Kiezers en gekozenen

Tot komende woensdag zit ik nog in (gezonde?) spanning of het gaat lukken om genoeg stemmen te halen bij de provinciale verkiezingen, zodat ik in mei als Eerste Kamerlid gekozen kan worden. Regelmatig heb ik de afgelopen weken de vraag moeten beantwoorden waarom ik wel op de lijst sta, maar er niemand (behalve de Statenleden) op mij kan stemmen. Binnen GroenLinks speelt bovendien al jaren de discussie over het nut van de Eerste Kamer: wat voegt die toe ten opzichte van de Tweede Kamer? Overigens is die discussie wat geluwd en zien ook veel partijgenoten (weer) het nut van de senaat in, nu de initiatiefwet van Femke Halsema die het mogelijk maakt te toetsen aan de grondwet, in de tweede ronde lijkt te gaan sneuvelen.

Problematischer vind ik nog steeds dat er nauwelijks een relatie is tussen kiezers (Statenleden en indirect degenen die stemmen op 18 maart) en gekozenen (de Eerste Kamerleden). Twee CDA-gedeputeerden stellen voor om senatoren te laten meevergaderen met Provinciale Staten, zoals Europarlementariërs dat soms ook doen in de Tweede Kamer. Een sympathiek idee, maar volgens mij net omgekeerd geformuleerd en te vrijblijvend. Want het lijkt mij veel verstandiger om Statenleden te laten “meevergaderen” met de Eerste Kamer. Op het moment dat de Europarlementariërs naar Den Haag komen, spreken zij over Europese onderwerpen en wat daarin de positie van Nederland is en stemmen zij af wat beter nationaal en wat beter Europees kan worden geregeld (ik geef toe, in theorie gaat het daarover…).

Iets vergelijkbaars noemen de CDA-gedeputeerden ook, wanneer zij het hebben over decentralisatie: wordt er niet te veel in Den Haag geregeld, wat wij als provincies prima zelf kunnen doen. Maar het besluit om wel of niet te decentraliseren wordt niet door de provincie zelf genomen, maar door Tweede en Eerste Kamer. Dus daar moet je zijn, niet in een Statenvergadering. Het tweede punt is dat de relatie tussen Tweede Kamerleden en Europarlementariërs toch net iets anders is dan tussen Statenleden en Eerste Kamerleden. Europarlementariërs hoeven geen verantwoording af te leggen, terwijl dat van Eerste Kamerleden wel mag worden verwacht. Graag dus, die discussie over verdeling van bevoegdheden, decentralisatie, autonomie van het regionale bestuur, maar dan ook in de vorm van een echte Verantwoordingsdag, met senatoren en Statenleden in de Eerste Kamer. Dat is heel iets anders dan aanschuiven en meepraten bij een Statenvergadering – want in die arena mogen degenen die daar gekozen zijn hun eigen keuzes maken en heeft inbreng van de Eerste Kamer geen meerwaarde.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Maatregel op zoek naar probleem

Onlangs is onze kopieermachine (officieel multifunctional geheten) van een slot voorzien. Alleen de daartoe aangestelde papierbijvulmedewerker heeft het sleuteltje hiervan en hij is dan ook de enige die ons aan een nieuwe voorraad papier (met en zonder gaatjes, briefpapier, gekleurd papier) kan helpen. Of de machine automatisch doorgeeft dat hij leeg is, of dat dit apart moet worden gemeld, weet ik niet. In elk geval komt van een andere locatie van de universiteit deze meneer in een ongetwijfeld ruime auto hierheen gereden, parkeert hij zijn wagen in de buurt van ons gebouw en laadt vervolgens het papier op een karretje om onze machine bij te vullen.

Navraag leerde dat de machines tegenwoordig worden afgesloten om diefstal  tegen te gaan. Nou weet ik niet precies wat je allemaal kunt doen met een stapel blanco A4-tjes of – mocht het niet voor eigen gebruik zijn – wat tegenwoordig de straatwaarde is van printpapier. Maar eerlijk gezegd kan ik me er weinig bij voorstellen dat bij een kopieermachine die ver weg in een hoek van het pand staat en waar je bovendien niet onopgemerkt naartoe en vandaan kunt lopen van grootschalige papierontvreemding sprake zou zijn.

Toen de nieuwe machines in aantocht waren, was er al sprake was dat de papierlades afgesloten zouden worden. Maar toen waren er goede argumenten – die vandaag overigens nog even relevant zijn als toen – om hiervan af te zien. Helaas lijken we met enige vertraging toch slachtoffer van standaardisatie te zijn geworden, een proces dat sowieso alles wat met ICT te maken heeft teistert.

