De leden mogen het zeggen

Komende donderdag wordt de uitslag bekend van het referendum over de kandidatenlijst van GroenLinks. In tegenstelling tot diverse partijgenoten voel ik geen behoefte mijn lijstje via twitter of dit blog met de wereld te delen. Hoe ouderwets dat misschien ook is, ik beschouw dat graag als mijn stemgeheim. Ik heb ook nog nooit op een congres tijdens het vaststellen van de kandidatenlijst een foto van mijn stemkastje gemaakt.

Los van de vraag of het Liesbeth van Tongeren (of één van de andere, minder prominente, maar eveneens niet voorgedragende kandidaten) gaat lukken een pek op de lijst te krijgen, ben ik sowieso nieuwsgierig of er veel wijzigingen zullen zijn ten opzichte van de voordracht. Bij D66, dat eind vorige maand de definitieve lijst bekend maakte, veranderde er op een plekje omhoog of een plekje omlaag voor een enkele kandidaat na, vrijwel niets. Ik verwacht eerlijk gezegd ongeveer hetzelfde bij GroenLinks.

Het interessante is dat een referendum aan de ene kant veel meer leden invloed laat hebben op de lijst dan wanneer die op een congres wordt vastgesteld. Aan de andere kant wordt het ingewikkelder om verandering teweeg te brengen (hoe zeer de stemprocedure bij het referendum die van het congres ook nabootst). Dit geeft mooi het dubbele karakter van referenda weer: zowel vergroting van de legitimiteit (als je die aan het aantal stemmers afmeet) als versterking van de status quo. En daarmee ook mijn dubbele gevoel over het referendum. Het maakt de positie van een kandidatencommissie sterker en dat is op zich goed, want zij heeft alle gegadigden uitgebreid gesproken en gewogen. Maar het mooie van een congres – ook omdat je live ziet hoe de lijst zich ontwikkelt – is dat er altijd wel een noodzakelijke correctie van het advies plaatsvindt.

Eén referendum maakt nog geen zomer en het is, wat er donderdag ook uitkomt, te vroeg om al over het succes te oordelen. Ik zal het in elk geval kritisch blijven volgen en zal zaterdag op het congres het stemmen over kandidaten wel een beetje missen.

Op naar minimaal vijf zetels

Net toen ik geruststellend wilde zeggen dat ik niet zenuwachtig was, voelde en hoorde ik mijn stem een flink aantal tonen omhoog gaan. De afgelopen week had ik er amper last van, maar toen ik de Rijtuigenloods naderde, waar gisteren het GroenLinks congres werd gehouden, kwamen ze flink opzetten en dat gebeurde weer toen we in de wachtkamer zaten. Maar eenmaal op het podium was de rust er gelukkig weer.

Bewust had ik ervoor gekozen niet voor een hogere plek te gaan dan de vijfde die de kandidatencommissie voor mij in gedachten had. Allereerst omdat ik twee goede gesprekken met de commissie heb gehad en ik vond dat zij een reëel beeld van mij hebben gekregen en in hun advies verwoord. Bovendien speelde mee dat ik de kandidaten voor 1 t/m 4 allemaal prima vind en mij kon vinden in hun hoge klasseringen. Gelukkig pakte het goed uit (elke strategie is zo briljant als het resultaat achteraf…) en kreeg ik in de tweede ronde 430 (van de 830) stemmen, net iets meer dan Margreet de Boer.

Plek 5 is het dus geworden en dat aantal zetels gaan we minimaal halen. Liever natuurlijk 6 of nog meer!

Twitter ze!

Vanochtend zijn mijn collega Madelinde en ik weer begonnen met ons keuzevak over sociale media. Eén van de thema’s in de komende weken zal zijn hoe politici gebruik maken van twitter en Facebook om zich aan (potentiële) kiezers te presenteren en welk beeld van zichzelf zij daarbij proberen neer te zetten.

Diverse onderzoeken laten zien dat volgers en vrienden het waarderen wanneer de politicus niet alleen maar vertelt over debatten, moties en werkbezoeken, maar ook iets van zijn of haar persoonlijk leven en drijfveren laat zien. De balans is overigens lastig te vinden, omdat een politicus bij uitstek met ‘multiple audiences’ te maken heeft, met uiteenlopende voorkeuren en behoeften – zo krijg ik wel eens commentaar als het te vaak over Ajax gaat. Aan de andere kant blijkt het effect van al die activiteit op sociale media op het stemgedrag klein. Het kan een beetje helpen, maar het is niet aan te raden om alles in te zetten op sociale media in verkiezingstijd, want bij kiezers spelen veel andere factoren een grotere rol.

Mede om die reden vind ik het boeiend om te zien hoe verschillende GroenLinks-kandidaten voor de Eerste Kamer (ja ja, ik ook hoor #hb5) zich deze weken op Facebook en twitter presenteren. Wat vertellen zij over zichzelf, hoe proberen zij sympathiek over te komen en in hoeverre helpen de ‘likes’ en aanbevelingen van anderen daarbij? Bovendien weet geen van ons wie er precies op het congres zullen zijn, behalve dat je iets kunt weten met dank aan de aanmeldingen bij het Facebookevent. Dus hoe bepaal je op wie je je met je boodschap gaat richten?

Posten op twitter en Facebook heeft sterk het karakter van schieten in allerlei richtingen en hopen dat je af en toe raak schiet. Een leuk tijdverdrijf, zeker voor de insiders in de partij en de liefhebbers van interne campagne, maar op het nut valt nog wel wat af te dingen.

De andere kant van het Binnenhof

Vier jaar geleden was ik er dichtbij, met uiteindelijk een zevende plek op de lijst na diverse spannende stemrondes. De afgelopen tijd, toen Yolan Koster (nummer zes) weer wethouder werd in Woerden, had ik de onduidelijke status van eerste opvolger. Maar zoals mag blijken uit de kandidatenlijst die vandaag werd gepresenteerd willen vier van de huidige vijf graag door en zullen ze zeker ook deze termijn netjes afmaken, net als fractievoorzitter Tof Thissen.

Zo besloot ik dus vorig jaar zomer mij opnieuw kandidaat te stellen en na twee gesprekken met de kandidatencommissie vorig najaar en lange tijd het mooie advies nog niet mogen rondbazuinen, kan ik vanaf nu iedereen vertellen dat men mij graag op plek 5 wil hebben. Als we hetzelfde aantal zetels zouden halen als in 2011, zou dat voor mij betekenen dat ik senator mag worden. De commissie zegt over mij onder meer:

“Hij is goed in staat om verbinding te leggen tussen de wetenschap, de alledaagse politiek en de uitwerking daarvan in de praktijk. Harmens benadering, sterk inhoudelijk en tegelijk analytisch, past bij het werk van de Eerste Kamer. Hij is een gedreven politicus en een uitstekend debater.”

Maar eerst is er uiteraard nog het congres op 7 februari, want het hoogste en laatste woord is aan de leden van GroenLinks. Een mooie uitdaging om de komende weken te laten zien waarom ik het vertrouwen verdien op plek 5 te komen om onze mooie partij en onze mooie idealen in Den Haag te gaan vertegenwoordigen.

Bij het afscheid van Femke

Weggaan is iets anders

dan het huis uitsluipen

zacht de deur dichttrekken

achter je bestaan en niet

terugkeren. Je blijft

iemand op wie wordt gewacht.

— 

Weggaan kun je beschrijven als

een soort van blijven. Niemand

wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid

want je gaat niet weg.

 Rutger Kopland – Weggaan

Cohen en Amsterdam

De beste oneliner kwam gisteren van Geert Wilders: 'dat is geen belofte, dat is een dreigement.' Daarmee had de hoogblonde leider de kracht en de zwakte van Cohens campagne te pakken. Ook gisteren viel mij weer op dat Cohen debatteert alsof hij al minister-president is. Alsof men hem niet verteld had dat je niet een uitzending van 1,5 uur doorkomt met slechts rust en gezag uit te stralen. Dat je af en toe ook uit je veilige schulp moet kruipen, de mouwen op moet stropen en stevig tegengas moet geven.

'Ik wil voor Nederland doen, wat ik voor Amsterdam heb gedaan.' Laat dat nu net zijn wat voor heel veel kiezers die niet uit de progressieve hoofdstad komen, een schrikbeeld is. En laat Cohen nu niet te eenvoudig denken dat het premierschap een vergelijkbaar kunstje is als burgemeester zijn, maar dan op een ander schaalniveau. Toch lijkt dit de dubbele inschattingsfout te zijn van Cohen en de PvdA-campagne. Wat Cohen als zijn successen in Amsterdam beschouwt, wordt lang niet overal zo gezien. Bovendien geeft de warme linkse, groene en progressieve deken van Amsterdam al enkele kilometers buiten de stadsgrenzen weinig bescherming meer tegen een killer, steviger en rechtser klimaat.

Zo werd het een avondje prijsschieten voor rechts op een stuntelende, struikelende en stotterende premierskandidaat van de linkerzijde. Want op een enkele opleving na wist Cohen noch inhoudelijk, noch qua sfeer het debat in andere richting te sturen. Op het moment dat een snedige opmerking de weglopende Wilders de rest van de avond de mond had kunnen snoeren, bleef Cohen hulpeloos en woordeloos.

Had hij z'n dag niet? Was hij slecht voorbereid? Och, had Halsema hier maar gestaan. Meer dan ooit was haar timing, inhoud en scherpte nodig om het progressieve tegengeluid te laten horen. Want nu kon Balkenende weer doen alsof hij een goede premier zou zijn (8 jaar ervaring bewijst het tegendeel) en in het voorbijgaan de successen van Zalm en Bos voor zichzelf claimen. Kreeg Wilders weliswaar te horen dat hij een gevaar was, maar werden zijn krakkemikkige en ongrondwettelijke oplossingen nauwelijks weersproken. Had Rutte de avond waarop hij had gehoopt en kon hij zijn grote debattalent ten toon spreiden en leek hij een serieuze kandidaat-premier.

Cohen als lijsttrekker leek een gouden greep. Maar enkele tv-optredens verder bladdert de verf in hoog tempo af. In de peilingen scoort de PvdA niets hoger dan het huidige aantal Kamerzetels, terwijl de SP meer dan gehalveerd is en het CDA fors in de min staat. Het verkiezingsprogramma is van alles net niks: de noodzakelijke hervormingen ontbreken en de toekomstvisie is bleekjes. Voor de echte ideeën moet je toch bij GroenLinks zijn en het CPB laat zien dat een gedurfde agenda werkt.

Dat mag Femke van mij nog harder en nog vaker zeggen en daarbij zou de kritiek zich niet alleen gemakkelijk op rechts, maar juist ook op de PvdA moeten richten. Want echte progressieve politiek komt er alleen als GroenLinks groot wordt.

De veertigers

Om te beginnen wil ik nog even klagen over het organiseren van een partijcongres op zondag. Want ’s ochtends zit ik in de kerk (dit ter geruststelling van aankomend Perspectief-voorzitter Robert Heij), zodat ik de vaststelling van het programma moet missen. ’s Middags had ik graag naar Ajax-Heracles gewild, de volgende stap op weg naar het kampioenschap. Maar uiteindelijk vind ik de vaststelling van onze kandidatenlijst toch belangrijker, dus haast ik mij iets na elven van het Huis des Heren naar het Huis van de Partijdemocratie in plaats van het Huis van het Hogeschoolvoetbal.

De Arena was overigens geen gekke keuze geweest, omdat ik eigenlijk heel tevreden ben met de voorgestelde kandidaten en de precieze volgorde tussen 2 en 10 mij niet zo heel veel uitmaakt (terzijde: ik verwacht dat wij in juni 10 zetels gaan halen). Verwacht van mij dus geen meer of minder beredeneerde ranking the stars zoals bij Tom, Vincent of lijstjeskoning Arnoud. Aan het belangrijkste criterium "zitten er in de toekomstige fractie potentiële opvolgers van Femke" is voldaan en dat is een grote winst ten opzichte van 2006.

Sowieso denk ik dat Femke nog een stevige klus gaat krijgen als fractievoorzitter. Volgens mij had GroenLinks niet eerder in de hoge blokken zoveel kandidaten met uitgebreide bestuurlijke en leidinggevende ervaring. Aan de ene kant een groot voorrecht dat zij in deze fase kiezen voor de politiek en dan ook nog voor GroenLinks, maar ik kan me zo voorstellen dat zij de nodige eigen(wijze) ideeën meebrengen over proces en inhoud.

Zoals breder in de Nederlandse politiek – behalve bij de PvdA waar Bos heeft plaatsgemaakt voor de vorige generatie – zijn de veertigers dominant. Van de 11 kandidaten voor de eerste 10 plekken is meer dan de helft geboren in de jaren ’60. Opmerkelijk is dat de twee groene kandidaten juist van de iets oudere generatie zijn: zowel Liesbeth van Tongeren als Jaap Dirkmaat zijn van 1958 en daarmee generatiegenoten van ons vroegere groene geweten Wijnand Duyvendak (1957). Op Natasja van den Berg na zijn de jaren ’70 geheel afwezig, terwijl zittend Kamerlid Tofik Dibi en ervaren jongere Jesse Klaver de twintigers vertegenwoordigen.

Uiteraard is een goede balans belangrijk: tussen groen en rood, nationaal en internationaal, jong en oud, radicaal en pragmatisch, liberaal en radicaal en al die andere diversiteiten waar we bij GroenLinks patent op hebben. Maar ik zal dit keer vooral ook letten op de kandidaten die naar mijn idee een goed en succesvol team kunnen vormen. Iets van die persoonlijkheden hoop ik in de presentaties op het congres te zien – want de friendly lies die de supporters van een kandidaat op websites en in folders debiteren, hoef ik natuurlijk niet helemaal serieus te nemen…

Overigens ben ik van mening dat de Eerste Kamer behouden dient te blijven