Proeven aan de provincie VII: Onderhandelen

In de afgelopen acht jaar heeft GroenLinks deel uitgemaakt van Gedeputeerde Staten. Telkens samen met VVD en CDA, in de eerste periode daarnaast nog D66, in de tweede periode met de PvdA erbij. Deelname aan een college gaat uiteraard niet vanzelf, maar is het resultaat van onderhandelingen tussen partijen rondom en na de verkiezingen. Dat geldt ook voor de weken waar we nu in zitten: aan de ene kant bestrijden partijen elkaar stevig tijdens de vele debatten, aan de andere kant wordt al geloerd naar en geflirt met potentiële partners.

Er zijn al vele boeken geschreven over onderhandelingen – vaak leer je meer van de mislukte dan van de geslaagde – maar het cliché gaat toch echt op: elke onderhandeling is weer anders. In 2003 had een belangrijk deel van de onderhandelingen al plaatsgevonden in de aanloop naar de verkiezingen (het laatste weekend op Texel speelt daar altijd een cruciale rol in) en was de door PvdA-lijsttrekker georganiseerde officiële opening al voor aanvang achterhaald. CDA en VVD hadden bedacht dat het tijd werd eens te gaan besturen zonder de PvdA en slaagden erin D66 en daarna ook GroenLinks aan zich te binden. Vier jaar geleden nam Ton Hooijmaijers als aanvoerder van winnaar VVD al snel het voortouw en werd in korte tijd duidelijk wie afviel en wie mee mocht doen.

De overeenkomst tussen 2003 en 2007 is dat volgens een vergelijkbaar format een collegeprogramma werd opgesteld. In vier groepjes naar thema geordend, gingen Statenleden van alle vier onderhandelende partijen met elkaar in de weer om teksten te maken. Na soms hevige en langdurige discussies kwamen die groepjes voor 80 of 90% tot overeenstemming. De geschilpunten werden vervolgens besproken door de vier lijsttrekkers, om tot een definitieve tekst te komen en ook de financiële paragraaf toe te voegen. Het bleek beide keren een prima formule om tot een goed inhoudelijk verhaal te komen waarin voor iedere partij voldoende herkenbare punten in zaten, maar ook om elkaar beter te leren kennen en te vertrouwen.

Wanneer zoveel verschillende Statenleden bij de onderhandelingen echt een rol kunnen spelen en het niet een act voor vier heren is, vergroot dat ook het draagvlak bij de coalitiepartijen en het gevoel dat het eindsresultaat ook iets van hen is. Ik zou dus de onderhandelaars van straks willen aanraden het wederom op deze manier aan te pakken.

Dit is het zevende deel van een serie over de provincie, het vorige deel ging over vergaderen

Eén gedachte over “Proeven aan de provincie VII: Onderhandelen”

Reacties zijn gesloten.