Dromen, doen, maar ook blijven denken

Loting, open agenda en dialoog staan centraal in de G1000. Vooral die dialoog is iets om te koesteren.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Met de aanbieding van ons boek G1000. Ervaringen met burgertoppen aan minister Plasterk kwam er een (voorlopig) einde aan het onderzoek. De G1000-karavaan trekt intussen verder, maar zonder dat wij er met onze Amsterdamse, Leidse en Utrechtse nieuwsgierige neuzen bovenop zitten. Wat zijn we intussen te weten gekomen?

De G1000 is in drie opzichten anders dan zowel de vertegenwoordigende democratie (gemeenteraad, college) als de klassieke vormen van burgerbetrokkenheid (hoorzittingen, inspraak, wijkavonden). Ten eerste vanwege de loting van deelnemers, waardoor iedereen een gelijke kans heeft om mee te doen. Ten tweede door de open agenda, wat betekent dat de deelnemers ter plekke bepalen waar het die dag over zal gaan. Ten derde door de dialoog, waarbij gezocht wordt naar verbinding en wat je gemeenschappelijk hebt met de andere deelnemers.

In ons onderzoek constateren we dat het beoogde doel van loting, namelijk meer diversiteit, tot nu toe niet is gerealiseerd. Dat is geen reden om het hele idee overboord te zetten, maar er zijn aanvullende maatregelen nodig om een diverser gezelschap te krijgen. Het resultaat van de open agenda is dat de thema’s die uiteindelijk worden gekozen (top-10) doorgaans wat abstract zijn en bovendien, niet los te zien van het gebrek aan diversiteit, dat er een zekere bias zit in die thema’s. Wel: ontmoeting, samen doen, sociale cohesie, duurzame energie, maar niet: economie, werkgelegenheid, onderwijs, integratie en thema’s als veiligheid en zorg maar in beperkte mate. Het meest geslaagde element is de dialoog: we zien dat de deelnemers zich vrij voelen om te zeggen wat ze willen en ook de bijdragen van anderen waarderen.

In zijn reactie bij de aanbieding van het boek ging Plasterk ook op dit laatste element in. En ik ben het erg met hem eens dat de dialoog het meest waardevolle aspect is van de G1000. Dit heeft de meeste potentie om het debat dat kenmerkend is voor de vertegenwoordigende democratie aan te vullen of te vervangen. Bovendien is dialoog cruciaal, of de G1000 zich nu in de richting van een burgertop (de samenleving in actie) of van een burgerraad (opdracht aan de politiek) gaat ontwikkelen.

Het was een boeiende ervaring om ruim een jaar onderzoek te doen naar de G1000. Het vroeg om het nodige omgevingsbewustzijn, omdat er bij de G1000 veel gelovigen en veel sceptici zijn, met weinig tussensmaken. Ik troost me maar met de gedachte dat ik zowel voor optimist als pessimist en zowel voor naïef als verzuurd ben uitgemaakt. Dan heb je het waarschijnlijk niet verkeerd gedaan.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Maar dit boek heb je nog niet

Met excuus voor de onbeschaamde zelfpromotie: echt een leuk boek over de G1000 als nieuwe democratische beweging

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Een artikel publiceren is leuk, maar een boek is toch nog net iets bijzonderder. Op 31 maart presenteren we als auteurs de bundel G1000. Ervaringen met burgertoppen bij de VNG in Den Haag en vanaf dat moment is dit boek ook te bestellen. Hieronder de flaptekst:

In 2014 en 2015 zijn er in Nederland tal van G1000’en en andere burgertoppen georganiseerd. Allemaal initiatieven om burgers een stem te geven en de democratie te verfrissen. Daarbij worstelen organisatoren en gemeenten ook met de vraag wat de rol van die burgertop kan zijn in de lokale democratie.

Deze bundel doet verslag van een onderzoek van drie universiteiten, met steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, naar ervaringen met burgertoppen. De auteurs geven antwoord op vragen als:
wie nemen deel en hoe divers is de deelnemersgroep? Wat gebeurt er met de resultaten van de burgertop? Hoe verhoudt deze vorm van participatie zich tot de rol van het lokale bestuur? En wat is de rol van dialoog en eigenaarschap
tijdens de bijeenkomsten?

De auteurs wijzen op mogelijke spanningen en valkuilen en doen ook suggesties hoe de betekenis en impact van een G1000 kunnen worden vergroot.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De paasboodschap van Halbe Zijlstra

Als Halbe Zijlstra nodig is om Pasen en Pinksteren te beschermen, begin ik mij zorgen te maken. Doe mij dan nog maar zo’n lekker verstopeitje.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Geruststellend nieuws van de HEMA: alle 100.000 paaseitjes zijn gevonden. De paasactie, met een gedekte paastafel waarop en -omheen de eitjes waren verstopt, was dus een succes. Wie er meer over wil weten, kan alle 16 smaken paaseitjes bekijken, de HEMA paasfilm bekijken of zich oriënteren op de rest van de paascollectie.

Halbe Zijlstra heeft zich dus opgewonden om niets. Na de borstvergrotingen en ooglidcorrecties een volgende uitglijder van de zelfbenoemde bewaker van de Nederlandse cultuur. En eigenlijk had Halbe dit kunnen weten, want ruim voor het interview in NRC waren Voor Nederland, de PVV en GeenStijl al gevallen over de eitjes en had de HEMA dit al lang rechtgezet.

Des te komischer om te zien welke enorme betekenis Halbe toeschrijft aan Pasen:

Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.

Mooi dat Halbe weet waar de afkorting HEMA voor staat en hoe prachtig, dat Hollandsche met ch. Maar waarom maakt Pasen deel uit van onze maatschappij? Is dit zo’n vage verwijzing naar de joods-christelijke cultuur die Halbe, als het hem uitkomt, graag van stal haalt? Dat kan toch haast niet, want vrijwel niemand weet überhaupt wat de betekenis is van het Paasfeest. Pasen, dat is meer het kleine zusje van Kerst: lekker met elkaar eten, maar dan zonder cadeaus. En waar velen in december uit gewoonte of voor de vorm nog naar de nachtmis of Kerstnachtdienst gaan, zitten de kerken met Goede Vrijdag of Stille Zaterdag nou niet echt vol. Of gaat het Halbe om de Tweede Paasdag, ook wel woonboulevardmaandag genoemd, waarop de ene helft van Nederland vrij is om de andere helft van Nederland een mooie omzet te bezorgen?

Nee, Halbe blijkt een diepere boodschap te hebben: we zijn te tolerant geworden voor intolerantie. En wie zijn er intolerant? Uiteraard de moslims, die maar niks moeten hebben van ons prachtige Paasfeest met bijbehorende eitjes. De HEMA is blijkbaar gezwicht voor de druk van de moslims.

Er is echt geen moslim die blij wordt als je de naam van die eitjes verandert. Je kunt hiervan zeggen: kleine zaak. Maar als je eenmaal op die zeephelling zit, ga je maar één kant op: naar beneden.

Overigens zou ik denken dat een VVD’er het toch zou moeten toejuichen wanneer een ondernemer zijn aanbod diverser maakt om meer klanten te trekken? Paaseitjes voor de tolerante klanten en verstopeitjes voor de intolerante klanten. Pak aan je winst. Halbe past hier een klassieker toe: het glijdende-schaal-argument, beeldend verwoord in de vorm van een zeephelling. Het begint met verstopeitjes en het eindigt bij de invoering van de sharia.

Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant?

Oh wacht even, ook Pinksteren hoort bij Nederland (en vermoedelijk Kerst ook, al wordt dat hier niet genoemd). Blijkbaar is het niet nodig om uit te leggen waarom, maar vindt Halbe het wel belangrijk om te benadrukken dat dat niet komt omdat hij zelf religieus is. Maar vooral de afsluiter is bijzonder: wie nemen er volgens hem aanstoot aan Pinksteren? Bij Pasen waren het de moslims die geen paaseitjes willen, maar waar zijn de moslims dan precies tegen bij Pinksteren? Want wat viert ‘de Nederlander’ dan precies met Pinksteren, welke tradities en symbolen horen daarbij? Of beter gezegd: wie doet überhaupt aan Pinksteren? Nog meer dan bij Pasen heeft vrijwel niemand een idee wat de christelijke betekenis van Pinksteren is en levert het vooral een extra vrije dag op.

Als christen zit ik niet op types als Halbe Zijlstra te wachten die met oneigenlijke argumenten en dommige populistische retoriek Pasen en Pinksteren zeggen te beschermen en als Nederlandse traditie verkopen. Als eenvoudige beschouwer vanaf de zijlijn (met wel een linkse inslag) kan ik alleen maar grinniken om de enorme heisa die om een paar eitjes wordt gemaakt.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Hoera, een Staatscommissie

Hoe feiten en beelden door elkaar lopen en het maar de vraag is wat herziening van het parlementaire stelsel eigenlijk oplost.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Hoewel Loek Hermans zijn dinsdagen inmiddels elders doorbrengt, waarde zijn geest nog altijd rond  in de senaat. Dat kwam door het voorstel dat Hermans in het najaar van 2014 had gedaan voor bezinning op het parlementaire stelsel. Gisteren leidde dat tot een motie van VVD-Eerste Kamerlid Anne-Wil Duthler en enkele collega’s, waarin (als de Tweede Kamer het ook wil) een verzoek aan de regering om een Staatscommissie in te stellen wenselijk werd geacht. Die commissie zou de vraag moeten beantwoorden of het parlementair stelsel ‘voldoende toekomstbestendig’ is en zo niet, wat er dan aan moet worden veranderd.

Zoals de NRC terecht opmerkte is de uiteindelijke opdracht in de motie (en dus voor de eventuele Staatscommissie) een vergaarbak van onderwerpen geworden:

Er is voor elk wat wils: het gaat over de betrokkenheid van burgers bij de politiek en de onvoorspelbaarheid van kiezersgedrag via digitalisering van de samenleving tot de impact van Europese regelgeving.

De laatste keer dat een Staatscommissie zich over dit soort thematiek boog is alweer even geleden. Begin jaren ’80 stelde het kabinet-Van Agt de commissie-Biesheuvel in, die de vraag kreeg hoe kiezers meer invloed op het beleid konden krijgen. Over sommige onderwerpen werd de commissie het zelf niet eens, wat leidde tot verdeelde adviezen of het ontbreken van adviezen. De behandeling in de Tweede Kamer leverde aardige en waarderende woorden op, maar de adviezen werden vrijwel allemaal afgewezen.

Ongeveer tien jaar later was er een andere commissie, onder leiding van Jan de Koning, die advies uitbracht over staatkundige vernieuwing. Dat gebeurde op basis van een lijst onderwerpen die een ‘vraagpuntencommissie’ bestaande uit Kamerleden had bedacht. Deze commissie richtte zich op zowel de Eerste als de Tweede Kamer, op het kiesstelsel en op de kabinetsformatie. Het eindrapport is nog steeds de moeite van het lezen waard en de Staatscommissie die zich er makkelijk vanaf zou willen maken, kan zich beperken tot een vertaling van de analyse en adviezen uit dat rapport naar 2016. Overigens gold ook voor deze commissie dat de Tweede Kamer nauwelijks brood zag in haar voorstellen.

Dan heb ik de Nationale Conventie (2006) nog buiten beschouwing gelaten, die met het verdwijnen van D66 uit het kabinet eveneens een zachte dood stierf. En ook van de aanbevelingen van de parlementaire stuurgroep die in 2009 onder leiding van Jan Schinkelshoek aan zelfreflectie deed is weinig meer vernomen. (Terzijde: het is opvallend dat al deze commissies door een CDA’er werden voorgezeten. Gezien de scepsis bij met name de senaatsfractie van het CDA acht ik de kans dan ook groot dat die partij wederom de voorzitter mag leveren.)

