Proeven aan de provincie VI: Vergaderen

Politici zijn goed in lang vergaderen. Provinciale politici zijn daar misschien nog wel beter in dan de gemiddelde politicus en ik zou haast denken dat Noord-Hollandse provinciale politici dit op hun beurt beter kunnen dan de gemiddelde provinciale politicus. Volgens de landelijke norm waarop de vergoeding voor Statenleden is gebaseerd, zijn wij per week 11 uur kwijt aan het Statenwerk. In veel gevallen gaat die tijd bij ons al op aan vergaderen en dan heb ik het nog niet over de voorbereiding op die vergadering, contacten via telefoon en mail of het overleg met mijn eigen fractie. Om een voorbeeld te geven: op 14 februari komen de Staten voor het laatst in deze samenstelling bijeen, waarbij de vergadering begint om 10.00 en naar verwachting om 22.00 is afgelopen.

In de nieuwe periode kunnen de nieuwe Staten natuurlijk beslissen alles anders te doen (in een aantal opzichten zeker aan te raden), maar op dit moment kent Noord-Holland naast de maandelijkse plenaire vergadering een zestal commissies:

  • Water, Agrarische Zaken, Milieu, Economie en Natuur (WAMEN)
  • Wegen, Verkeer en Vervoer, inclusief Zeehavens (WVV)
  • Financiën, Europa, Personeel en Organisatie (FEPO)
  • Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid (ROG)
  • Sociale Infrastructuur (SI)
  • Rekeningencommissie

Deze commissies vergaderen volgens een vast schema, telkens op een maandag. Sinds 2007 is dit de vaste vergaderdag, ‘maandag Statendag’, ooit zo ingesteld vanuit de gedachte dat dit voor de buitenwacht het meest herkenbaar is en voor Statenleden handig om hun andere werk op af te stemmen.  De eerste week zijn er drie commissies (ochtend, middag, avond), de tweede week ook drie commissies (idem). De onderwerpen die in deze commissies op de A-agenda staan, komen later terug in de Statenvergadering. Wanneer alle partijen in de commissie het eens zijn met een voorstel, wordt het in de Staten een hamerstuk – oftewel een besluit zonder verdere discussie.

In de meeste gevallen is dat niet zo en willen de woordvoerders graag hun ‘minutes of fame’ in de Statenzaal. Waarschuwing: de meeste Statenleden vinden het vervelend wanneer de discussie uit de commissie plenair nog eens wordt overgedaan. Soms komen in de commissie vragen of kritiekpunten naar voren, waarop de gedeputeerde dan in de aanloop naar de Statenvergadering een reactie kan geven en mogelijk het voorstel nog aanpassen – in de Statenvergadering wordt dan beoordeeld of dat op een goede manier is gebeurd. Het biedt fracties ook de tijd om moties en amendementen te maken en onderling af te stemmen. Het komt ook regelmatig voor dat aan de gedeputeerde wordt gevraagd een toezegging die zij of hij in de commissie heeft gedaan, voor de volledigheid in de Staten nog eens te bevestigen.

De meeste commissies hanteren spreektijd per fractie, wat betekent dat de woordvoerders van een partij goede afspraken moeten maken hoeveel tijd zij aan elk onderwerp besteden. Niet elke voorzitter is even streng, maar de regel is dat wie door de tijd heen is, de rest van de vergadering niet meer het woord kan voeren (interrumperen mag altijd…). De spreektijd wordt in de Statenvergadering strenger gehanteerd: daar is op meerdere schermen ook te zien hoe de minuten teruglopen, dus wie aan het woord is weet wanneer te stoppen. Van belang is bovendien dat iedereen die het woord over een onderwerp wil voeren, zich vooraf bij de griffie meldt. De voorzitter van de vergadering (dat is de Commissaris van de Koningin) nodigt vervolgens de sprekers per onderwerp uit naar voren te komen. Er is dan nog wel plek voor late beslissers en spijtoptanten, maar erg netjes is dat niet.

In de vergadering, maar dat is in de provincie niet anders dan in bijvoorbeeld de Tweede Kamer, wordt gesproken via de voorzitter. Dat zeg je dus aan het begin van je bijdrage en een interruptie – daarvoor staan vooraan twee microfoons – mag alleen na toestemming van de voorzitter. Verwijzingen naar je collega’s gaan altijd met u en met achternaam:  “zoals mevrouw Klomp net zei”, “ik ben het oneens met de heer Van Run”, ook al zeg je buiten de vergadering gewoon Liesje en Jan. In de commissie gaat het er soms wat informeler aan toe (maar dan vooral als de microfoon uit is).

Alle vergaderingen zijn in principe openbaar, er moeten zwaarwegende redenen zijn om een vergadering (ten dele) besloten te houden. Dat betekent dat iedere burger welkom is op de publieke tribune, zowel bij commissie-  als Statenvergadering. Bovendien kunnen deze laatste gevolgd worden via internet. Er wordt van iedere Statenvergadering een woordelijk verslag gemaakt, bij de commissievergadering een verslag op hoofdlijnen, maar desondanks behoorlijk uitgebreid. Bovendien wordt ter voorbereiding op de Statenvergadering bij elk voorstel het advies van de vakcommissie gevoegd, uitgesplitst per partij.

Vergaderen kan heel leuk zijn, het debat fel en stemmingen net erop of eronder. Het kan soms ook langdradig zijn en voor de niet-ingewijden haast onmogelijk te volgen. Wat er wellicht in de komende tijd ook gaat veranderen aan het vergadersysteem, je zult flink wat uren in het provinciehuis doorbrengen. Uithoudingsvermogen is dus geen overbodige luxe en het kweken van zitvlees is aan te raden.