Trainen kun je leren

Voor iemand die gewend is zelf colleges te geven, workshops en trainingen te houden, is het heel gezond af en toe weer eens in de andere positie te zitten. Vandaag en volgende week doe ik bij ICM een cursus Inspirerend en creatief trainen en hoewel die termen bij mij een lichte allergie opwekken, is dat wel precies waar ik naar op zoek ben. Aan de ene kant het vermogen om makkelijk te switchen tussen de rollen van docent, trainer, begeleider en coach en aan de andere kant nieuwe werkvormen om soms droge stof op een leuke en boeiende manier over te brengen.

Wat sowieso altijd mooi is aan het doen van een cursus is het uitwisselen van ervaringen met de andere deelnemers.Vandaag realiseerde ik mij weer eens hoe bevoorrecht ik ben dat ik vrijwel altijd te maken met met studenten of deelnemers die uit zichzelf naar een opleiding of training komen en niet omdat het moet voor een certificaat of keurmerk of omdat ze door hun leidinggevende zijn gestuurd. Het is een ideale gelegenheid met nieuwe vormen en oefeningen in aanraking te komen en ze hier echt uit te kunnen proberen, waarbij het ook mis mag gaan – inclusief de constatering dat het geen oefening is die bij mij past.

Tot slot merk ik dat ik niet per se theoretisch veel nieuwe dingen leer, het meeste is bewust of onbewust wel eens voorbijgekomen, maar dat het me dwingt bij wat ik doe en de keuzes die ik maak weer eens nadrukkelijker stil te staan. Wat voor leerstijl heb ik zelf, welke hebben de deelnemers en hoe combineer je dat? Vooral ook als je met allemaal denkers bij elkaar zit en ook eens aan de slag moet… En hoe verhouden al die leuke, creatieve, vernieuwende dingen zich tot de leerdoelen en tot de gewenste resultaten qua kennis, inzicht en toepassing?

Of het wat oplevert? Ik zou zeggen, van harte welkom om dat vanaf half maart persoonlijk te komen ervaren bij de aankomende opleiding Politiek-bestuurlijke sensitiviteit.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De andere kant van het Binnenhof

Vier jaar geleden was ik er dichtbij, met uiteindelijk een zevende plek op de lijst na diverse spannende stemrondes. De afgelopen tijd, toen Yolan Koster (nummer zes) weer wethouder werd in Woerden, had ik de onduidelijke status van eerste opvolger. Maar zoals mag blijken uit de kandidatenlijst die vandaag werd gepresenteerd willen vier van de huidige vijf graag door en zullen ze zeker ook deze termijn netjes afmaken, net als fractievoorzitter Tof Thissen.

Zo besloot ik dus vorig jaar zomer mij opnieuw kandidaat te stellen en na twee gesprekken met de kandidatencommissie vorig najaar en lange tijd het mooie advies nog niet mogen rondbazuinen, kan ik vanaf nu iedereen vertellen dat men mij graag op plek 5 wil hebben. Als we hetzelfde aantal zetels zouden halen als in 2011, zou dat voor mij betekenen dat ik senator mag worden. De commissie zegt over mij onder meer:

“Hij is goed in staat om verbinding te leggen tussen de wetenschap, de alledaagse politiek en de uitwerking daarvan in de praktijk. Harmens benadering, sterk inhoudelijk en tegelijk analytisch, past bij het werk van de Eerste Kamer. Hij is een gedreven politicus en een uitstekend debater.”

Maar eerst is er uiteraard nog het congres op 7 februari, want het hoogste en laatste woord is aan de leden van GroenLinks. Een mooie uitdaging om de komende weken te laten zien waarom ik het vertrouwen verdien op plek 5 te komen om onze mooie partij en onze mooie idealen in Den Haag te gaan vertegenwoordigen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Loting en de wijsheid van de menigte

Afgelopen vrijdag was ik bij de oratie van Job Cohen, die in Leiden de Thorbeckeleerstoel mag gaan bekleden. Voor mij de eerste kennismaking met het Academiegebouw en het Groot Auditorium, dat qua historie en sfeer kan wedijveren met onze tegenhanger in Utrecht (hoewel je hier wat comfortabeler zit…). Niet onverwacht gezien deze leerstoel en de bestuurlijke actualiteit ging het uitgebreid over de decentralisaties die sinds 1 januari voor de gemeenten realiteit zijn geworden: jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en begeleiding naar werk. Job Cohen vroeg met name aandacht voor een vierde D, die van democratie.

Een herkenbaar pleidooi, waarmee hij zich in een traditie plaatst van politicologen, bestuurskundigen en juristen die steeds aandacht hebben gevraagd voor controle, legitimiteit en verantwoording als tegenhanger voor de soms te grote nadruk op efficiency en effectiviteit. De eigen draai die Cohen eraan gaf, had te maken met de opkomst van G1000, eerst in België met David van Reybrouck en inmiddels ook in Nederland door het Platform G1000. Hij noemde als argument hiervoor onder andere de wisdom of crowds, die zou leiden tot een beter en completer antwoord, het principe van loting, waardoor de representativiteit van de deelnemers groter zou zijn en het idee van deliberatie en dialoog in plaats van debat en stemmen.

Elk van die argumenten verdienen een nadere beschouwing. Om met het laatste te beginnen: deliberatieve democratie is een heel interessant idee, maar het stelt hoge eisen aan de deelnemers en heeft nog heel wat haken en ogen. Zowel in praktische zin (hoe voer je dat uit, hoe regel je dat) als in normatieve zin (levert het ‘betere’ besluiten op). Ten tweede: loting als selectiemechanisme heeft onmiskenbaar voordelen, omdat iedereen een gelijke kans heeft mee te doen, in tegenstelling tot de klassieke vormen van inspraak. Maar er zit een forse kloof tussen geselecteerd en uitgenodigd worden en daadwerkelijk meedoen. Dan laat ik wat er vervolgens in het besluitvormingsproces zelf gebeurt, nog buiten beschouwing. Over het derde aspect is ook al veel geschreven en het lijkt erop dat de wijsheid van de menigte vooral goed werkt als het om kennisproblemen gaat – iedereen weet wel iets toe te voegen om zo het plaatje compleet te maken – maar dat het minder goed werkt om normatieve en ethische vragen aan de orde te stellen. Die zijn bij politiek en beleid nooit ver weg.

In een onderzoeksteam onder aanvoering van Job Cohen, waar verder Peer Smets van de VU, Marcel Boogers van Twente, Geerten Boogaards van Leiden, mijn Utrechtse collega Ank Michels en ik deel uitmaken, gaan we de komende anderhalf jaar onderzoek doen naar deze nieuwe vormen van betrokkenheid van burgers, met bijzondere belangstelling voor de G1000. Het mag duidelijk zijn dat we daar de discussie over deliberatieve democratie, wisdom of crowds en loting nog uitgebreid gaan voeren.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Aan het begin van het nieuwe jaar

Inmiddels weet ik niet meer precies waar het hier de afgelopen jaren allemaal over is gegaan, maar ik zal vast wel eens mijn afkeer van goede voornemens hebben laten blijken. Het inschrijven bij de Kamer van Koophandel en het (eindelijk!) aanpassen van mijn website hebben dan ook niet per se met de overgang van 2014 naar 2015 te maken. Maar beide waren wel hard nodig, al zeg ik het zelf.

Om elk misverstand te voorkomen: ik ben nog steeds gewoon docent en onderzoeker aan de Universiteit Utrecht (USBO), dat blijf ik met heel veel plezier doen en daar doe ik regelmatig advies en onderzoek in opdracht. Maar voor de andere workshops en trainingen debatteren en onderhandelen, bijvoorbeeld voor GroenLinks, was het wel zo handig om een eenmanszaakje te starten. Zonder logo op de gevel en zonder auto van de zaak. Het is ook maar afwachten of het meer gaat worden dan de vier à vijf keer per jaar dat ik tot nu toe dit soort activiteiten heb ontplooid. Vooral in de categorie: handig om te hebben.

Voor zover dan toch sprake is van een goed voornemen: ik ben vast van plan het komende jaar meer en vaker te gaan schrijven. Meer op dit weblog dus, maar zeker ook in de klassieke vorm van boek en tijdschrift.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Wie heeft hier de regie?

Francis Ford Coppola, Lars von Trier, David Lynch, Alex van Warmerdam. Allemaal regisseurs die staan voor een eigen visie en herkenbare stijl en zo een behoorlijk stempel hebben gedrukt op de films en toneelstukken die zij maakten. Natuurlijk waren zij ook afhankelijk van briljante acteurs, maar het lijdt nauwelijks twijfel dat zonder hun inbreng deze voorstellingen er heel anders uit hadden gezien (of überhaupt niet waren gemaakt). Regisseren betekent sturen, richting geven, invulling geven aan je ideeën, soms best dominant en met harde hand.

Vorige week was ik bij de presentatie van het concept-verkiezingsprogramma van GroenLinks Utrecht voor de provinciale verkiezingen die volgend jaar maart worden gehouden. Daar viel regelmatig de term ‘regisseur’ als het over de rol van de provincie ging. Het is een term die ik toen ik zelf Statenlid was ook al vaak hoorde. Als onderzoeker van het lokaal bestuur hoor ik hem nu regelmatig bij de discussie over de nieuwe rol van gemeenten als straks allerlei taken gedecentraliseerd zijn. Gek genoeg lijkt regie dan iets veel bescheideners te zijn. Meer als een onzichtbare kracht op de achtergrond, die op het juiste moment aan de juiste touwtjes trekt. Vooral anderen het echte werk laten doen, met als risico dat jij toch weer wordt aangekeken als het misgaat.

Het makkelijkste verwijt dat je (zeker als oppositiepartij) een bestuurder kunt maken is: “u heeft geen regie”, of in de onschuldigere variant: “wie heeft hier de regie?” Het is een verwijt dat moeilijk te pareren valt en een vraag die lastig is te beantwoorden. Want daar waar zelfs eigenwijze acteurs bereid zijn regieaanwijzingen op te volgen, als die aan de kwaliteit van de film of het toneelstuk bijdragen, zijn de partijen die hard roepen om regie even later niet bereid om de sturing die daarbij hoort te accepteren.

Hoeveel twijfel ik ook heb, in een tijd van network governance , bij simpele kreten als ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ of ‘je gaat erover of niet’ soms denk ik wel eens dat dat te prefereren is boven het steeds maar weer laten aanleunen van een regisserende rol waarin je het toch nooit goed kan doen. Zou regie betekenen dat je meer bent dan een oliemannetje (in de positieve variant) of een zondebok (in de negatieve variant), dan zou het een rol kunnen zijn die de provincie en de gemeente erg past. Zo niet, dan zou mijn advies zijn vriendelijk voor de eer te bedanken.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Vernieuwen met iets meer samenhang

Zijn oude krant was zo vriendelijk een opiniestuk te plaatsen en ook andere media hielpen publicitair een handje. Zo leerde ik de mij tot nu toe onbekende Ben Pauwlezing kennen, dit jaar uitgesproken door de Hilversumse burgervader Pieter Broertjes. De lezing zelf blinkt niet uit in samenhang en logica, maar bevat wel een aardig pleidooi voor een forse opschudding en opwaardering van het lokaal bestuur. Dat doet hij in de vorm van een zevenpuntenplan:

  1. Taakherschikking tussen overheden
  2. Schaal volgt taken
  3. Gemeenteraden in positie en verantwoordelijk
  4. Autonomievergroting
  5. Versterken lokaal karakter verkiezingen
  6. Bestuurlijke zichtbaarheid vergroten
  7. En dan de burgemeester..

Het boeiende is dat Broertjes zelf dit als één pakket lijkt te zien, terwijl de maatregelen nogal tegenstrijdig zijn en hoogstens al vaak genoemde losse oplossingen aan net iets andere problemen koppelen. Zo is al vaker gepleit om lokale verkiezingen op verschillende momenten te houden, de burgemeester door de raad te laten benoemen en het aantal gemeenten en raadsleden flink te verkleinen. Bovendien kan forse schaalvergroting de zichtbaarheid en herkenbaar van lokaal bestuur juist verkleinen, waarbij het dan niet uitmaakt dat gemeente A in een andere maand verkiezingen houdt dan gemeente B. Problematisch is ook dat aan de ene kant de burgemeester van zijn dubbelrol als voorzitter van zowel raad als college verlost wordt, de raad zijn eigen voorzitter kiest, de burgemeester een duidelijkere portefeuille krijgt binnen het college, maar tegelijk de grip van de raad op de keuze en benoeming van de burgemeester versterkt wordt.

Hoe zeer Broertjes ook benadrukt dat dit ‘redeneerlijnen’ zijn en geen standpunten, de discussie zal vervolgens waarschijnlijk gaan over concrete voorstellen. Bovendien is de argumentatie te rommelig om van een echte redenering te kunnen spreken. Een gemiste kans, want met drie grote decentralisaties in aantocht is vernieuwing van het lokaal bestuur meer nodig dan ooit.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De laatste dag

Omdat ik zelf altijd tegen de deadline aan werk, ben ik eigenlijk de laatste die er iets van kan zeggen, maar ik druk mijn studenten altijd op het hart tijdig met hun papers en opdrachten te beginnen en het niet op de laatste dag aan te laten komen. Als je voorziet dat in de laatste uren of dagen voor de deadline nog wel eens iets spannends of lastigs kan gebeuren, is het helemaal zaak om goed te plannen en een alternatief klaar te hebben liggen.

Ik zit dan ook met toenemende verbazing te kijken naar het gestuntel dat zich bij Ajax voltrekt op de laatste dag van de zomertransfers. En het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Vroeger was het resultaat dan dat er een overgewaarde speler kwam, die nauwelijks speelde en vrij snel via de achteruitgang vertrok. Sinds het bewind van Overmars en de zijnen is het resultaat meestal dat er een hoop ruis en gedoe is, maar er uiteindelijk niemand komt. De spelers die vandaag worden genoemd, doen geen van allen mijn hart heel veel sneller kloppen. Het is mooi als een oud-Ajacied terugkeert, maar Nigel de Jong of Hedwiges Maduro, dat is toch wel even een verschil. Ineens duikt bovendien Bryan Ruiz op en een aantal ongetwijfeld talentvolle middenvelders (maar jong en onervaren), waarbij gerucht en ontkenning elkaar snel opvolgen.

Het is mij een raadsel waarom een zo grote onderneming als Ajax (je zou dit soort opportunisme en willekeur eens moeten proberen bij een overheid of bedrijf met een dergelijke omzet) er maar niet in slaagt om de zaakjes op orde te krijgen. De telkens genoemde schaduwlijst blijkt niet veel meer te zijn dan wat de gemiddelde voetballiefhebber zelf wel kan verzinnen – en beter! – of in AD of VI kan lezen. Het veelgehoorde argument dat je op de eigen jeugd moet vertrouwen en dat Frank de Boer zo goed is in het opbouwen van een team heb ik ook al te vaak gehoord. Je kunt best goed gaan spelen na de winterstop, maar dikke kans dat je dan al in Champions League, Europa League en beker eruit bent geknikkerd en in de competitie dit keer wel op een onoverbrugbare achterstand staat.

Bovendien heeft Ajax altijd een goede mix gehad tussen eigen jeugd en ervaren spelers en ontbreekt die laatste categorie nu ten enen male (oh ja, Diederik Boer). En kom dan niet aan met het argument dat spelers die 20 of 30 miljoen kosten niet naar Ajax willen komen. Dat had ik ook nog wel begrepen, maar het gaat juist om de interessante tussencategorie – niet de markt waarop Bayern München, Manchester United of Real Madrid zich begeven, maar je maakt mij niet wijs dat Ajax niet met de clubs uit de Europese middenmoot kan concurreren. Daar heb je dan wel een wat intelligentere scouting voor nodig.

Het wordt nog spannend deze laatste uren en eerlijk gezegd verwacht ik er weinig van. Ik laat me echter graag door Marc Overmars verrassen. Ga ik intussen weer verder schrijven aan een hoofdstuk dat gisteren al af had moeten zijn…

UPDATE the day after: het werd inderdaad teleurstellend weinig… Zimling, huur, Mainz, dat zegt genoeg.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS