europese besluitvorming op de provincie en ook inzicht te krijgen in manieren die er zijn om Europees beleid te beïnvloeden. Het voornaamste doel van die werkgroepen was ‘grip’ te krijgen op Europa en een beeld te hebben waar Europa en de provincie elkaar raken. Door Europese aanbestedingen en problemen van staatssteun komt Europa soms sneller dichtbij dan sommige Statenleden of gedeputeerden lief is. Tegelijkertijd zijn rondom deze twee thema’s heel wat  mythes en wordt – zoals wel vaker – Brussel ook wel ten onrechte als zondebok gebruikt.

Een aantal bestuurders uit gemeenten en provincies heeft zitting in het Comité van de Regio’s, een adviesorgaan voor Commissie en Parlement, dat over onderwerpen die het lokale en regionale bestuur raken, geraadpleegd moet worden. Het Comité vergadert vijf keer per jaar. Het dagelijks werk wordt in Brussel gedaan in het Huis van de Nederlandse Provincies, waar namens de gezamenlijke provincies de Europese politiek in de gaten wordt gehouden en de belangen van de provincies worden vertegenwoordigd. Binnen dat Huis werken de vier randstadprovincies nauw samen: er zijn ook prioriteiten specifiek voor de P4 vastgesteld. Eens in de twee jaar worden de Statenleden van Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland uitgenodigd in Brussel om kennis te maken met de diverse instellingen van de Europese Unie en te discussëren over actuele Europese onderwerpen. Ik heb dat altijd hele nuttige bezoeken gevonden, omdat het goed is om de werking van Europa ter plekke ter ervaren en inspirerend om in korte tijd een overzicht te krijgen welke grote thema’s er spelen. Als het goed is, zullen de nieuwe Statenleden in oktober of november ook weer naar Brussel gaan.

Ik vind het een goed teken dat als in de Staten over Europa wordt gesproken, het niet alleen meer gaat over subsidiepotjes en andere manieren om zoveel mogelijk Europees geld naar de provincie te halen. Het accent is gelukkig verschoven naar de besluitvorming en hoe we in de provincie het best met Europees beleid kunnen omgaan. Tegelijk zeg ik er eerlijk bij dat het nog steeds vooral een discussie is tussen een klein groepje ingewijden en het onderwerp niet heel breed in de Staten leeft. Enige relativering is bovendien op z’n plek: als politicus en wetenschapper heb ik gemerkt dat de invloed van Europa nu ook weer niet zo groot is, en omgekeerd: dat de invloed die een (op Europese schaal) kleine provincie als Noord-Holland in Europa kan hebben, reuze meevalt.