De andere kant van het Binnenhof

Vier jaar geleden was ik er dichtbij, met uiteindelijk een zevende plek op de lijst na diverse spannende stemrondes. De afgelopen tijd, toen Yolan Koster (nummer zes) weer wethouder werd in Woerden, had ik de onduidelijke status van eerste opvolger. Maar zoals mag blijken uit de kandidatenlijst die vandaag werd gepresenteerd willen vier van de huidige vijf graag door en zullen ze zeker ook deze termijn netjes afmaken, net als fractievoorzitter Tof Thissen.

Zo besloot ik dus vorig jaar zomer mij opnieuw kandidaat te stellen en na twee gesprekken met de kandidatencommissie vorig najaar en lange tijd het mooie advies nog niet mogen rondbazuinen, kan ik vanaf nu iedereen vertellen dat men mij graag op plek 5 wil hebben. Als we hetzelfde aantal zetels zouden halen als in 2011, zou dat voor mij betekenen dat ik senator mag worden. De commissie zegt over mij onder meer:

“Hij is goed in staat om verbinding te leggen tussen de wetenschap, de alledaagse politiek en de uitwerking daarvan in de praktijk. Harmens benadering, sterk inhoudelijk en tegelijk analytisch, past bij het werk van de Eerste Kamer. Hij is een gedreven politicus en een uitstekend debater.”

Maar eerst is er uiteraard nog het congres op 7 februari, want het hoogste en laatste woord is aan de leden van GroenLinks. Een mooie uitdaging om de komende weken te laten zien waarom ik het vertrouwen verdien op plek 5 te komen om onze mooie partij en onze mooie idealen in Den Haag te gaan vertegenwoordigen.

Groen als blinde vlek

De officiële plannen zullen via een omslachtige vertrouwelijke procedure uiteindelijk bij parlementariërs en journalisten belanden, maar eigenlijk weten we al ongeveer alles wat er in de begroting 2015 komt te staan. Gezien de christelijk-sociaal-liberale samenstelling van de coalitie en hulptroepen geen mag het geen verrassing zijn dat de nadruk ligt op lastenverlichting, koopkracht, defensie (en vooruit, een klein beetje ontwikkelingshulp) en verhoging van de zorgpremies en eigen risico. Jammerlijk afwezig is enige groene impuls.

Ik werd daaraan herinnerd bij het lezen van het interview in NRC met Deltacommissaris Wim Kuijken (voormalig secretaris-generaal Algemene Zaken). Hoewel het kabinet zegt de plannen van zijn commissie te omarmen, wordt er aan de randjes wel gemorreld en staat financiering voor langere termijn nog niet vast. De watertoets, die ervoor zorgt dat bij nieuwe bouwplannen ook met effecten op het water rekening wordt gehouden – niet bouwen in laaggelegen gebieden, afstemmen op dijken en waterkeringen, zou wel eens afgeschaft kunnen worden.  En het is onduidelijk of het miljard per jaar dat het laatste kabinet-Balkenende beschikbaar heeft gesteld, door dit kabinet voor de langere termijn wordt vastgelegd.

Het argument dat milieu, klimaat, groen maar even pas op de plaats moet maken in tijden van economische crisis is dom en kortzichtig, maar ik kan er nog enig begrip voor opbrengen dat politieke partijen daarvoor de afgelopen jaren hebben gekozen. Als er echter voorzichtige groei is en er wat financiële ruimte ontstaat, is het treurig dat die vooral met leuke rechtse en linkse dingen voor de eigen achterban en voor electoraal gewin  wordt ingevuld. Bij dat soort kortetermijndenken past slechts een niet-begrijpend hoofdschudden.

Afscheid van een eigenwijze donder

De eerste kennismaking met Albert was in het voorjaar van 2003, toen we op een flink warme zaterdag met de nieuwe fractie in Hilversum bij elkaar kwamen. Hoe hij daar precies kwam, is mij na al die jaren nog steeds niet helemaal duidelijk. Deze kleine, wat gezette man met rond brilletje en baard, houthakkershemd, type welzijnswerker, bleek de burgemeester van Oostzaan te zijn en hij zou ons gaan helpen om de inzet voor de onderhandelingen te bepalen. Al na een uur was het alsof het nooit anders was geweest: met een paar stiften, een flipover en een grote dosis enthousiasme en humor leidde Albert ons bekwaam door de dag en hielp hij ons aan een stevige wensenlijst én strategie om die te realiseren.

Het resultaat mag bekend zijn: dat college met GroenLinks, D66, CDA en VVD kwam er en wie anders dan Albert ging ons als gedeputeerde daarin vertegenwoordigen. Al snel viel op hoe goed Albert het kon vinden met één van de VVD-gedeputeerden, Cornelis Mooij. Ze waren als Snip en Snap, Knabbel en Babbel, Jut en Jul, Statler en Waldorf: onderling grappend als schooljongens achter in de klas, maar soms ook kijvend als een langgetrouwd stel. Waar Cornelis voor vrijwel alle afspraken van OV en fiets gebruikmaakte, werd Albert een enthousiast gebruiker van de dienstauto. De sfeer in dat college was bijzonder en Albert speelde daarin een hele belangrijke rol.

Mede door het prima werk van Albert kwamen we vier jaar later weer in het college, waarbij de PvdA de plek van D66 innam. Als kersverse fractievoorzitter had ik wel het nodige met Albert te stellen. Toen we in 2007 gingen onderhandelen, kreeg ik een briefje van hem mee met daarop een aantal miljoenen die hij graag geregeld wilde zien voor beheer en onderhoud van natuur. De bedragen liepen op van 2 miljoen in het eerste jaar tot 8 miljoen in het laatste jaar. Toen ik aan de onderhandelingstafel het antwoord schuldig moest blijven waar dat geld precies aan besteed zou worden, besloten we Albert maar eens te bellen. Die wist het ook niet, maar het leek hem zo’n mooie reeks van 2-4-6-8 en de rest snapte toch ook wel dat GroenLinks graag geld voor leuke groene dingen wilde?

In de overleggen die ik daarna met hem had, bij voorkeur met stamppot en een biertje op tafel, kon hij vaak vol trots vertellen over afspraken die hij in het college had gemaakt. Regelmatig dacht ik vooral: hoe heb je dit kunnen bedenken? En niet onbelangrijk: hoe leg ik dit aan de fractie uit? Terwijl Albert ervan overtuigd was dat hij GroenLinks echt een dienst had bewezen. Andersom hadden wij soms ook wensen – Noordboog, Westelijk Tuinbouwgebied – waar Albert helemaal niets in zag. Hij bleef dan stug volhouden, waar hij op andere punten vaak veel flexibeler en toegeeflijker kon zijn. In die zin was Albert een echte bestuurder, die in het belang van het college dacht en die er soms even aan herinnerd moest worden dat hij ook nog van GroenLinks was.

In zijn vrije tijd speurde Albert doopregisters, gemeentelijke archieven en internet af om familiegeschiedenissen te reconstrueren. Zo bracht hij, op basis van de grootouders van moeders- en vaderskant, voor alle collega-gedeputeerden hun kwartierstaten in beeld. Bij toeval kwamen we erachter dat we gezamenlijke voorouders hebben: ergens halverwege de 19e eeuw gaan de lijnen uit elkaar – bij Albert via de vrouwelijke, bij mij via de mannelijke lijn. Sindsdien kreeg ik regelmatig mailtjes met ‘Beste achterneef’ in de aanhef. Nog meer verwantschap dus dan onze band met Friesland en het domineeszoon zijn.

Alberts afscheid van de provincie was onverwacht en de nasleep met Darwind en Econcern ongemakkelijk. Van kwade opzet was volgens mij zeker geen sprake, wel van  onhandigheid en slordigheid. Albert mocht graag dingen regelen – de “briefjes” die wel eens bleven slingeren en soms maanden later plotseling boven tafel kwamen, zijn berucht – en lette niet altijd zo goed op de formele procedures. Laat mij het nou maar op mijn manier doen… En dan kwam het eigenlijk altijd voor elkaar.

Vorig jaar zomer werd duidelijk dat Albert ernstig ziek was en dat de behandeling er vooral op gericht zou zijn de situatie draaglijk te maken en de pijn te verlichten. Via mail hield hij de buitenwacht op de hoogte en dat deed hij met onverbeterlijk optimisme, telkens de lichtpuntjes en positieve signalen benadrukkend. “Leven met kanker is een vak apart; ik leer dagelijks” schreef hij in de laatste van die mails, eind juni. Aan dat leven is nu, oneerlijk vroeg, een einde gekomen. Eigenwijze donder, ik ga je missen!

Albert Moens 1952-2013

Campagne en de uitzending van de 12

Zeker nu het, eufemistisch gezegd, wat minder gaat in de peilingen, wordt de vraag hoe GroenLinks campagne gaat voeren des te prangender. Je kunt je met recht en met onderzoek in de hand, afvragen hoe belangrijk al dat geflyer, gepraat en gecanvas is, als een belangrijk deel van het verkiezingsresultaat afhangt van de beeldvorming in de media. Maar toch is het belangrijk goed na te denken over de invulling van de campagne.

Zeker nu het, eufemistisch gezegd, wat minder gaat in de peilingen, wordt de vraag hoe GroenLinks campagne gaat voeren des te prangender. Je kunt je met recht – en met onderzoek in de hand – afvragen hoe belangrijk al dat geflyer, gepraat en gecanvas is, als een belangrijk deel van het verkiezingsresultaat afhangt van de beeldvorming in de media. Maar toch is het belangrijk goed na te denken over de invulling van de campagne.

Eén van de dingen die bij trainingen voor campagne op straat altijd aan de orde komt is: niet alleen maar in hoog tempo flyers in de handen duwen (die vaak een paar meter verderop al in de prullenbak of op straat verdwijnen) maar ook een gesprek met de potentiële kiezer aangaan. Maar dan komt het dilemma: wie is dat? Want de keren dat ik op de markt stond – toegegeven, aanvankelijk met frisse tegenzin, maar die verdwijnt meestal gedurende de dag – slaagde ik er op een of andere manier altijd in om met de dorpsgek in discussie te raken, zonder te weten hoe ik daar op een niet al te botte of pijnlijke manier vanaf zou kunnen komen.

Nu lopen er ook heel wat dorpsgekken rond met GroenLinks-sympathieën, maar over dat soort heb ik het hier niet. Ik ben de precieze term even kwijt die daarvoor in campagnetaal wordt gebruikt, maar het is in elk geval de categorie aan wie je geacht wordt zo weinig mogelijk tijd te besteden, gezien de volstrekt verwaarloosbare kans dat zij ooit GroenLinks gaan stemmen. Het heeft veel meer zin te investeren in mensen die sterk overwegen op je te gaan stemmen (en hen daarin te bevestigen) of met een paar krachtige argumenten de twijfelaars over de streep te trekken.

Ik moest hier vanochtend aan denken toen in de preek de aanmoediging voorbij kwam die Jezus aan zijn leerlingen geeft als hij ze op pad stuurt, voor wat je vandaag de dag campagnevoeren zou noemen.

Kom je in een plaats waar ze je niet willen ontvangen en waar ze weigeren naar je te luisteren, ga daar dan weg en sla het stof van je voeten, als een waarschuwing aan hun adres (Marcus 6: 11).

In de versie van Hanna Lam klinkt het als:

En als jouw groet geen groet ontmoet/ je woord geen weerklank vindt/ schud dan het stof af van je voet/ ’t verwaait wel op de wind

We zijn inmiddels een goede 2000 jaar verder, maar het advies is eigenlijk ongewijzigd. Investeer geen tijd in mensen die niks van je willen weten. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat Hanna Lam het wat onschuldiger presenteert dan hoe het in de bijbel staat. Want het afschudden van het stof is geen gebaar van “ach joh, dan luister je toch niet” maar geldt als waarschuwing dat het met dat huis of met die stad niet goed zal aflopen.

Wellicht is dat dan wat we in al die jaren hebben bijgeleerd: ook de mensen die nogal vijandig tegenover je staan, dienen we respectvol tegemoet te treden. Maar ook weer niet te lang… wie weet ga ik dat in de komende maanden toch nog leren. En anders hoop ik dat u mij, ergens stuntelend met een boze burger in de weer, een handje kunt komen helpen.

Duurzaam is doen

Nadat onze self-proclaimed leider vanochtend pleitte om groot te denken, had ik vanmiddag het genoegen juist met de kleine praktische voorbeelden van duurzaamheid kennis te maken. Het was weer tijd voor de uitreiking van de Groene Lintjes voor duurzame initiatieven van burgers en ondernemers. Het weer werkte helaas niet erg mee (regen op 3 juni!), maar gelukkig was de knusse zolder van de Buurtboerderij beschikbaar.

Nadat onze self-proclaimed leider vanochtend pleitte om groot te denken, had ik vanmiddag het genoegen juist met de kleine praktische voorbeelden van duurzaamheid kennis te maken. Het was weer tijd voor de uitreiking van de Groene Lintjes voor duurzame initiatieven van burgers en ondernemers. Het weer werkte helaas niet erg mee (regen op 3 juni!), maar gelukkig was de knusse zolder van de Buurtboerderij beschikbaar.

Een jury had de voorselectie gemaakt, maar zoals dat tegenwoordig democratisch gaat, was de keuze voor de uiteindelijke winnaar aan het internetstemmend publiek. Vervolgens mocht de jury, in de persoon van Patricia Seitzinger, wel bekend maken wie in de verschillende categorieën met een lintje naar huis mochten. Het was mooi om te zien hoe oprecht blij de winnaars hiermee waren.

Het zijn van die fijne middagen waarop ik met plezier zie hoeveel mensen vanuit idealisme en/of omdat er centjes mee te verdienen zijn, zich voor een duurzame toekomst inzetten. Natuurlijk zijn de vergezichten nodig en moeten we ook een groot verhaal vertellen over de toekomst van onze planeet. Maar zo concreet als alle daken groen dekken en jonge moeders een groene blije doos geven, daarmee komt die duurzame samenleving pas echt dichterbij.

Kandidatencommissie

Als politicoloog met belangstelling voor politieke partijen en als betrokken GroenLinkser ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de procedures voor het samenstellen van een kandidatenlijst. In de trits van functies die politieke partijen vervullen – recruteren, aggregeren en mobiliseren, door mij het RAM-model gedoopt – is de eerste in de loop van de jaren steeds belangrijker geworden. Waar de binding tussen kiezers en partijen almaar losser wordt en de ene ideologie makkelijk voor de andere wordt ingewisseld, leunen partijen steeds meer op de selectie van geschikte kandidaten. Want ook met een matige uitslag en een matig programma kan een partij die goede bestuurders weet te leveren, toch meeregeren.

Als politicoloog met belangstelling voor politieke partijen en als betrokken GroenLinkser ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de procedures voor het samenstellen van een kandidatenlijst. In de trits van functies die politieke partijen  vervullen – recruteren, aggregeren en mobiliseren, door mij het RAM-model gedoopt – is de eerste in de loop van de jaren steeds belangrijker geworden. Waar de binding tussen kiezers en partijen almaar losser wordt en de ene ideologie makkelijk voor de andere wordt ingewisseld, leunen partijen steeds meer op de selectie van geschikte kandidaten. Want ook met een matige uitslag en een matig programma kan een partij die goede bestuurders weet te leveren, toch meeregeren.

In mijn partij is in deze weken in aanloop naar het congres van 30 juni een belangrijke rol weggelegd voor de kandidatencommissie. Zij maakt allereerst een schifting van kandidaten die op basis van hun brief en CV wel of niet worden uitgenodigd en bepaalt daarna op basis van vele vele gesprekken wie voor de kandidatenlijst worden voorgedragen. Door de plots ontbrandende strijd tussen Jolande Sap en Tofik Dibi komt het werk van deze commissie ineens in de schijnwerpers te staan. Dat heeft er vooral mee te maken dat de commissie ook een oordeel uitspreekt over de geschiktheid van kandidaten voor plek één, waarvoor een apart profiel is opgesteld.

Ik ben er heel blij mee dat we zo’n commissie hebben, met veel meer kennis en ervaring dan wij als gewone leden in huis hebben. Wat daar echt in Den Haag gebeurt, hoe zittende Kamerleden functioneren en hoe nieuwelingen zich daarin zouden kunnen voegen, snapt een kandidatencommissie veel beter en kan zij veel beter wegen en beoordelen. Soms blijkt dat een wereld van verschil. In dat opzicht is het volgens mij niet heel anders dan bij een “normale” baan en een “normale” sollicitatie, waar ook een selectiecommissie aan het werk gaat. Dat is ook het vertrouwen dat we als leden aan een kandidatencommissie geven.

Een zorgvuldige procedure, die leidt tot een goed afgewogen voordracht en die recht doet aan de kwaliteiten (en gebreken) van de kandidaten, verdraagt zich soms slecht met openheid en transparantie. Die roep is begrijpelijk en ten dele terecht, omdat omslachtige geheimzinnigheid niet goed is, maar kan het werk van de commissie onnodig onder druk zetten. Nog los van het feit dat het nooit goed is om de regels tijdens het spel te veranderen. Ik ben niet per se tegen een referendum, maar vind wel dat – net als bij het CDA – daaraan vooraf de commissie een oordeel moet uitspreken of de kandidaten die zichzelf een geschikte lijsttrekker vinden, dat ook zijn.

We zijn los!

Als de zure reacties van een lange stoet PvdA’ers op het akkoord van de moedige vijf iets laat zien, is het wel dat zij nog erg moeten wennen aan een GroenLinks dat eigenwijze eigen keuzes maakt. Sommigen lijken GroenLinks nog steeds te zien als de ten onrechte verzelfstandigde groene of linkse vleugel van de PvdA. Het idee dat die zelf plannen zouden kunnen maken, coalities kunnen sluiten en resultaten boeken, dringt na al die jaren nog steeds moeizaam door. Het is alsof je ontdekt dat je dochter of zusje volwassen is geworden en zelf wel bepaalt met wie zij wil zoenen…

Als de zure reacties van een lange stoet PvdA’ers op het akkoord van de moedige vijf iets laat zien, is het wel dat zij nog erg moeten wennen aan een GroenLinks dat eigenwijze eigen keuzes maakt. Sommigen lijken GroenLinks nog steeds te zien als de ten onrechte verzelfstandigde groene of linkse vleugel van de PvdA. Het idee dat die zelf plannen zouden kunnen maken, coalities kunnen sluiten en resultaten boeken, dringt na al die jaren nog steeds moeizaam door. Het is als een vader die ontdekt dat zijn dochter volwassen is geworden en zelf wel bepaalt met wie zij wil zoenen…

Als er één partij is die aan de linkse samenwerking heeft getrokken, dan is het GroenLinks. Maar wij hebben ook steeds moeten constateren dat als het er echt op aan kwam, de PvdA ons in de steek liet. Niet zo verwonderlijk dus een andere koers te wagen. De steeds klemmendere omhelzing van PvdA en SP maakte het bovendien ook niet makkelijk tot échte hervormingen te komen. Om nog maar te zwijgen van de houding van ‘het zal een PvdA-akkoord zijn, of het zal niet zijn’  die voor onderhandelingen van geven en nemen niet echt bevorderlijk is.

In ons omringende landen hebben groene partijen al lang gekozen voor een eigen, zelfstandige koers, met een progressieve en optimistische agenda. Soms met, soms zonder de sociaal-democraten. In eigen land zijn er in heel wat gemeenten en provincies goede ervaringen opgedaan met coalities waar de PvdA eens een keer niet in zat. Zelf denk ik nog altijd met veel plezier terug aan de Noord-Hollandse combinatie VVD-CDA-GL-D66 waar ik tussen 2003 en 2007 deel van uit mocht maken.

Eindelijk lijken we het motto ‘ideeënpartij op zoek naar macht’ serieus te nemen. Natuurlijk moet je dan ook forse tegenvallers slikken en er blijven bezuinigingen staan die voor GroenLinks bepaald niet fijn zijn. Maar de PvdA snapt toch ook dat je nooit alles kunt binnenhalen en alles wat ongewenst is kunt terugdraaien – remember Balkenende-IV. De moed die mijn partij de afgelopen week heeft getoond en de positieve reacties die daarop volgden, maken mij trots GroenLinkser te zijn. Ik hoop van harte dat we dit in de komende campagne kunnen laten zien en na september dit in regeringsdaden kunnen gaan omzetten. Want wij zijn er klaar voor. Nu de PvdA nog.