Loting en de wijsheid van de menigte

Afgelopen vrijdag was ik bij de oratie van Job Cohen, die in Leiden de Thorbeckeleerstoel mag gaan bekleden. Voor mij de eerste kennismaking met het Academiegebouw en het Groot Auditorium, dat qua historie en sfeer kan wedijveren met onze tegenhanger in Utrecht (hoewel je hier wat comfortabeler zit…). Niet onverwacht gezien deze leerstoel en de bestuurlijke actualiteit ging het uitgebreid over de decentralisaties die sinds 1 januari voor de gemeenten realiteit zijn geworden: jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en begeleiding naar werk. Job Cohen vroeg met name aandacht voor een vierde D, die van democratie.

Een herkenbaar pleidooi, waarmee hij zich in een traditie plaatst van politicologen, bestuurskundigen en juristen die steeds aandacht hebben gevraagd voor controle, legitimiteit en verantwoording als tegenhanger voor de soms te grote nadruk op efficiency en effectiviteit. De eigen draai die Cohen eraan gaf, had te maken met de opkomst van G1000, eerst in België met David van Reybrouck en inmiddels ook in Nederland door het Platform G1000. Hij noemde als argument hiervoor onder andere de wisdom of crowds, die zou leiden tot een beter en completer antwoord, het principe van loting, waardoor de representativiteit van de deelnemers groter zou zijn en het idee van deliberatie en dialoog in plaats van debat en stemmen.

Elk van die argumenten verdienen een nadere beschouwing. Om met het laatste te beginnen: deliberatieve democratie is een heel interessant idee, maar het stelt hoge eisen aan de deelnemers en heeft nog heel wat haken en ogen. Zowel in praktische zin (hoe voer je dat uit, hoe regel je dat) als in normatieve zin (levert het ‘betere’ besluiten op). Ten tweede: loting als selectiemechanisme heeft onmiskenbaar voordelen, omdat iedereen een gelijke kans heeft mee te doen, in tegenstelling tot de klassieke vormen van inspraak. Maar er zit een forse kloof tussen geselecteerd en uitgenodigd worden en daadwerkelijk meedoen. Dan laat ik wat er vervolgens in het besluitvormingsproces zelf gebeurt, nog buiten beschouwing. Over het derde aspect is ook al veel geschreven en het lijkt erop dat de wijsheid van de menigte vooral goed werkt als het om kennisproblemen gaat – iedereen weet wel iets toe te voegen om zo het plaatje compleet te maken – maar dat het minder goed werkt om normatieve en ethische vragen aan de orde te stellen. Die zijn bij politiek en beleid nooit ver weg.

In een onderzoeksteam onder aanvoering van Job Cohen, waar verder Peer Smets van de VU, Marcel Boogers van Twente, Geerten Boogaards van Leiden, mijn Utrechtse collega Ank Michels en ik deel uitmaken, gaan we de komende anderhalf jaar onderzoek doen naar deze nieuwe vormen van betrokkenheid van burgers, met bijzondere belangstelling voor de G1000. Het mag duidelijk zijn dat we daar de discussie over deliberatieve democratie, wisdom of crowds en loting nog uitgebreid gaan voeren.