Laat duizend bloemen bloeien

Burgers aan zet. De samenleving voorop. Eigen kracht. Zelfredzaamheid. De doe-democratie. Participatiesamenleving. Aan termen om de nieuwe rol van burger en overheid te duiden geen gebrek. Aan goedbedoelde pogingen om dit concreet vorm te geven ook niet. Maar vaak verzandt het ook in die goede bedoelingen. Overheden vinden het verrassend moeilijk om los te laten en heel wat burgers zitten helemaal niet op extra taken te wachten. Tot zover weinig nieuws vermoed ik.

Een aantal maanden geleden raakte ik betrokken bij G1000, in de Nederlandse variant van wat onder meer Zomergast David van Reybrouck in 2011 in Vlaanderen opzette. Op basis van loting werd een groep mensen bij elkaar gezet om voorstellen te doen, waaruit zij vervolgens in dialoog met elkaar de belangrijkste en kansrijkste moesten selecteren. Dit voorjaar werd een vergelijkbare bijeenkomst gehouden in Amersfoort, vlak na de gemeenteraadsverkiezingen, met ruim 600 deelnemers en een hoop plannen die als het goed is een vervolg krijgen.

Die laatste zin verraadt misschien iets van mijn scepsis over dit soort initiatieven. Een bijzondere ervaring op de dag zelf, heel veel ambitie, energie, enthousiasme, maar wat blijft er de volgende dag over? De volgende week? De volgende maand? Dat is ook de reden voor een groep wetenschappers, onder wie Ank Michels en ik vanuit de Universiteit Utrecht, om naar de doorwerking te kijken van de G1000. Dit is namelijk een vorm van bewonersinitiatief (of welke bestuurskundige term je ook erop plakt) die, mits goed uitgevoerd en evaluerend en aanpassend onderweg, zou kunnen werken.

Met ‘werken’ bedoelen we dan: mensen zelf het initiatief geven, samenwerking met de politiek verbeteren, aansluiten bij bestaande (wijk)initiatieven, relevante thema’s agenderen. Kortom: burgerschap vergroten en de andere overheid vormgeven. Een mooie onderzoeksagenda om de komende twee jaar mee aan de slag te gaan. En wie weet positief verrast te worden.