In de bestuurskunde noemen we dit ook wel “een maatregel op zoek naar een probleem”. Het maakt mij in elk geval nieuwsgierig wie bedacht heeft dat dit handig is en of daaraan voorafgaand wel is onderzocht hoe groot en reëel het probleem nu eigenlijk is. Mij lijkt eerlijk gezegd van niet en het lijkt mij dan ook sterk dat dit slot een lang  leven beschoren is.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Op naar minimaal vijf zetels

Net toen ik geruststellend wilde zeggen dat ik niet zenuwachtig was, voelde en hoorde ik mijn stem een flink aantal tonen omhoog gaan. De afgelopen week had ik er amper last van, maar toen ik de Rijtuigenloods naderde, waar gisteren het GroenLinks congres werd gehouden, kwamen ze flink opzetten en dat gebeurde weer toen we in de wachtkamer zaten. Maar eenmaal op het podium was de rust er gelukkig weer.

Bewust had ik ervoor gekozen niet voor een hogere plek te gaan dan de vijfde die de kandidatencommissie voor mij in gedachten had. Allereerst omdat ik twee goede gesprekken met de commissie heb gehad en ik vond dat zij een reëel beeld van mij hebben gekregen en in hun advies verwoord. Bovendien speelde mee dat ik de kandidaten voor 1 t/m 4 allemaal prima vind en mij kon vinden in hun hoge klasseringen. Gelukkig pakte het goed uit (elke strategie is zo briljant als het resultaat achteraf…) en kreeg ik in de tweede ronde 430 (van de 830) stemmen, net iets meer dan Margreet de Boer.

Plek 5 is het dus geworden en dat aantal zetels gaan we minimaal halen. Liever natuurlijk 6 of nog meer!

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

No flyerzone

Als congresganger ergerde ik me regelmatig aan de grote hoeveelheid flyers die je gedurende de dag in je handen geduwd krijgt of die her en der verspreid liggen. Misschien niet eens heel principieel (al is het uiteraard erg voor alle bomen en boompjes die daaronder lijden), maar vooral omdat de meeste flyers nauwelijks worden gelezen en zeker niet vaak de doorslag op iemand te stemmen. Ze blijven aan het eind van de dag dus ook slingeren, of je stopt ze nog wel in je tas om ze thuis in de papierbak te laten verdwijnen, maar doet er verder niks meer mee.

Ik beken schuld –  bij het congres vier jaar geleden had ik ook flyers en ik heb zelf mensen geronseld om die samen met mij uit te delen. Maar morgen geen flyers voor mij. Wat ik wil vertellen over mezelf staat op de website en in de congreskrant en anders kun je via dit weblog, Facebook en twitter meer over mij te weten komen dan mij lief is :-) Bovendien loop ik vanaf de eerste minuut rond in Amersfoort en ga ik graag met iedereen in gesprek.

In plaats daarvan kunnen mijn medecongresbezoekers morgen ansichtkaarten vinden, met de vraag om mij goede raad, een lijfspreuk, een succeswens of elk ander soort bericht mee te geven. Nog even bewaren, want… als alles gaat zoals ik hoop, ben ik vanaf juni lid van de Eerste Kamer en niets lijkt mij leuker dan elke week in de Haagse brievenbus ansichtkaarten van leden te vinden. Een mooie herinnering aan het congres en een mooie manier om aan een nieuwe politieke uitdaging te beginnen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Twitter ze!

Vanochtend zijn mijn collega Madelinde en ik weer begonnen met ons keuzevak over sociale media. Eén van de thema’s in de komende weken zal zijn hoe politici gebruik maken van twitter en Facebook om zich aan (potentiële) kiezers te presenteren en welk beeld van zichzelf zij daarbij proberen neer te zetten.

Diverse onderzoeken laten zien dat volgers en vrienden het waarderen wanneer de politicus niet alleen maar vertelt over debatten, moties en werkbezoeken, maar ook iets van zijn of haar persoonlijk leven en drijfveren laat zien. De balans is overigens lastig te vinden, omdat een politicus bij uitstek met ‘multiple audiences’ te maken heeft, met uiteenlopende voorkeuren en behoeften – zo krijg ik wel eens commentaar als het te vaak over Ajax gaat. Aan de andere kant blijkt het effect van al die activiteit op sociale media op het stemgedrag klein. Het kan een beetje helpen, maar het is niet aan te raden om alles in te zetten op sociale media in verkiezingstijd, want bij kiezers spelen veel andere factoren een grotere rol.

Mede om die reden vind ik het boeiend om te zien hoe verschillende GroenLinks-kandidaten voor de Eerste Kamer (ja ja, ik ook hoor #hb5) zich deze weken op Facebook en twitter presenteren. Wat vertellen zij over zichzelf, hoe proberen zij sympathiek over te komen en in hoeverre helpen de ‘likes’ en aanbevelingen van anderen daarbij? Bovendien weet geen van ons wie er precies op het congres zullen zijn, behalve dat je iets kunt weten met dank aan de aanmeldingen bij het Facebookevent. Dus hoe bepaal je op wie je je met je boodschap gaat richten?

Posten op twitter en Facebook heeft sterk het karakter van schieten in allerlei richtingen en hopen dat je af en toe raak schiet. Een leuk tijdverdrijf, zeker voor de insiders in de partij en de liefhebbers van interne campagne, maar op het nut valt nog wel wat af te dingen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Meer dan verkiezingen

De verkiezingen voor Provinciale Staten komen eraan en dat is altijd een mooie gelegenheid voor diverse beschouwers te somberen over het nut van de provincie en de opkomstcijfers. Ook de discussie over het indirect kiezen van de Eerste Kamer popt telkens weer op. Wat is eigenlijk de band tussen de Staten en de senaat? Zou de Eerste Kamer ook niet rechtstreeks door de bevolking moeten worden gekozen?

Opvallend aan dit soort betogen is dat ze allemaal focussen op electorale aspecten van democratie. Een lage opkomst bij verkiezingen is een slecht teken, volgens de redenering: hoe meer mensen gaan stemmen, des te legitiemer is de volksvertegenwoordiging. En de beste manier van kiezen is direct. Vanuit ditzelfde perspectief is 20 jaar geleden gekozen voor directe verkiezingen voor het waterschap, sinds de vorige keer inclusief politieke partijen (bijna ondergesneeuwd: ook de waterschapsverkiezingen zijn op 18 maart…).

Er zijn echter andere en wellicht zelfs betere manieren om democratie vorm te geven en bijbehorende waarden als participatie, vertegenwoordiging en legitimiteit te bereiken. David van Reybrouck zoekt in Tegen verkiezingen de oplossing in nieuwe vormen van betrokkenheid, die hij via het aloude mechanisme van loting wil bewerkstelligen. De G1000’s die hiervan een concreet uitvloeisel zijn laten zien dat er heel veel kan gebeuren naast en buiten de traditionele electorale democratie. Mijn oud-collega Adriejan van Veen wijst in zijn proefschrift over markttoezicht op vertegenwoordiging door niet-gekozen organen die net zo waardevol en inhoudelijk kan zijn. Ook dat nuanceert de noodzaak om voor elke functie of elk orgaan verkiezingen te houden.

In lijn hiermee is er dan ook veel voor te zeggen om de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer en de bijbehorende rol als chambre de réflexion te behouden. Dat de Eerste Kamer niet ‘wegstuurbaar’ is (om de merkwaardige term van Wouter Bos te gebruiken) en daarmee niet onderhevig aan electorale logica is alleen maar toe te juichen. Wanneer de Eerste Kamer bovendien nog meer de verbinding zoekt met al die verschillende burgers, organisaties, belangengroepen en kennisinstituten die buiten de klassieke kanalen om mee denken en mee doen, wordt des te meer waargemaakt dat democratie zoveel meer is dan verkiezingen alleen.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Trainen kun je leren

Voor iemand die gewend is zelf colleges te geven, workshops en trainingen te houden, is het heel gezond af en toe weer eens in de andere positie te zitten. Vandaag en volgende week doe ik bij ICM een cursus Inspirerend en creatief trainen en hoewel die termen bij mij een lichte allergie opwekken, is dat wel precies waar ik naar op zoek ben. Aan de ene kant het vermogen om makkelijk te switchen tussen de rollen van docent, trainer, begeleider en coach en aan de andere kant nieuwe werkvormen om soms droge stof op een leuke en boeiende manier over te brengen.

Wat sowieso altijd mooi is aan het doen van een cursus is het uitwisselen van ervaringen met de andere deelnemers.Vandaag realiseerde ik mij weer eens hoe bevoorrecht ik ben dat ik vrijwel altijd te maken met met studenten of deelnemers die uit zichzelf naar een opleiding of training komen en niet omdat het moet voor een certificaat of keurmerk of omdat ze door hun leidinggevende zijn gestuurd. Het is een ideale gelegenheid met nieuwe vormen en oefeningen in aanraking te komen en ze hier echt uit te kunnen proberen, waarbij het ook mis mag gaan – inclusief de constatering dat het geen oefening is die bij mij past.

Tot slot merk ik dat ik niet per se theoretisch veel nieuwe dingen leer, het meeste is bewust of onbewust wel eens voorbijgekomen, maar dat het me dwingt bij wat ik doe en de keuzes die ik maak weer eens nadrukkelijker stil te staan. Wat voor leerstijl heb ik zelf, welke hebben de deelnemers en hoe combineer je dat? Vooral ook als je met allemaal denkers bij elkaar zit en ook eens aan de slag moet… En hoe verhouden al die leuke, creatieve, vernieuwende dingen zich tot de leerdoelen en tot de gewenste resultaten qua kennis, inzicht en toepassing?

Of het wat oplevert? Ik zou zeggen, van harte welkom om dat vanaf half maart persoonlijk te komen ervaren bij de aankomende opleiding Politiek-bestuurlijke sensitiviteit.

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS