Weblog

Praktische intelligentie

Geplaatst door Harmen Binnema op 17 februari 2012 / Geen reacties

Na drie dagen BHV-cursus is mij wel weer duidelijk geworden dat ik lichtelijk onhandig ben. Maar goed, elke groep heeft ook een schlemiel nodig die onnodig veel blusmateriaal laat ontsnappen in een gevecht met de borgpen. Of  de stabiele zijligging zo chaotisch uitvoert dat je twee rondjes om het slachtoffer moet maken om alle armen en benen goed neer te leggen. Maar na vanochtend kan ik gelukkig melden dat ik voor zowel eerste hulp als brandbestrijding het praktijkexamen heb gehaald. Iets van een slechte generale en een goede uitvoering.

Al vroeg was duidelijk dat ik best een intelligent mannetje was, zolang het ging om taal, rekenen, geschiedenis of begrijpend lezen, maar dat ik niet erg praktisch was. Op de lagere school moest ik oefenen met allerlei ruimtelijke tekeningen en kreeg ik het advies met technisch lego te gaan spelen. Dat heb ik één dag volgehouden. Voor mij pleit wel dat ik met gewone lego hele dorpen en steden heb gebouwd en ook dol was op het tekenen van uitgebreide plattegronden.

Bij mijn rijlessen, gelukkig al weer heel wat jaren geleden, merkte ik mijn gebrek aan praktische intelligentie aan het onvermogen om routineuze handelingen routineus uit te voeren. Wat weer als voordeel heeft dat je elke keer iets anders verkeerd doet… Ergens gaat er tussen mijn hersenen, die precies weten wat er moet gebeuren en mijn handen of voeten die het moeten uitvoeren, iets mis.

Misschien helpt het als ik een week lang alleen maar mensen in een stabiele zijligging moet brengen om alsnog dat ritme te krijgen. Nu werkt het namelijk zo dat ik in mijn hoofd alle stappen voor me zie (bijna letterlijk de betreffende pagina uit het handboek) en die stappen vervolgens één voor één uitvoer. Een automatisme zoals bij sommige anderen is het net geworden. Iets vergelijkbaars geldt voor de combinatie van dat wat brandt en dat waarmee je het blust. Ik zie een tabel in mijn hoofd in plaats van een logisch middel dat past bij het soort stof dat in de brand staat.

Kortom, het was een boeiende confrontatie met mijn eigen beperkingen en een hele opluchting dat ik het er toch nog redelijk vanaf heb gebracht. En ik heb geleerd:  als er echt iets aan de hand is, roep je professionele hulp in. Beter voor mij en beter voor u.

 

Kiezen van kandidaten hoort thuis op congres

Geplaatst door Harmen Binnema op 5 februari 2012 / 3 reacties

Nog een laatste slok water, ongedurig heen en weer lopen, de oneliners een laatste keer oefenen. Het podium op, na lange bange minuten in de coulissen. Half verblind door het licht de zaal inkijken en je verhaal houden, met de tijd die onverbiddelijk naar 0:00 terugtikt. Daarna de spanning van de stemuitslagen die op het grote scherm verschijnen. Het zijn de wandelgangen, de flyers, de speeches en de stemkastjes die ik niet graag zou willen missen.

Het is geen onlogisch voorstel van het partijbestuur om alle leden via een referendum te betrekken bij het vaststellen van de kandidatenlijst. Andere (liberale) partijen doen het al en het past bovendien in een tijd waarin wordt geroepen om meer directe invloed van burgers. Het geeft een veel grotere groep dan de 700 of 800 leden die op een congres komen, de mogelijkheid de koers van de partij mede te bepalen.

Het voorstel versterkt daarnaast de rol van de kandidatencommissie. In plaats van een indeling van geschikte kandidaten in blokken, zal de commissie (weer) een voordracht per plek maken. Dit sluit aan bij het toegenomen belang van rekrutering en selectie. Een partij die kiezers wil overtuigen én mee wil regeren, heeft goede en geloofwaardige kandidaten nodig. Niet voor niets wordt ook bij GroenLinks flink gescout en getraind; daarbij past een stevige rol voor de kandidatencommissie.

Het probleem is echter dat het voorstel twee doelen nastreeft, die lastig met elkaar te zijn verenigen. Aan de ene kant professionalisering door meer op de expertise en inzichten van de kandidatencommissie te steunen, aan de andere kant democratisering door de lijst door veel meer mensen te laten samenstellen. Het grote risico is vervolgens dat de lijst die via een referendum tot stand komt, alsnog flink van het advies van de commissie afwijkt, meer dan op een congres. Zeker omdat het niet mogelijk is in het referendum met één druk op de knop de voordracht integraal over te nemen.

Tijdens het congres wordt per plek gestemd en ontvouwt de kandidatenlijst zich geleidelijk. Wie vindt dat er intussen wel genoeg vrouwen, Amsterdammers of voormalige DWARS’ers op staan, kan dat bij volgende stemmingen compenseren. Bij een referendum, met alle stemmen in één keer, is het resultaat heel wat onvoorspelbaarder en ontbreekt de mogelijkheid halfweg bij te sturen.

Ik vind dat (partij)democratie best een beetje tijd en energie mag kosten. En hoe veel moeite is het eigenlijk om een middag naar een congreszaal te komen en een keer of dertig op een stemkastje te drukken? Bovendien is het congres laagdrempelig: niet alleen geselecteerde afgevaardigden zijn welkom, maar alle leden mogen komen.

Tot slot: de twee minuten waarin een kandidaat zich op een congres presenteert, zeggen niet alles over haar of zijn kwaliteiten. Ze komen echter wel het dichtst bij datgene wat daarna ook van een volksvertegenwoordiger wordt verwacht: spreken in het openbaar, verbinding maken, jezelf en je ideeën verkopen en anderen overtuigen. Een gelikte website maken is niet zo moeilijk en menigeen kan gevat uit de hoek komen op twitter of facebook. Maar daar op dat podium moet het écht gebeuren. Waar kandidaten hebben gestraald, maar ook zijn gestraald. Een traditie om in ere te houden.

Dit opiniestuk staat ook in het GroenLinks Magazine van februari 

 

Gewoon groen

Geplaatst door Harmen Binnema op 29 januari 2012 / 2 reacties

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

 

Compassie

Geplaatst door Harmen Binnema op 19 januari 2012 / Reageren uitgeschakeld

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

 

Tot uw dienst

Geplaatst door Harmen Binnema op 15 januari 2012 / Reageren uitgeschakeld

Het was onmogelijk ongezien weg te lopen en ik begreep dat het hoe dan ook een rare indruk zou maken. Misschien dacht de dominee dat het aan de inhoud van zijn preek zou liggen. Maar ik moest van de zenuwen zo nodig, dat ik zeker wist dat ik niet lang meer kon blijven zitten en mijn blaas het niet de rest van de dienst zou uithouden. Oftewel: van mijn bank vooraan in de kerk zo gewoon mogelijk naar achter lopen, waar de wc’s zich bevonden. Inderdaad keek menig kerkganger vreemd op en ik voelde in mijn rug ook een verbaasde blik vanaf de preekstoel. Opgelucht kwam ik een paar minuten later weer voorzichtig naar voren.

Het was ook wel een beetje ambitieus, om als twaalfjarige – na krap een jaar orgelles – al kerkdiensten te willen begeleiden. Rustig aan beginnen in de middag, als er sowieso minder mensen in de kerk zitten. Het liefst wat bekende liederen met niet al te veel kruizen of mollen en afwisselend met en zonder pedaal. De zaterdag ervoor hard geoefend, vooral ook op de stukken voor en na de dienst en tijdens de collecte. Mijn zelfvertrouwen was groot en het ging, op wat slordigheidsfoutjes, eigenlijk prima. Maar op het moment van bezinning, voor een organist de langste pauze, voelde ik de spanning in hoog tempo naar hoofd en buik gaan.

Inmiddels ben ik twintig jaar verder en komen zenuwen eigenlijk niet meer voor. Af en toe is het zelfs oppassen om niet te veel op de automatische piloot te spelen, als het repertoire wel erg bekend is. Hoewel twintig eigenlijk geen jubileumgetal is, vond ik het toch leuk dat in de dienst vanochtend in De Ark bij deze mijlpaal stil werd gestaan. Met extra muzikale aankleding van orgel en piano, mede in samenwerking met Annika op diverse fluiten. Met aardige woorden en complimenten van dominee en kerkgangers na afloop.

Er zijn zondagen dat ik eigenlijk liever in bed zou willen blijven liggen en er zijn liederen waarvan ik hoop dat ik ze nooit meer hoef te spelen. Maar er is ook elke keer weer iets dat raakt, dat inspireert, dat het de moeite waard maakt om te blijven spelen. Dus ik ga graag nog even door: op naar de volgende twintig jaar?!

 

Dichterbij mezelf IV: Martinus Nijhoff

Geplaatst door Harmen Binnema op 18 december 2011 / Reageren uitgeschakeld

De schoonheid van de liefde, van het landschap, van de stilte en van de muziek. Maar ook het besef van de tijdelijkheid van zulk geluk. Prachtig samengevat in “Fuguette” van Martinus Nijhoff (uit de bundel Vormen):

Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen,
En luister naar de stem der nacht die bidt -

Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van het grote dringen.
De regens die tussen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.

Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groene heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -

En ‘t hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet – een glimlach lang – wat het bedroeft.

 

Mevrouw of meneer de voorzitter

Geplaatst door Harmen Binnema op 14 december 2011 / Reageren uitgeschakeld

Volgend jaar februari mogen we haar kiezen. Of hem. De nieuwe partijvoorzitter. Na bijna zes jaar Nijhof is het tijd voor een ander. Ik herinner mij de komst van de man met de wilde grijze haren (of hadden ze toen nog een andere kleur?) en dito snor nog goed. Kort daarvoor was mijn meest memorabele partijraad ooit, waar Sam Pormes wat halfslachtig eerherstel kreeg en Herman Meijer het veld moest ruimen. In deze woelige tijden zocht GroenLinks een interim-voorzitter die rust kon brengen en die werd in het oosten gevonden. De tijdelijke man bleek het wel naar zijn zin te hebben, stelde zich een jaar later opnieuw beschikbaar en werd met ruime meerderheid gekozen. Het partijleven kwam tot bloei, er werd veel gediscussieerd, de organisatie ging op de schop, maar op de cruciale momenten miste GroenLinks toch de boot. De doorbraak naar 15 zetels kwam niet en regeringsdeelname bleef uit.

Nu staat een nieuwe generatie te trappelen: Heleen Weening is 35 jaar, Arno Uijlenhoet 42. Alhoewel, trappelen… bij de presentatie die zij maandag hielden vond ik hun ideeën nogal voorspelbaar, een beetje old school. Wie is er nou tegen debat in de partij, het vergroten van de interne democratie, het betrekken van leden en het werken aan een (al dan niet linkse) progressieve samenwerking? Het vraagt heel wat speurwerk om inhoudelijke verschillen tussen de twee kandidaten te vinden. En over hoe ze dit alles willen bereiken, blijven Heleen en Arno nogal vaag.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat het voor een functie als partijvoorzitter ook niet nodig is om al te uitgesproken opvattingen te hebben. Of dat er al genoeg te kiezen valt op basis van geslacht, leeftijd, (beroeps)achtergrond, (partij)ervaring en stijl. Maar ik hoop toch dat deze kandidaten in de komende tijd ook iets meer laten zien van wat ze vinden van de huidige koers van GroenLinks, welke inhoudelijke debatten ze willen gaan aanjagen. Iets van een analyse van hoe het komt dat we nog steeds niet meeregeren en waarom het zo matig gaat in de peilingen lijkt mij ook welkom.

Oh ja en een beetje vaker twitteren…

 
1 van 10112345678910...Laatste