De Geroepene

Twee weken geleden weigerde Jan-Peter Balkenende een boek in ontvangst te nemen dat vijf redacteuren van Vrij Nederland over hem hebben geschreven. Onduidelijk bleef waarom JP de MP niet bij de presentatie wilde zijn. Volgens de VN redacteuren omdat de toon van het boek hem niet zou bevallen en omdat dit weekblad al vaker kritisch over Balkenende geschreven zou hebben. De RVD hield het erop dat de premier het niet logisch vond om een boek in ontvangst te nemen waaraan hij medewerking had geweigerd.

Deze vertelling over Balkenendes "wonderbaarlijke premierschap" kreeg als treffende titel De Geroepene. Immers, de sprong naar de macht in 2002 had in alles het karakter van een (goddelijke) roeping. Als je gevraagd wordt – of zelf voelt dat dat zo is – dan kun je niet weigeren, ook al waarschuwt de omgeving dat het misschien verstandiger is om eerst iets meer vanuit de luwte te opereren.

Al met al was ik nieuwsgierig geworden naar de inhoud van dit boek. Dit pinksterweekend had ik de tijd om het te gaan lezen en naar aanleiding daarvan vraag ik me oprecht af wat de reden voor Balkenende was om niet mee te werken. Naar mijn idee is het een evenwichtig portret geworden, af en toe op het brave af, waarin de levensloop van Balkenende keurig wordt geschetst. Ik heb ook ten opzichte van wat al eerder in VN te lezen was en wat via andere media bekend was, weinig schokkende nieuwe dingen gelezen.

Eigenlijk was ik na lezing vooral teleurgesteld dat ik over de cruciale vraag nog niet veel wijzer was geworden. Namelijk: hoe kon dit "wonderlijke premierschap" tot stand komen én standhouden, ondanks dat de naamgever van Balkenende It/m IV zo aantoonbaar ongeschikt is?  Ik lees wel dat de premier op beslissende momenten afwezig is, te steil en te eigenwijs is om naar zijn omgeving te luisteren, dat anderen voor hem de kastanjes uit het vuur moeten halen. Ik lees niet hoe het kan dat hij het desondanks al vijf jaar volhoudt, behalve de onbevredigende verklaring dat "de provincie juist van zo’n antiheld houdt". Misschien dat voor het antwoord op die vraag toch meer tijd en afstand gewenst is.

Zo kan het dus ook

Na de hectische en opstandige partijraad van 24 maart deze zaterdag een heel wat rustiger aflevering. ’s Ochtends mocht ik een poging doen de boel in goede banen te leiden en dat ging heel aardig. Bij de discussie over Project 2008 klonk nog wel enig gemopper, maar al flink minder dan twee maanden geleden. Dankzij de startbijeenkomst van een paar weken geleden, de aangepaste opdracht en de bereidwilligheid van partijvoorzitter Henk Nijhof om aan de bezwaren tegen de samenstelling van de panels tegemoet te komen, was de partijraad tevreden gesteld. Aan de slag dus!

Omdat de meesten – uitzonderingen daargelaten – ook over het tweede ochtendonderwerp, de evaluatie van de kandidaatprocedures, kort van stof waren, hadden we ineens een hoop tijd over voor de lunch. Nou ja, zo loopt het af en toe, wat dat betreft blijft het voor het partijraadsbestuur lastig in te schatten hoeveel tijd een onderwerp gaat kosten. Bovendien hebben we meestal niet veel mogelijkheid om te schuiven, omdat Kamerleden en Europarlementariërs allen op hun eigen tijdstip binnen komen. De bijdragen van Kamerfractie en Europese delegatie waren met het enthousiasme van Mariko, Femke en Kathalijne trouwens erg leuk. Ook het degelijke optreden van Jaap van der Haar bij de jaarrekening 2006 maakte indruk.

Na afloop van de partijraad nog samen met Maarten gesproken met Linda, lid van de commissie-Van Ojik-I. Zij die van ons wilde weten hoe wij aankijken tegen de interne organisatie van GroenLinks en de relatie tussen landelijk en lokaal. Grappig om te merken dat wij hoewel we in grote lijne aardig hetzelfde denken, maar op een aantal punten behoorlijk tegengestelde opvattingen hebben. Zo, dat is cryptisch genoeg. Maakt me wel steeds nieuwsgieriger naar het rapport dat deze commissie gaat afleveren.

Vlak voor vijven nog een vergeefse poging gedaan om kaartjes voor Ajax-AZ te bemachtigen, maar helaas, al helemaal uitverkocht. Oftewel: nerveus 90 minuten Langs de Lijn luisteren en gelukkig, net als tegen Heerenveen kunnen ze ook winnen zonder mijn aanwezigheid. Champions League, here we come! 

Ik zeg niks

Vanavond was ik bij een overleg dat officieel helemaal niet wordt gehouden. Ernaar gevraagd zal ik ontkennen er te zijn geweest of dat het überhaupt heeft plaatsgevonden. Over de inhoud zal ik zeker niets loslaten.

Overigens waren we denk ik vanaf de straatkant prima te zien en herkenbaar. Wie had gewild had bovendien zijn oren te luisteren kunnen leggen, in het gras rustend onder de geopende ramen.

Maar nee, ik zeg niks!

Albert welkom in weblogland!

Vanaf vandaag is het dan zover. Ook de laatste gedeputeerde is aan het bloggen begonnen. Het is bovendien niet de minste: onze eigen Albert Moens. Het heeft wel wat duwen en trekken, bidden en smeken gekost, maar hij is toch gezwicht. Je zou het bijna een historische dag noemen! In zijn eerste bericht legt hij uit waarom. Om meteen antwoord te geven op je slotvraag: volgende keer mag het ietsje korter. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik zelf vaak ook aan de lange kant ben…

Vandaag twee keer heen en weer naar Haarlem (tussendoor moest er ook nog gewoon gewerkt worden). Eerst ’s middags voor een infobijeenkomst over de OV-taxi. Een werkgroep uit de Staten doet onderzoek naar het functioneren van de OV-taxi mede vanwege heel wat klachten die we hierover gekregen hebben. Voor mij ontnuchterend om te zien hoe strak en precies de provincie in de gaten houdt hoe het vervoer gaat en ook de wetenschap dat volledig zonder fouten en problemen rijden sowieso niet mogelijk is. Wat uiteraard geen reden is om de klachten niet heel serieus te nemen.

Aan het begin van de avond onder het genot van een pizza met Albert bijgepraat over de afgelopen weken van het nieuwe college – meteen bij binnenkomst wees hij mij trots op zijn weblog. Heel nuttig om te horen wat er allemaal speelt. Daarna fractievergadering met een volle agenda, zodat we over tienen pas klaar waren. Maar het geeft me wel een goed gevoel dat het allemaal op de rails staat en we nu echt aan de slag kunnen.

VVD en PvdA meest evenwichtige partijen

Uit onafhankelijk onderzoek dat ik zojuist heb gedaan blijkt dat de VVD en de PvdA de meest evenwichtig samengestelde fracties hebben in Provinciale Staten. Deze partijen scoren het beste op de verhouding man-vrouw, jong-oud en nieuw-ervaren.

Ook niet zo gek, zou je zeggen want dit zijn ook de twee grootste partijen. Maar grote partijen hebben, zeker in de provincie, vaak de neiging door mannen van 50 jaar en ouder gedomineerd te worden en bepaald niet veel doorstroming te kennen. Bij de twee andere grote partijen in de provincie zijn bovendien de verhoudingen veel schever. Het CDA heeft weinig vernieuwing en een onevenwichtige leeftijdsopbouw, terwijl de SP (grote winnaar) wel veel vernieuwing heeft, maar de generatie-1960 geheel mist en een overdaad aan mannen heeft. GroenLinks komt er van de kleinere partijen het beste uit.

Ervaring_2Beginnen we met de balans tussen de ervaren krachten en de aankomende talenten. In de grafiek is aangegeven in welke periode iemand in de Staten is gekomen. Niet verwonderlijk is dat één fractie geheel uit nieuwelingen bestaat, de Partij voor de Dieren en dat bij de SP 2/3 nieuw is. Daartegenover staat de Ouderenpartij die in de persoon van Piet Bruystens één brok ervaring is (sinds 1995 in de Staten). ChristenUnie-SGP en D66 hebben het keurig onderling verdeeld, bij de PvdA is net iets meer dan de helft nieuw, bij de VVD net iets minder dan de helft. Bij GroenLinks is 40% nieuw, bij het CDA 30%.

Sexe_1Mannen en vrouwen zijn bij D66 keurig in evenwicht, dat wil zeggen één om één. De andere kleine fracties – PvdD, CU-SGP en Ouderenpartij – bestaan geheel uit mannen. Bij VVD en PvdA hebben mannen nipt de overhand, maar exact gelijk is nou eenmaal niet mogelijk bij een oneven aantal zetels. GroenLinks is de enige partij met een meerderheid vrouwen (60%). Bij het CDA is het omgekeerd met 60% man en de SP is het minst feminien met liefst 78% mannen!

LeeftijdTenslotte de leeftijdsopbouw, waarbij het onderscheid is gemaakt naar periodes van 10 jaar, beginnend bij de jaren ’30 van de vorige eeuw. PvdA en VVD zijn de enige partijen die in hun midden zowel Statenleden hebben die zijn geboren in de Lubbersjaren als in de jaren voor WO II. Bij de PvdA zijn bovendien alle tussenliggende generaties vertegenwoordigd. D66 bestaat geheel uit kinderen van de jaren ’60, terwijl die periode juist ontbreekt bij het CDA en de SP. GroenLinks heeft met vijf statenleden toch nog vier generaties vertegenwoordigd. De Statenleden van de CU-SGP komen beiden uit dezelfde generatie, de PvdD herbergt de jaren ’40 en ’60.

Of de Staten al met al echt representatief zijn, is nog maar de vraag. Ik heb bijvoorbeeld de verhouding allochtoon-autochtoon hier niet genoemd, netzomin als stad-platteland. Maar het is toch best goed nieuws dat in het college van GS dat deze provincie bestuurt drie zo uitgebalanceerde partijen zitten?

De oneindige nieuwsgierigheid van Geert Wilders

Dankzij een berichtje van Christian over het spervuur aan schriftelijke vragen dat de Partij voor de Vrijheid op diverse ministers richt, moest ik denken aan een opmerkelijk stukje in de Vrij Nederland deze week:

Voor Vrij Nederland kwam het bericht in de Telegraaf ("AIVD had Wilders in het vizier") niet als een verrassing. Half maart ontving ik een brief van een oud-topambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Met grote ergernis volg ik de strapatsen van de Heer Wilders van de antimoslimpartij (pardon: Partij voor de Vrijheid) en o.m. het verband dat hij legt tussen paspoorten en loyaliteit. Het wordt tijd dat hij eens op zijn nummer wordt gezet voor zijn eigen loyaliteiten.’

En de briefschrijver vervolgt met de mededeling dat de internationale veiligheidsdirectie van Buitenlandse Zaken ‘ongeveer een formatieplaats nodig had voor het beantwoorden van (soms zeer gedetailleerde) vragen van Wilders over met name het Midden-Oosten. Hoewel we dat niet echt konden bewijzen was het duidelijk dat hij veel vragen toegespeeld kreeg van de Israëlische ambassade.’

Ook eens van de andere kant

Het is heel verfrissend af en toe naar politieke vergaderingen te gaan en dan niet deel te nemen, maar toe te kijken op de publieke tribune. Met een werkgroep uit de Staten gingen we een paar maanden geleden op pad om in Amersfoort en Almere te kijken hoe de gemeenteraden daar op een andere manier vergaderen. Of het nu politieke markt of politieke avond genoemd wordt, de kern is dat er in verschillende rondes wordt vergaderd, met de bedoeling zo efficiënt en vooral toegankelijk mogelijk te zijn. De provincie Noord-Holland bleek overigens nog niet toe aan zulke grote wijzigingen dus bleef het bij het reduceren van het aantal commissies (met één) en het concentreren van alle vergaderingen op maandag.

Maar het ging mij eigenlijk niet om de hele discussie over vergaderstructuren. Voor de politieke avond kan ik ook terecht in mijn eigen stadsdeel Bos en Lommer en gisteren besloot ik weer eens een vergadering te bezoeken. Het leuke aan de ervaring om anderen te zien vergaderen en zelf op de publieke tribune toe te kijken is dat je precies de valkuilen ziet waar je zelf ook intrapt. Dan bedoel ik vooral dat je zelf het idee hebt dat een debat interessant en relevant is, maar het voor de argeloze buitenstaander nauwelijks te volgen is. Dat, hoe goed je je best ook doet, een vergadering al snel een hoog ons-kent-ons gehalte krijgt. Tegelijk zie en merk ik uit eigen ervaring ook hoe lastig het is dat te doorbreken.

D66 en de VVD stelden vragen over een bericht in de Telegraaf over een gezin in de Kolenkit dat slachtoffer zou zijn van Marokkaanse buurtterreur. Ook Geert Wilders had gewoontegetrouw de krant van wakker Nederland gespeld en meteen schriftelijke vragen gesteld. Als gewoonlijk bleek de Telegraaf zijn reputatie eer aangedaan te hebben en het verhaal flink op te hebben geblazen. Stadsdeelvoorzitter Jeroen Broeders, die met het bewuste echtpaar had gesproken, kon melden dat zij het helemaal niet hadden over buurtterreur en ook geen aanwijzingen hadden in welke groep de daders gezocht moeten worden. Wat niet wegneemt dat het een hele nare situatie is en een schande dat het zover kan komen dat mensen niet meer in Bos en Lommer willen wonen.

Na afloop nog nagepraat en -geborreld in het stadsdeelkantoor en tot sluits in Mozaïek.