Rutger Kopland: Psalm

Al zo lang ik gedichten lees, houd ik van het werk van Rutger Kopland. Ook op dit weblog heeft Kopland al een paar keer een plek gekregen: bij het vieren van het donker, bij het afscheid van Femke en in mijn serie over inspirerende gedichten.

Bij die laatste gelegenheid was het een hele worsteling uiteindelijk tot de keuze voor één gedicht te komen. Hoe te kiezen uit prachtige regels als

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

of

blackbird, ben je daar, tussen
mijn benen, take these broken
hands and learn

to write hoe je haar valt en
je hoofd wiegt en ik je voel
kreunen en zingen

hoog boven mijn dakraam, merel
tegen de koude lucht, tegen de zon,
tegen mij aan.

Op deze trieste dag, waarop het overlijden van deze bijzondere dichter werd bekend gemaakt, leek mij deze ‘Psalm’ het meest toepasselijk:

Dan zullen deze geluiden wind zijn,
als ze opstijgen uit hun plek, dan
zullen ze verwaaien, zijn ze wind.

We hebben geademd en onze adem was
als zuchten van bomen om een huis,

we hebben gepreveld en onze lippen
prevelden als een tuin in de regen,

we hebben gesproken en onze stemmen
dwaalden als vogels boven een dak.

Omdat wij onze naam wilden vinden.
Maar alleen de wind weet de plek
die wij waren, waar en wanneer.