Wat echte tolerantie inhoudt

De afgelopen dagen zat ik me flink te ergeren aan alle overspannen reacties uit progressieve hoek op het World Congress of Families. Tolerantie gaat immers twee kanten op. Omdat de NRC dit in het hoofdredactioneel commentaar prima verwoord heeft, geef ik daaraan graag alle ruimte:

Het gezin op congres

Het
vijfde World Congress of Families dat vandaag in Amsterdam is begonnen,
beschouwt zichzelf als „de voornaamste bijeenkomst van pro-family
krachten van over de gehele wereld”. Het vindt zichzelf  „religieus
neutraal”, maar tegenstanders geloven daar niets van. Een
handjevol demonstranten verzamelde zich vanochtend bij de RAI, waar het
driedaagse evenement wordt gehouden. Homofoben en seksisten zijn niet
welkom, lieten ze op spandoeken weten. Vorige week werd het pand van
het organisatiebureau beklad met anti-leuzen als ‘Christenfundi’s rot
op’.

Aan de neutraliteit van het World Congress kan worden getwijfeld, al
zijn er ook sprekers die niet uit het conservatief-religieuze segment
van de samenleving komen. Maar is die al dan niet vermeende
neutraliteit zo belangrijk? Sinds wanneer moeten congressen neutraal
zijn?

De protesten zeggen meer over het gebrek aan tolerantie bij de
tegenstanders van het congres dan van de deelnemers. Een dikke week na
de Gay Parade, de jaarlijkse homomanifestatie in Amsterdam die als een
wezenlijk en helaas noodzakelijk pleidooi voor verdraagzaamheid en
acceptatie kan worden beschouwd, is het pijnlijk dat propagandisten van
het klassieke gezin kennelijk het gevoel moet worden gegeven dat zij
juist niet welkom zijn.

Dat de Nederlandse minister voor Jeugd en Gezin, Rouvoet
(ChristenUnie), vanochtend met een videoboodschap het congres opende,
vonden sommige politici al bij voorbaat verdacht. Het Tweede Kamerlid
Van der Ham (D66) gaf aan zijn primaire taak, het achteraf controleren
van de regering, een bijzondere invulling door in schriftelijke vragen
van tevoren vast aan te geven wat de minister op het congres zou moeten
zeggen.

Dat een Nederlandse minister voor gezinszaken spreekt op een congres
over gezinszaken, kan moeilijk als abnormaal worden beschouwd. Als lid
van de ChristenUnie, een partij met voor liberalen verwerpelijke
standpunten over zaken als abortus, was Rouvoet  blijkbaar verdacht.
Maar de minister gaat wel over zijn eigen tekst, zolang hij daarmee
binnen de opvattingen van de regering blijft. En dat was met de
boodschap van Rouvoet vandaag het geval.

Hij is dan ook minister in een kabinet  van CDA, PvdA en
ChristenUnie, dat het gezin beschouwt als „een belangrijke bron voor
het kweken van betrokkenheid bij de samenleving”, aldus het
regeerakkoord uit 2007. „In het gezin worden kinderen opgevoed, wordt
geborgenheid geboden en worden essentiële waarden en normen […]
overgedragen aan volgende generaties.” Een van de eerste daden van
Rouvoet was het instellen van een jaarlijkse ‘Dag van het Gezin’.

Het staat ieder vrij andere samenlevingsverbanden te prefereren en
te belijden. En homofobe uitingen dienen met alle mogelijke legale
middelen aan de kaak te worden gesteld. Niettemin: ook de deelnemers
aan het World Congress of Families hebben recht op hun  mening, ze
mogen het gezin heilig verklaren, kunnen niet tot een pro-abortus
standpunt worden verplicht, en horen de vrijheid te hebben van hun
opvattingen te kunnen getuigen.

2 gedachten over “Wat echte tolerantie inhoudt”

  1. Ik sluit me volledig aan bij het hoofdredactioneel commentaar van het NRC.
    Gister was ik op het World Congress of Families, omdat alle politieke jongerenorganisaties uitgenodigd waren voor een debat over jeugdbeleid en ingrijpen achter de voordeur. Geen van de PJO’s had afgezegd. Logisch. Juist met mensen die totaal aan de andere kant van het politieke spectrum staan moet je in debat. Spreken op een congres betekend niet dat je het met de organisatoren eens bent, in tegendeel.
    Daarom is de ophef over het spreken van Rouvoet op dat congres totaal overtrokken. Als er een rel ontstaat over de minister van Jeugd & Gezin die een groot internationaal congres over families, dan is dat een typisch voorbeeld van de hyperigheid en korte termijngerichtheid van onze politiek.
    Laten we ons niet zorgen maken over de bijeenkomsten waar onze ministers spreken, maar het beleid dat ze voeren.

Reacties zijn gesloten.