(Niet) OK

In haar vermakelijke boekje ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ beschrijft Paulien Cornelisse hoe de betekenis van het woord oké is veranderd:

Wanneer is het gebeurd? Dat ‘ja’ vervangen werd door ‘oké’? ‘Ik heb buikgriep.’ ‘Oké.’ Nou, niet zo oké, zou je zeggen, maar oké betekent hier niet meer dan ‘ik heb je begrepen.’
(…)
‘Oké’ heeft een stille opmars gemaakt. Wie eerlijk telt, zal waarschijnlijk merken dat hij of zij minstens dertig dat hij of zij minstens dertig keer per dag ‘oké’ zegt. Eerlijk zijn! Oké kan ook worden uitgesproken als ‘mmmké’ of ‘nké’, maar het gaat om hetzelfde woord.

Jaren geleden had ik een huisgenoot die, naar ik nu begrijp, zijn tijd ver vooruit was. Ongeveer op alles wat je zei antwoordde hij met okéé, wat afwisselend ‘inderdaad’, ‘no way’, ‘écht?’, ‘hmmm’, ‘zo zit het’, ’tsja’ en soms ook ‘ja’ kon betekenen. Hoe dan ook was het bedoeld om de conversatie op gang te houden en dat lukte meestal vrij aardig. Met enige vertraging ben ik het gaan overnemen, want hoewel ik de 30 keer niet haal, ontsnapt ‘oké’ mij regelmatig en dan het liefst uitgesproken zoals South Park’s Mr. Mackey: Mmkay…

Het begint mij op te vallen dat de betekenis van oké nog verder wordt opgerekt. In sommige gevallen word ik tot oké gedwongen in een situatie die ik dat allesbehalve vind.  "Uw saldo bedraagt -1.456 euro" OK "U kunt geen verbinding met het internet maken" OK. Bij gebrek aan alternatief druk ik werktuiglijk op het betreffende knopje. Oké staat dan voor: ik vind het niks, ik keur het af, maar ik kan niet ontkennen dat ik het heb gezien en ik moet toch verder. Heren (of dames) programmeurs, kunt u voor mij alstublieft een extra knopje maken, zodat ik niet hoef goed te keuren wat ik niet goed vind? Het zou mijn gemoedsrust zonder meer ten goede komen.

Overigens ben ik van mening dat de Eerste Kamer behouden dient te blijven

Political Song XIV: Coldplay – Politik (2002)

Bach-Beethoven-Beatles. In de jaren ’60 schijnen sommige muziekleraren getracht te hebben met deze historische muzikale lijn hun leerlingen in de ban van Lennon en McCartney voor de klassieke muziek te interesseren. In hoeverre dat geslaagd is, zou ik niet durven zeggen. In elk geval kom ik bij een bezoek aan het Concertgebouw menig medebezoeker tegen die destijds in de tienerjaren moet zijn geweest.

Wanneer je vandaag de dag zo’n poging zou herhalen om vanuit de moderne muziek terug te gaan naar klassieke tijden, dan komt voor mij Coldplay het meest in aanmerking. Doordachte composities, doorleefde teksten, spannende muzikale vindingen, een zeker bombast en vooral ook muziek die emotioneel raakt. Het mooiste voorbeeld daarvan is het laatste album Viva la Vida or Death and all his Friends, uitgekomen in 2008.

De maatschappelijke betrokkenheid van Coldplay hoeft nauwelijks nadere toelichting. Het afstaan van 10% inkomsten aan goede doelen, recente actie voor Haïti, ondersteuning van John Kerry en Barack Obama, promotie van Meat Free Monday en Oxfam’s Make Trade Fair, het zijn maar enkele voorbeelden. Maar in de songteksten klinkt het politieke geluid veel minder uitgesproken. Eén van de uitzonderingen is "Politik", geschreven in reactie op de aanslagen van 9/11, alhoewel ook daar de boodschap vooral impliciet is:

Give me strength, reserve control

Give me heart and give me soul

Give me time, give us a kiss

Tell me your own politik

And open up your eyes, open up your eyes, open up your eyes, open up your eyes

Hier een live uitvoering tijdens de Grammys van 2003, waar Coldplay in de prijzen viel met het album A Rush of Blood to the Head:

Political Song XIII: Nena – 99 Luftballons (1983)

Waarschijnlijk komt het door het bericht, in de ochtendtrein op nu.nl gelezen, dat zij oma wordt, nog voor haar vijftigste verjaardag. Waarschijnlijk komt het door haar dat mijn liefde voor de Duitse taal gewekt is; ik was nog iets te jong om verliefd op de zangeres te zijn. Waarschijnlijk komt het daarom zo uit dat 99 Luftballons van Nena de de dertiende political song in de reeks is geworden. Een protest tegen de Koude Oorlog en de toenemende wapenwedloop tussen de VS en de USSR, met de dreiging van langeafstandsraketten en kernwapens. Het lied beschrijft een surrealistische, overtrokken militaire reactie op overvliegende luchtballonnen:

Neunundneunzig Kriegsminister
Streichholz und Benzinkanister
Hielten sich für schlaue Leute
Witterten schon fette Beute
Riefen “Krieg!” und wollten Macht
Mann, wer hätte das gedacht
Daß es einmal so weit kommt
Wegen neunundneunzig Luftballons
Wegen neunundneunzig Luftballons
Neunundneunzig Luftballons

Wat een schitterende woorden toch: Benzinkanister, witterten, fette Beute. Dankzij Nena kwam ik terecht in een nostalgische zoektocht naar al die andere Duitse muziek die op de een of andere manier indruk op mij heeft gemaakt. Het is muziek met een hoog Derrick gevoel: een broeierige sfeer, veel psychologische spelletjes en de o zo foute klanken van de muzikaal beroerde jaren ’80 in wederom een trieste verlepte nachtclub. Maar ook de gemaakt vrolijke sfeer van de Schlagerfestivals, in Nederland groot gemaakt door Dennie Christian (ja, daar keek ik graag naar).

Ik huiverde opnieuw bij Falco’s Jeanny, brulde mee met Matthias Reim “Verdammt ich lieb’ dich“, gevolgd door het wat ingetogener “Du bist alles” van Peter Maffay en ik keek vertederd naar Marianne Rosenberg met “Ich bin wie Du“. Er zijn slechtere manieren om de zondagochtend door te komen… Maar het ging natuurlijk om Nena. Via die andere grote hit “Irgendwie, irgendwo, irgendwann” kwam ik alsnog uit bij de 99 ballonnen auf ihrem Weg zum Horizont:

Dualisme doet geen wonderen

Vanmiddag zag ik in Buitenhof hoe Jan Marijnissen flink mopperde over het dualisme. "Meer gepraat, meer papier en meer overleg". Er werden ook zorgelijke woorden gesproken over de snelle doorstroming van lokale en landelijke politici, waar ik gisteren al over schreef. Maar ik werd getriggerd door de opmerking van de SP-voorzitter dat de burger en de politiek door het dualisme niet dichter bij elkaar zijn gekomen. De reactie van bestuurskundige Marcel Boogers beviel mij wel. Aan de ene kant betwijfelde hij of allerlei trends die Marijnissen ontwaart iets te maken hebben met de overgang van monisme naar dualisme, maar aan de andere kant sprak hij zich wel uit tegen de "dualisme-politie" die wil voorschrijven hoe politiek bedreven moet worden. (Wie het bestuurskundige debat een beetje kent, weet overigens wel over welke agenten Boogers het dan heeft)

Een diepe zucht van herkenning. Al heel wat jaren geleden zat ik in een provinciale werkgroep die zich bezighield met de evaluatie en verbetering van het dualisme in de Staten. Ik heb me altijd verbaasd over en gestoord aan de enorme verwachtingen die dualisme bij sommigen met zich meebracht. Want het dualisme zou niet alleen gaan zorgen voor een hogere kwaliteit van bestuur (ieder z’n taak, meer op hoofdlijnen) maar ook voor een verkleining van de kloof tussen burger en politiek (minder vergaderen, meer de wijken in, volksvertegenwoordiger zijn). Op die twee verwachtingen kom ik zo nog terug, maar mijn belangrijkste punt is en was dat politiek gaat om inhoudelijke tegenstellingen tussen partijen, tussen de meerderheid en de minderheid, tussen coalitie en oppositie. Die tegenstellingen komen naar boven in een monistisch én in een dualistisch systeem. De strijd gaat niet of maar zeer beperkt tussen PS en GS, tussen de raad en B&W. Tot zover ga ik met Marijnissen mee.

In een artikel voor Openbaar Bestuur deed ik in 2004 verslag van mijn eerste jaar ervaring met dualisme. Die kon ik als nieuwbakken Statenlid uiteraard niet vergelijken met de tijd van het monisme. Maar wel had ik de nodige scepsis over de grote verwachtingen van de dualisme-adepten:

Eén van de argumenten is dat het
raadslid of Statenlid zich meer op de hoofdlijnen kan concentreren, aangezien
hij/zij de kaders stelt en zich niet met de uitvoering bemoeit. Oftewel: er is
meer tijd over om werkbezoeken af te leggen, hoorzittingen te organiseren, of
digitaal contact met de achterban te leggen. Als dit al waar zou zijn – gezien
de vergaderdruk(te) valt dit te betwijfelen – dan nog is het alleen een
argument dat gaat over de hoeveelheid contacten, niet zozeer over de inhoud en
de gevolgen daarvan.

Onduidelijk
blijft wat dualisme een raads- of statenlid tot een betere volksvertegenwoordiger
maakt. Vertegenwoordiging gaat over de relatie tussen kiezer en gekozene en de
mate waarin de laatste in staat is om wensen vanuit de samenleving om te zetten
in politieke keuzen. In sterke mate is dit afhankelijk van de persoonlijke
eigenschappen van een politicus en de kwaliteiten van een politieke partij,
niet van de formele structuur waarin besluiten worden genomen.

Over de toename van de kwaliteit van het bestuur was ik bijna 6 jaar geleden nog wat optimistischer dan nu. Ik zag vooral een impuls voor de besluitvorming wanneer zowel de uitvoerende – als de wetgevende macht zich strikter op hun eigen rol en taak zouden richten en er heldere kaders werden gesteld. Op beide fronten is er nog steeds een hoop te verbeteren.

Er zijn twee redenen waarom ik, anders dan Marijnissen, wel blij ben dat het dualisme tot stand is gekomen. De eerste is dat ik het een zuiverder verdeling van macht en politieke rollen vind dan in een monistisch systeem. Het maakt duidelijker wie voor welk deel van de beleidsvorming verantwoordelijk is (en kan worden gehouden); bovendien geeft het meer vrijheid en speelruimte voor zowel de bestuurder als de fractie. Een tweede belangrijk voordeel vind ik dat de wethouder of gedeputeerde niet meer uit de fractie hoeft voort te komen, maar ook ‘van buiten’ aangetrokken kan worden. Dit kan zorgen voor een verfrissende nieuwe blik en de vijver om uit te vissen wordt vergroot, wat de kwaliteit ten goede kan komen.

Maar zaligmakend, dat is dualisme zeker niet.

Tot zover 2009

Nee, van mij geen uitgebreide terugblik op het afgelopen jaar. In 2009 werd Ajax voor de vijfde keer op rij geen kampioen, kreeg ik een nieuwe baan aan de Universiteit Utrecht en was er geen gebrek aan politieke hectiek in mijn provincie.

Op dit weblog schreef ik een totaal van 108 berichten, gemiddeld iets meer dan 2 per week. Bij dat en ander schrijven, bij het nakijken van opdrachten en papers, het lezen van de krant of een boek, had ik bijna altijd muziek op de achtergrond. Met dank aan last.fm weet ik precies welke muziek dat in 2009 is geweest. Met andere woorden, toch nog in de stijl van de laatste dagen van het jaar een top-10:

  1. Jacques Brel – La quête
  2. Jacques Brel – Quand on n’a que l’amour
  3. Bright Eyes – The first day of my life
  4. Bright Eyes- We are nowhere and it’s now
  5. Amy Macdonald – Youth of today
  6. Jacques Brel – Mathilde
  7. Wende Snijders – Dis, quand reviendras-tu?
  8. The Killers – Human
  9. Bright Eyes – Bowl of oranges
  10. Charles Aznavour – Mourir d’aimer

Ik wens iedereen een mooi 2010 vol geluk, liefde en inspiratie!

Ceremony of Carols: Balulalow

Op deze avond voor kerst wens ik iedereen, trouw aan mijn eigen kerstprofiel, veel betekenis en bezinning toe. Dit jaar hoort daar voor mij de ontroerende Ceremony of Carols van Benjamin Britten bij en dan in het bijzonder het wiegelied "Balulalow":

O my deare hert, young Jesu sweit,
Prepare thy creddil in my spreit,

And I sall rock thee to my hert,

And never mair from thee depart.

But I sall praise thee evermoir

With sanges sweit unto thy gloir;

The knees of my heart sall I bow,

And sing that richt Balulalow!

Political Song XI: Ramses Shaffy – We zullen doorgaan (1975)

Ramses is niet meer. Wat kan ik nog toevoegen aan alle ware woorden die vandaag zijn gesproken, wat toevoegen aan alle roerende beelden die voorbij kwamen en bovenal, aan zoveel diepe, levensechte muziek? Zoals dat prachtig samenkwam in de documentaire van Pieter Fleury, eindigend in de stilte van Amsterdam. Een breekbare stem achter een piano en de kijker als ongemakkelijke toeschouwer, maar genietend van dit moment.

Voor deze gelegenheid gebruik ik mijn serie politieke songs om Shaffy een welverdiende ereplek te geven. Mijn eerste keuze is misschien wat wonderlijk, maar vertegenwoordigt de lach en de traan die ik in de muziek van Shaffy altijd voel en verbindt die bovendien met een andere grote liefde:

Ramses Shaffy was geen protestzanger, had geen uitgesproken politieke opvattingen. Ik ben mij er dan ook van bewust dat ik misschien iets te veel lading geef aan het nummer dat ik uiteindelijk gekozen heb. Maar laat dit dan mijn wens zijn voor hoe we als mensen in een ingewikkelde samenleving met elkaar omgaan:

We zullen doorgaan
Met de stootkracht
Van de milde kracht
Om door te gaan
In een sprakeloze nacht
We zullen doorgaan
We zullen doorgaan
Tot we samen zijn

We zullen doorgaan
Met de wankelende zekerheid
Om door te gaan
In een mateloze tijd
We zullen doorgaan
We zullen doorgaan
Tot we samen zijn