Deze voorgeschiedenis maakt, kortom, wat somber over het lot van een nieuwe Staatscommissie. Er is een gerede kans dat de voorstellen wederom op weinig enthousiasme in het parlement kunnen rekenen. Specifiek in dit geval zie ik ten eerste een probleem met de vraagstelling. Wat wordt precies bedoeld met parlementair stelsel? Wordt daarmee iets anders bedoeld dan het systeem van vertegenwoordigende democratie? Of gaat het over de verhouding tussen Tweede en Eerste Kamer? De relatie volksvertegenwoordiging-regering? Ten tweede worden er heel veel verschillende ontwikkelingen op één hoop gegooid, die niet noodzakelijkerwijs met elkaar te maken hebben en waarbij (wetenschappelijk en politiek) verschil van mening is over omvang en ernst. Bovendien is het nog maar de vraag of ze iets met het parlementair stelsel te maken hebben. Dus of een aanpassing van dat stelsel aan verandering of verbetering gaat bijdragen?

Mij lijkt dat over bijvoorbeeld nieuwe vormen van burgerparticipatie of over electorale volatiliteit al ontzettend veel gedacht, gezegd en geschreven is. Het ‘nietje van Pechtold’ volstaat in de meeste gevallen. Het wordt pas interessant als er concrete actie uit volgt en tot nu toe is de grootste vernieuwing daarbij niet in Den Haag, maar op lokaal niveau te zien. Die concrete actie heeft helemaal geen stelselwijziging nodig. De Staatscommissie kan zich dus het werk besparen. En komt de commissie er toch, dan wens ik Ernst Hirsch Ballin heel veel wijsheid toe.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Dat mag best worden gezegd

Statistiek is een vak apart. En: het probleem is niet dat het niet wordt benoemd, maar dat zo weinig over de echte oplossingen wordt nagedacht.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Een beroemd voorbeeld uit de statistiekboekjes gaat over het verband tussen de omvang van de ooievaarpopulatie en het aantal geboorten in een streek in Duitsland. Zie je wel, zeiden de mensen die nog geloven dat kinderen door de ooievaar worden afgeleverd, veel ooievaars betekent veel geboorten, weinig ooievaars betekent weinig geboorten. We noemen dit in de statistiek een positief verband: als x toeneemt, neemt y toe; neemt x af, dan neemt ook y af. Wat bleek echter? In deze streek woonden ook beduidend meer jonge mensen in de vruchtbare leeftijd, relatief veel katholieken bij wie voortplanting door meneer pastoor werd aangemoedigd en bovendien was het een streek met veel weilanden en sloten, ideaal voor ooievaars. En zo nog wat meer factoren die zowel het aantal ooievaars als het aantal baby’s een boost gaven.

Kortom, als je al die andere factoren meenam, bleek het verband een schijnverband te zijn. Je neemt een aantal andere mogelijke verklaringen mee in het model en ooievaars en baby’s hebben toch niet zo direct met elkaar te maken. Ik moest hieraan denken bij de herkansing die Sywert van Lienden gisteren kreeg in De Wereld Draait Door in gesprek met migratiedeskundige Leo Lucassen. Aanvankelijk had hij berouw getoond over het ‘verwisselen van twee tabellen’ (het ging overigens over wel iets meer dan dat…), maar aan het eind moest het punt toch even gemaakt worden dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn zowel bij de algemene misdaadcijfers als bij de zedendelicten. In zijn ogen zat Lucassen zo veel te corrigeren dat het probleem werd weggeredeneerd.

Was dit nu serieus een pleidooi om factoren die er wél toe doen, zoals opleidingsniveau, werkloosheid, gezinssituatie, leeftijd e.d. niet mee te wegen, simpelweg omdat je het punt wilt maken dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn? Omdat zogenaamd dat debat in de politiek correcte media niet gevoerd mag worden? Het interessante is namelijk dat zelf als je corrigeert voor die andere factoren, het verband (anders dan bij de ooievaars en de baby’s) overeind blijft. Dat is dus niet wegredeneren, maar in de juiste proporties bekijken. Als student politicologie aan de UvA had Sywert dat toch wel in de colleges van Tom van der Meer moeten hebben geleerd.

Geredeneerd vanuit: wat zou je er als overheid of als samenleving aan kunnen doen, zijn bovendien die andere factoren veel relevanter. Van een Antilliaan maak je niet zomaar een Indonesiër, van een moslim geen atheïst. Aan gebrekkige opleiding, werkloosheid, verslaving, groepsdruk, etc. valt daarentegen wel iets te doen. Zoals de onderzoekers die Van Lienden aanhaalde zelf aangeven, is voor criminaliteit en zeker ook voor zedendelicten geen unieke, alles verklarende factor aan te wijzen.

Ik heb als eenvoudige krantenlezer en journaalkijker trouwens bepaald niet het idee dat cijfers over de oververtegenwoordiging van allochtonen op de verkeerde lijstjes worden weggemoffeld. Ik denk dan alleen al aan de tientallen keren dat ik de term Mocromaffia voorbij heb horen komen of de ruim bemeten zendtijd voor de Wilderianen in en buiten het parlement. Het benoemen van deze feiten lijkt mij dan ook niet het probleem. Veeleer is het de consequentie die eraan wordt verbonden. Ofwel het fatalisme dat het ‘nu eenmaal in de islamitische/Oost-Europese/Antilliaanse/Noord-Afrikaanse cultuur zit’ (haal door wat niet van toepassing is) of het machisme dat die en die moeten ophoepelen naar hun ‘eigen’ land of de grenzen voor die en die dicht moeten.

Wegkijken, wegsturen of weghouden, het lost niks op. Mij lijkt dus de uitdaging om, met kennis van zaken en gevoel voor proporties, nu eens echt tot de kern van het probleem door te dringen. Dan zou het helpen als DWDD een beetje mee wil werken door wat vaker deskundigen in plaats van zelfbenoemde opiniemakers en columnisten uit te nodigen. Die zijn ook nog eens een stuk goedkoper. Bij voorbaat dank.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Bibberende en buigende bestuurders

Maatschappelijke onvrede en politieke hectiek als risico voor democratische vernieuwing in het lokaal bestuur

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Uiteraard zorgt de grote toestroom van vluchtelingen voor een onverwacht sterke dynamiek. Omgaan met grote groepen boze en bij vlagen agressieve burgers is bepaald niet makkelijk. Daar staat tegenover dat gemeenten ernstig hebben verzaakt bij de huisvesting van statushouders, waardoor de doorstroming uit asielzoekerscentra stokt. En de burgeroorlog in Syrië is niet vorige week begonnen.

Voor mij staat de moeizame manier waarop veel bestuurders omgaan met het protest tegen de vestiging van een AZC of noodopvang symbool voor een algemener gebrek aan bestuurlijke handigheid of sensitiviteit. Ten eerste valt op dat de communicatie gebrekkig en laat is, terwijl er toch zoveel mogelijkheden ter beschikking staan: van de ouderwetse brief in de bus tot en met de gemeentelijke website en social media. Ten tweede dat inwoners laat in het proces worden betrokken, maar wel de suggestie wordt gewekt dat er nog volop inspraak en invloed mogelijk is. Ofwel je doet het tijdig en trekt je echt iets aan van wat door inwoners naar voren gebracht, of je doet het niet en legt uit waarom.Ten derde in de aanpak van de inspraakavond, discussiebijeenkomst of hoe het ook mag heten: een klassieke frontale opstelling, met een podium vooraan, stoelen in theateropstelling en microfoons in het middenpad. Ten vierde in het gebrek aan lef om impopulaire besluiten positief uit te leggen en knopen door te hakken, maar in plaats daarvan te doen alsof het je allemaal overkomt of de schuld op anderen te schuiven.

Dit klinkt misschien als makkelijke kritiek vanaf de zijlijn. Zo is het nadrukkelijk niet bedoeld. Ik weet heel goed hoe ingewikkeld veel kwesties in het lokale bestuur zijn, zeker met alle extra verantwoordelijkheden die gemeenten de laatste jaren hebben gekregen. Het komt echter voort uit zorg over het groeiende wantrouwen van inwoners aan de ene kant en de steeds hogere omloopsnelheid van raadsleden en wethouders aan de andere kant.

Als zowel burgers als politici afhaken, is dat een serieus risico voor de kwaliteit en toekomst van de lokale democratie. Terwijl dit bij uitstek de plek zou moeten zijn waar verbinding en ontmoeting tot stand komen. Het is ook de plek om te experimenteren met democratische vernieuwing en minder hiërarchische verhoudingen tussen burger en overheid. Juist dat dreigt verloren te gaan door onrust, hectiek en terugtrekkende bewegingen aan beide kanten.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Loting als nieuw democratisch geloof

Loting als nieuw democratisch model: niet te makkelijk over denken, maar zorgvuldig voorbereiden en inzetten

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Afgelopen donderdag hield voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet de derde aflevering van de Paushuizelezing. Deze lezing wordt georganiseerd door de provincie Utrecht en gehouden, de naam zegt het al, in het Paushuize (genoemd naar de enige Nederlandse paus die we ooit hadden, Adrianus VI).

In de aankondiging van de lezing had Verbeet laten weten dat zij met nieuwe en spannende ideeën zou komen voor democratische vernieuwing en op de avond zelf stelde zij dat er een Deltaplan voor de democratie moet komen. De invulling van het Deltaplan bleef nogal abstract en dat gold, nog problematischer wat mij betreft, ook voor de diagnose – wat is er nu mis met de democratie? – en de urgentie – waarom moet er nu iets gebeuren?

Gezien het onderzoek dat we vanuit Utrecht samen doen met collega’s van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit Amsterdam, was ik met name benieuwd naar wat Verbeet zou zeggen over de G1000 en andere burgertoppen en dan in het bijzonder over loting. Sinds het boek Tegen Verkiezingen van David van Reybrouck heeft het idee postgevat  dat loten een betere en democratischere manier zou zijn om burgers zeggenschap te geven dan verkiezingen. Er is een groep van ‘gelovigen’ ontstaan die, niet gehinderd door al te veel kennis van hoe G1000’s en lotingen feitelijk werken, overal pleidooien houden voor deze democratische vernieuwing. De Paushuizelezing liet zien dat ook Verbeet tot deze groep mag worden gerekend.

Wat we uit onderzoek in binnen- en buitenland weten, zou echter tot enige terughoudendheid moeten leiden. Dat in de praktijk een G1000 nergens daadwerkelijk 1000 deelnemers heeft gehaald (maar ergens tussen de 250 en 600) is daarbij nog het minste probleem. 1000 is meer een symbolisch getal dan een noodzaak. Maar dat de diversiteit van deelnemers bij alle tot nu toe gehouden G1000’s ondanks loting gering is, zet wel aan het denken. De praktijk leert namelijk dat de G1000’s worden bevolkt door autochtone hoogopgeleiden boven de 50. Het probleem is dat loting als zodanig het gebrek aan diversiteit niet oplost: van de vele duizenden die worden ingeloot, geeft zo’n 95% geen gehoor aan de uitnodiging. Wie zich (terecht) zorgen maakt over dalende opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen, zou dit getal eens tot zich door moeten laten dringen.

Te makkelijk en te snel wordt beweerd dat loting dé oplossing is om de democratische vermoeidheid tegen te gaan en mensen te enthousiasmeren en activeren. De werkelijkheid is heel wat weerbarstiger. Hiermee is niet gezegd dat loting geen goed middel kan zijn om een veelkleuriger gezelschap aan tafel te krijgen. Maar dan is het wel belangrijk om 1) duidelijker te maken wat het belang van de de deelnemer is om zijn of haar vrije dag(en) op te offeren en 2) tegenover deelname een passende vergoeding te zetten. Het is bovendien nodig om loting aan te vullen met andere methoden van directe werving, bijvoorbeeld via maatschappelijke organisaties en social media.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS